32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid

Nr. 72 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 november 2012

Hierbij bied ik u de gevraagde schriftelijke reactie op de aanbevelingen van het onlangs verschenen rapport «Macht van de staat naar de straat: Pakistaanse minderheden steeds verder in verdrukking» van het Tweede Kamerlid Voordewind (ChristenUnie). De heer Voordewind heeft hierom gevraagd tijdens het AO RBZ d.d. 10 oktober 2012 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1191).

Het Kabinet onderschrijft de conclusies over de zorgelijke situatie van de positie van religieuze minderheden en vrouwen in Pakistan zoals opgenomen in het rapport van de heer Voordewind.

Het Kabinet kan zich vinden in het merendeel van de aanbevelingen die in de meeste gevallen al in de praktijk worden uitgevoerd. Zo heeft Nederland de Pakistaanse regering het afgelopen jaar verschillende malen aangesproken op de positie van religieuze minderheden, conform de richtlijnen van de pilot «Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging». Hierbij is bijzondere aandacht besteed aan de blasfemiewetgeving en individuele gevallen.

Nederland stelt de kwestie rond blasfemiewetgeving in Pakistan geregeld in multilaterale contacten aan de orde. Het is gebleken dat de weg van stille diplomatie het meest effectief is. Zichtbare buitenlandse aandacht voor de wetgeving wordt door bepaalde fundamentalistische groeperingen en partijen uitgelegd als ongewenste inmenging in de binnenlandse aangelegenheden. Een punt van aandacht is verder dat de opvatting van diverse Pakistaanse NGOs en vooraanstaande mensenrechtenactivisten dat afschaffing van deze wetgeving in het huidige politieke klimaat onmogelijk is. Volgens hen geniet daarom het ontwikkelen van wetgeving die misbruik van de blasfemiewetgeving zou moeten helpen voorkomen, de voorkeur.

Daarnaast is er met de Pakistaanse autoriteiten ook gesproken over de noodzaak om te werken aan een maatschappelijk en politiek klimaat waarbinnen godsdienstvrijheid en mensenrechten in brede zin beschermd worden. Nederland zal hiervoor aandacht blijven vragen en de ondersteuning van het maatschappelijk middenveld in Pakistan, dat zich inzet voor een verbeterde positie van vrouwen en religieuze minderheden, voortzetten.

De minister van Buitenlandse Zaken, F. C. G. M. Timmermans

Naar boven