Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232735 nr. 43

32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid

Nr. 43 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 januari 2012

Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg Papua op 22 december 2011 stuur ik u hierbij nadere informatie over de situatie in Papua en met name het gebeurde in Paniai. Deze brief is gebaseerd op navraag bij Indonesische autoriteiten, andere ambassades in Jakarta, waaronder de EDEO-vertegenwoordiging, en mensenrechtenorganisaties.

Gesprekspartners delen de zorg over incidenteel geweld door veiligheidstroepen in Papua, zoals na afloop van het Derde Papua Congres begin oktober. Ik blijf bij de Indonesische autoriteiten aandringen op het respecteren van de mensenrechten in Papua, terughoudend optreden door veiligheidstroepen bij vreedzame demonstraties en vrije toegang van diplomaten, pers en NGO’s tot het gebied.

Nederland blijft Indonesië steunen bij een betere implementatie van de Speciale Autonomiewet uit 2001. Hierbij wordt aangesloten bij initiatieven van de Indonesische autoriteiten zelf, zoals de recentelijk opgerichte speciale ontwikkelingseenheid UP4B voor Papua. De taak van UP4B is het ondersteunen van de coördinatie, synchronisatie en planning van de ontwikkelingsprogramma’s in beide provincies van Papua. De eenheid heeft tevens het mandaat om de ontwikkeling en uitvoering van programma’s te controleren zodat een effectieve implementatie verzekerd kan worden. Bij vaststelling van de bevoegdheden van UP4B is rekening gehouden met de Speciale Autonomiewet, die juist de lokale overheid in Papua de autoriteit en verantwoordelijkheid heeft gegeven om programma’s voor beide provincies te plannen en uit te voeren. UP4B zal regelmatig rapporteren aan een Steering Committee, die wordt voorgezeten door vicepresident Boediono en waarin naast verschillende ministers ook de gouverneurs van Papua en West Papua zitting hebben.

In dit licht vermeld ik dat de Indonesische president Yudhoyono zich herhaaldelijk heeft uitgesproken voor het voeren van een dialoog met alle partijen in Papua voor een duurzame en vreedzame oplossing voor Papua. Zoals ik al aangaf tijdens het begrotingsdebat met Uw Kamer is er sinds kort een speciale gezant aangesteld voor het voeren van deze dialoog. Het betreft dhr. Farid Husein die nauw betrokken was bij de vredesonderhandelingen in Aceh en de nodige ervaring met zich mee brengt.

Tijdens een bijeenkomst met hoofdredacteuren van Indonesische media op 12 januari jl. gaf vicepresident Boediono aan dat de regering ernaar streeft om met de nieuwe benadering de «hearts and minds» van de bevolking in Papua voor zich te winnen. Hij erkende dat veiligheid en gerechtigheid daarbij net zo belangrijk zijn als investeringen in de sociale en economische ontwikkeling van de provincie.

Tegen de achtergrond van het voorgaande voerde president Yudhoyono op 16 december samen met leden van zijn Kabinet een gesprek over Papua met kerkelijk leiders uit Papua. Bij dit gesprek waren ook de bevelhebber van de strijdkrachten en het hoofd van de politie aanwezig. Tijdens het gesprek is door de kerkelijk leiders kritiek geuit op discriminatie van de inheemse bevolking, mensenrechtenschendingen in de provincie, alsmede de instelling van de speciale ontwikkelingseenheid UP4B door Jakarta die zonder voldoende inspraak van Papua’s zou zijn ingesteld. In een verklaring na afloop verwelkomden de kerkelijk leiders uit Papua de bereidheid van de president om een oplossing te zoeken voor de problemen in Papua. Er is afgesproken om het gesprek in de loop van 2012 voort te zetten.

De Indonesische regering heeft bevestigd onderzoek te zullen doen naar het gewelddadig optreden van veiligheidstroepen na afloop van het door de inheemse beweging West Papua’s People’s National Reconciliation Team georganiseerde Derde Papua Congres begin oktober. Hierbij is benadrukt dat politie en militairen die de wet hebben overtreden, zullen worden vervolgd en bestraft.

Wat betreft het optreden van veiligheidstroepen in Paniai op 13 december 2011 blijft het moeilijk de gebeurtenissen te verifiëren. De nationale politie heeft aangegeven dat het een operatie van de Brimob (mobiele politiebrigade) tegen strijders van de onafhankelijkheidsbeweging, Organisasi Papua Merdeka (OPM) betrof. De gewapende tak van de OPM streeft met gewelddadige middelen naar een onafhankelijk Papua. Er zijn geen aanwijzingen dat de anti-terreureenheid Densus 88 betrokken was bij de actie in Paniai. Het is niet mogelijk gebleken om bevestiging te krijgen dat er dodelijke slachtoffers zijn gevallen. De enige melding tot dusver is afkomstig van de onafhankelijkheidsbeweging OPM, die spreekt van 14 gedode OPM-strijders. De informatie van de OPM wordt ook door Human Rights Watch genoemd, maar is door deze organisatie niet geverifieerd. De Indonesische politie heeft bevestigd dat een politieman gewond is geraakt, maar spreekt verder niet van dodelijke slachtoffers. Sinds 13 december zou het weer rustig zijn in het gebied. De lokale vertegenwoordiging van de officiële mensenrechtencommissie in Papua (Komnas HAM Papua) heeft aangegeven geen redenen te zien om onderzoek in te instellen naar de gebeurtenissen op 13 december 2011. Uit navraag is gebleken dat er geen helikopters van Australische bedrijven zijn ingezet.

Ik heb naar aanleiding van de gedachtenwisseling in de Kamer over de Australische zienswijze op de desbetreffende problematiek met mijn Australische collega contact gehad. Hij meldde dat er inderdaad een treffen tussen de OPM en veiligheidstroepen was geweest. Hij attendeerde er verder op dat de OPM in Papua niet alleen met gewelddadige middelen streeft naar onafhankelijkheid, maar ook onderdeel is van intercommunale conflicten in het gebied.

Ik zal mij ervoor blijven inzetten dat ook in EU-verband aandacht blijft bestaan voor ontwikkelingen in Papua.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal