Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232735 nr. 36

32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid

Nr. 36 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 oktober 2011

Met deze brief informeer ik u conform uw verzoek over de inzet van de regering ten aanzien van het geweld tegen Koptische Christenen in Egypte, meest recentelijk op 9 en 10 oktober jl.

Op 9 oktober jl. vond in Cairo een vreedzame protestmars van Koptische Christenen plaats, waaraan ook Moslims deelnamen. Aanleiding voor de protestmars was het in brand steken door radicale moslims van een kerk in het dorp Marinab in de buurt van Aswan op 30 september jl. en de in de ogen van de demonstranten ontoereikende reactie hierop van de Egyptische autoriteiten.

De protestmars van enkele duizenden demonstranten tegen religieus geweld en discriminatie, ontaardde in de loop van de avond in een bloedige confrontatie tussen demonstranten, veiligheidstroepen en relschoppers. Hierbij vielen 24 doden en meer dan 300 gewonden. Onder de dodelijke slachtoffers bevinden zich drie militairen. De gewelddadigheden van 9 oktober volgen op een reeks eerdere confrontaties tussen Koptische Christenen en Moslims. Verschillende politieke en maatschappelijke groepen hebben het aftreden van het gehele kabinet geëist.

Ik heb op 10 oktober mijn ernstige verontrusting uitgesproken over het geweld tegen Koptische Christenen. Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van de EU op diezelfde dag is de situatie in Egypte uitgebreid ter sprake gekomen. Ik heb EU-partners tijdens deze vergadering met nadruk opgeroepen om in contacten met de Egyptische autoriteiten hen niet alleen te wijzen op het recht op godsdienstvrijheid, maar hen eveneens te wijzen op hun plicht de religieuze minderheden in Egypte actief te beschermen.

In bilaterale contacten met de Egyptische autoriteiten stelt Nederland de positie van religieuze minderheden stelselmatig aan de orde. De Egyptische ambassadeur in Den Haag is op het recente geweld aangesproken. De Nederlandse ambassadeur heeft namens de regering ernstige zorgen aan het Egyptische ministerie van Buitenlandse Zaken en de Arabische Liga overgebracht. In eerdere contacten met de Arabische Liga en het Egyptische ministerie van Buitenlandse Zaken heb ik eveneens aandacht voor dit onderwerp gevraagd. Zo heb ik dit op 18 juni jl. aan de orde gesteld in een gesprek met mijn toenmalige collega Nabil El-Araby. De Nederlandse ambassade is daarnaast voortdurend in contact met de Koptische gemeenschap in Egypte.

EU Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken, Catherine Ashton heeft op 10 oktober jl. in een verklaring haar ernstige zorgen over het recente geweld tegen Kopten in Egypte geuit. Zij heeft de Egyptische autoriteiten opgeroepen de daders van het geweld op te sporen en te berechten. Tijdens veelvuldige contacten van de EU met Egyptische autoriteiten is het onderwerp godsdienstvrijheid aan de orde gesteld. De Raad Buitenlandse Zaken van de EU nam naar aanleiding van het toenemend geweld tegen Christenen in de Arabische wereld op 21 februari 2011 Raadsconclusies over godsdienstvrijheid aan.

Op 10 oktober jl. heeft de Egyptische premier Sharaf opgeroepen tot nationale eenheid. Hij zal een fact-finding commissie opzetten om onderzoek te doen naar de gebeurtenissen. Inmiddels zijn 15 mensen gearresteerd. Zij worden verhoord en zullen zo snel mogelijk worden berecht. Minister van Financiën, Beblawy, heeft uit protest tegen het gewelddadige optreden van het leger zijn ontslag aangeboden. Premier Sharaf bood vervolgens op 11 oktober jl. het ontslag van zijn gehele kabinet bij de Hoge Militaire Raad aan. Ook dit is door de Hoge Militaire Raad geweigerd.

Naar aanleiding van eerder geweld tegen Kopten in Egypte adviseert het National Justice Committee de Egyptische regering over maatregelen om sektarische spanningen tegen te gaan. De door het comité aanbevolen maatregelen (waaronder een wet die discriminatie van religieuze minderheden tegengaat en voorziet in algemene regels voor het bouwen en renoveren van gebedshuizen) zijn echter nog niet ingevoerd. Eén van de leden van het comité is inmiddels uit protest opgestapt. Zorgwekkend aan de gebeurtenissen van het afgelopen weekend, is naar mijn oordeel dat het leger, de instantie die de positie van Kopten zou moeten beschermen, zich juist schuldig heeft gemaakt aan grof geweld tegen deze groep.

Op 26 oktober a.s. zal ik een bezoek brengen aan Egypte, waarbij ik onder meer zal spreken met de Egyptische minister van Buitenlandse Zaken, Mohammed Kamel Amr. Tijdens dat gesprek zal ik het geweld tegen Kopten prominent aan de orde stellen. Mijn inzet daarbij zal zijn: berechting van de schuldigen van het geweld, de daadwerkelijke implementatie van maatregelen om discriminatie van religieuze minderheden tegen gaan en de actieve bescherming door de Egyptische autoriteiten – met inbegrip van het veiligheidsapparaat – van religieuze minderheden. Ik zal bij de Arabische Liga pleiten voor agendering van de positie van religieuze minderheden in de Arabische wereld.

De Nederlandse regering zal zich zowel bilateraal als in EU-verband met kracht blijven inzetten voor religieuze minderheden in Egypte. Dit geldt evenzeer voor andere landen waar de positie van religieuze minderheden in het gedrang is. Daarbij zal conditionaliteit van de Nederlandse- en EU-steun voorop staan. Dit betekent voor wat betreft de drieslag democratisering, rechtsstaat en mensenrechten en economische transitie «less for less and more for more».

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal