32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid

Nr. 271 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 november 2019

Op 8 oktober 2019 heeft L.B. te A. een brief en petitie aan uw Kamer gestuurd inzake de vrijlating van Catalaanse politieke gevangenen. De brief toont de betrokkenheid van de indiener en de ondertekenaars bij de recente ontwikkelingen in Spanje. Ik ga mede hierom graag in op het verzoek van de vaste commissie voor Europese Zaken om op de brief te reageren en zal daarbij, zoals gevraagd, ingaan op de strafoplegging van de Catalaanse leiders.

Het Spaanse Hooggerechtshof deed op 14 oktober jl. uitspraak in de strafzaken tegen twaalf Catalaanse separatistische leiders. Het betreft hier een interne Spaanse aangelegenheid. De separatistische leiders zijn door het Hooggerechtshof veroordeeld wegens: i) de organisatie van het ongrondwettelijk verklaarde Catalaanse onafhankelijkheidsreferendum; ii) de hierop volgende unilaterale en illegale onafhankelijkheidsverklaring en iii) opruiing, malversaties en burgerlijke ongehoorzaamheid.

Het Hof heeft rebellie uiteindelijk laten vallen als aanklacht. In zijn vonnis heeft het Hof expliciet gemaakt dat vervolging niet gebaseerd is op ideologische gronden, maar puur op grond van wetsovertredingen. De uitspraken zijn in lijn met het Spaanse strafrecht, voortvloeiend uit de democratisch tot stand gekomen Spaanse Grondwet. De betrokkenen hebben de mogelijkheid om in beroep te gaan bij het Spaanse Constitutionele Hof.

Spanje is een Europese democratische rechtsstaat en gebonden aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Verder is Spanje actief deelgenoot van de internationale gemeenschap. Ik zie geen reden te twijfelen aan de onafhankelijke rechtsgang of de naleving van de mensenrechten in Spanje. Bovendien staat voor betrokkenen de gang naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens open nadat zij de rechtsmiddelen in Spanje hebben uitgeput.

Ik verwijs tenslotte en wellicht ten overvloede ook naar mijn antwoorden op Kamervragen van het lid Leijten die ik aan uw Kamer zond op 7 november 2019 (Aanhangsel Handelingen II 2019/20, nr. 767).

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

Naar boven