Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132735 nr. 23

32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid

Nr. 23 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 juni 2011

Hierbij stuur ik u een verslag op hoofdlijnen van het bezoek dat mijn mensenrechtenambassadeur bracht aan Egypte van 17 tot 20 mei.

Tijdens dit bezoek heeft hij zich over de mensenrechten situatie in Egypte geïnformeerd en bepaalde zorgen van de Nederlandse regering besproken.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

Verslag van bezoek mensenrechtenambassadeur aan Egypte, van 17 mei t/m 20 mei jl.

1. Ter Inleiding

De mensenrechtenambassadeur heeft gesproken met onder andere de Ministers van Justitie en Telecommunicatie en zijn counterpart bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Tijdens deze gesprekken zijn de zorgen van de Nederlandse regering over de mensenrechtensituatie in Egypte overgebracht. Ook zijn constructieve gesprekken gevoerd met leden van de nationale mensenrechtenraad, vertegenwoordigers van de Koptische gemeenschap, journalisten en bloggers evenals met diverse mensenrechtenactivisten en vertegenwoordigers van non gouvernementele organisaties. Tijdens zijn bezoek heeft hij ook een regionale conferentie van journalisten, fotografen, bloggers en mensenrechtenactivisten, georganiseerd door Free Press Unlimited, toegesproken over de Nederlandse inzet voor internetvrijheid.

Het algemene beeld is dat een aantal zaken de mensenrechten situatie negatief beïnvloedt:

  • Extremistische groepen – al of niet geïnspireerd door het salafisme – krijgen door de grotere vrijheid de kans gewelddadige acties tegen de Kopten te organiseren.

  • Veel vrouwenorganisaties vrezen dat de relatief gunstige positie van vrouwen in Egypte zal verslechteren onder druk van conservatieve groeperingen.

  • Religieuze minderheden en vrouwen zijn extra kwetsbaar omdat de veiligheidssituatie is verslechterd door de ontmanteling van het politie- en veiligheidsapparaat, terwijl het leger niet goed is voorbereid op civiele orde-handhaving.

  • Mensenrechtenactivisten die mede de revolutie in gang hebben gezet zien onvoldoende mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de plannen van de overgangsregering.

2. Mensenrechtensituatie in het algemeen

De mensenrechtenambassadeur heeft de Nederlandse zorgen over het voortduren van mensenrechtenschendingen besproken met de Ministers van Justitie en Telecommunicatie en zijn collega bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze zorgen werden gedeeld. Daarnaast getuigden gesprekspartners ook van de bereidheid om verdere hervormingen door te voeren. Op dit moment wordt onder meer gewerkt aan de ratificatie van een aantal belangrijke mensenrechtenverdragen, zoals die van het Rome Statuut (ICC), het optionele protocol van het VN marteling verdrag en het VN-verdrag inzake vrijwillige verdwijningen.

Mede naar aanleiding van een bericht dat een militaire rechtbank op 16 mei 2011 vier personen, waaronder een minderjarige jongen, die een vrouw hadden ontvoerd en aangerand ter dood heeft veroordeeld is gevraagd naar het optreden van militaire rechtbanken. Gesprekspartners wezen op de nog bestaande noodwet waarbij militaire rechtbanken de bevoegdheid hebben om recht te spreken over zowel militaire als civielrechtelijke zaken. De zaak van de minderjarige zou in hoger beroep zeker afgewezen worden gelet op eigen wetgeving en de verplichtingen van Egypte aan het VN kinderrechtenverdrag. Ook zou een aantal andere gevangenisstraffen, die eerder door militaire rechtbanken waren opgelegd aan demonstranten na de revolutie, inmiddels zijn omgezet in voorwaardelijke straffen. Volgens gesprekspartners bestaat er grote maatschappelijke acceptatie van de inzet van militaire rechtbanken als een tijdelijke noodmaatregel in een bestaand veiligheidsvacuüm.

3. Vrijheid van meningsuiting inclusief internetvrijheid

In zijn gesprek met de Minister van Justitie, de heer Mohammed Guindi, heeft de mensenrechtenambassadeur expliciet zijn zorg uitgesproken over de veroordeling door een militair tribunaal van de blogger Mikael Nabil. Zonder nader op deze zaak in te gaan erkende hij de zorgen over het optreden van de tribunalen, dit moest echter gezien worden als onderdeel van een transitieproces, aldus de Minister.

In het gesprek met de Minister van Telecommunicatie (de heer Maged Osman, tevens belast met nieuwe media) werd duidelijk dat Egypte op dit moment werkt aan de totstandkoming van nieuwe mediawetgeving, inclusief internetvrijheid: de «Freedom of Communication Act». Deze hervormingsgezinde Minister toonde zich zeer geïnteresseerd in discussies – op zowel multilateraal terrein als in de eigen samenleving – over het belang van internet en de sociale en nieuwe media voor het bevorderen van vrijheid van meningsuiting.

4. Vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing

Het recente geweld tegen christenen is in alle gesprekken aan de orde gesteld. Vele gesprekspartners wezen er op dat voorkomen moet worden dat radicale krachten door sektarisch geweld de maatschappelijke spanningen verder opvoeren. Daarnaast werd benadrukt dat het geweld niet alleen christenen treft, maar vele religieuze minderheden of andersgezinden, zoals sufi’s, zij het in mindere mate.

In het gesprek met de Minister van Justitie werd vernomen dat de nieuwe wetgeving voor de bouw van gebedshuizen op zeer korte termijn vastgesteld zou worden. Volgens de Minister komt daarmee een eind aan discriminatoire praktijken bij het verlenen van bouwvergunningen. De Minister bevestigde dat de spanningen op dit moment gevoed worden door de onzekerheid en toegenomen onveiligheid in het land. Het late ingrijpen door het leger bij de aanval op de Koptische kerk in de Kaireense wijk Imbaba ondermijnt ook het vertrouwen dat de samenleving in de Egyptische regering zou moeten hebben om verdere sektarische spanningen en onverdraagzaamheid te voorkomen. Het Egyptische veiligheidsapparaat was sinds de revolutie niet meer op sterkte. Hierdoor was het voor de Egyptische autoriteiten moeilijker de orde te handhaven en religieuze minderheden te beschermen. Het zou onmogelijk zijn om op dit moment elke kerk, of ander gebedshuis, in Egypte te voorzien van een aantal soldaten, aldus de minister.

5. Vrouwenrechten

Het bevorderen van vrouwenrechten en het belang van een inclusieve benadering bij de democratische ontwikkelingen in het land stond eveneens centraal in de gesprekken. Het bericht vlak voorafgaand aan het bezoek van de mensenrechtenambassadeur dat geen quota voor vrouwenparticipatie aan de verkiezingen gebruikt zou worden, naast toenemende signalen vanuit conservatieve gelederen dat alle «Suzanne Mubarak» wetten (inclusief de Family Law) herzien dienen te worden, toonde geen positieve aanzet. Gesprekspartners aan de zijde van de interim-regering waren echter zeer duidelijk over het herzien van deze wetten («geen sprake van») en lieten zich in positieve bewoordingen uit over het belang van het versterken van de positie van vrouwen. Het recente besluit om de «National Women’s Council» te her installeren met vernieuwde (hervormingsgezinde-) gezichten valt in dit kader te plaatsen.

6. Nederlandse activiteiten

Nederland is een actieve speler op mensenrechtenterrein in Egypte, welke rol en inzet door vele partners wordt gewaardeerd. Daarnaast stimuleert Nederland actieve betrokkenheid van de EU en de VN bij het transitieproces van het land.

Het bevorderen van vrijheid van meningsuiting en internetvrijheid, vrouwenrechten en de vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing zijn prioritaire aandachtsgebieden voor Nederland. Over de wijze waarop Nederland hieraan uitvoering geeft, is de Tweede Kamer geïnformeerd, onder meer via de notitie « Verantwoordelijk voor Vrijheid» en de brief over de inzet van de Nederlandse regering in de Arabische regio.