Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201932735 nr. 209

32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid

Nr. 209 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 september 2018

Tijdens het ordedebat van 11 september jl. verzocht het lid Kuzu (DENK) mij om de Kamer middels een brief te informeren over de mensenrechtensituatie in Xinjiang (China) (Handelingen II 2017/18, nr. 107, Regeling van werkzaamheden). De aanleiding voor dit verzoek was het rapport van Human Rights Watch «Eradicating Ideological Viruses»1 dat eerder deze maand werd gepubliceerd. In deze brief schets ik kort de ontwikkelingen in Xinjiang, de appreciatie van dit kabinet en de acties die dit kabinet tot dusver heeft ondernomen om de situatie te adresseren.

Ontwikkelingen in Xinjiang

Sinds de jaren ’90 is er vrijwel doorlopend sprake van spanningen tussen Oeigoeren en de Han-Chinese bevolking, soms uitmondend in onrust, geweld en terroristische aanslagen. De Chinese overheid vindt dat wat zij de «three evils forces» in Xinjiang noemt, te weten terrorisme, extremisme en separatisme, met grote daadkracht moet worden bestreden.

De afgelopen twee jaar is de politieaanwezigheid in Xinjiang, en de daarbij behorende infrastructuur, fors opgeschroefd. In 2017 werden ruim 70.000 vacatures gepubliceerd voor politie- en veiligheidsfuncties.2 Dat is een verdubbeling ten opzichte van 2016 en tien keer zoveel als het jaargemiddelde in de periode 2006 t/m 2015.3 De politiepresentie neemt de vorm aan van een grid-systeem, waarbij om de paar straten zgn. «convenience police stations» zijn ingericht.4 Op vliegvelden, pleinen, winkelcentra en langs snelwegen dienen Oeigoeren door identiteits- en veiligheidscontroles te gaan, o.a. met behulp van gezichtsherkenningsapparatuur. Ook kan de politie met behulp van apparatuur de inhoud van telefoons controleren.5 Inwoners dienen verplicht een door de overheid ontwikkelde applicatie op hun telefoon te installeren zodat de autoriteiten de inhoud kunnen monitoren. Tot slot worden bij inwoners tussen de 12 en 65 jaar DNA, vingerafdrukken en irisscans afgenomen.6

Als gevolg van deze veiligheids- en surveillancemaatregelen is er sprake van een scherpe toename in het aantal arrestaties. De afgelopen vijf jaar werden er 306% meer mensen gearresteerd dan in de vijf jaar daarvoor. 70% van de arrestaties in de afgelopen vijf jaar vond plaats in 2017.7

Buiten het strafrechtelijk systeem om bestaan er zorgen over zogenaamde politieke heropvoedingscentra, waarin naar schatting enkele honderdduizenden tot mogelijk een miljoen – overwegend Oeigoerse maar ook Kazachse en Kirgizische – moslims vastzitten. De Chinese overheid ontkent het bestaan van politieke heropvoedingscentra en geeft aan dat er veeleer sprake is van professionele training voor kleine criminelen om arbeidsperspectieven te vergroten. Tegelijkertijd zijn onafhankelijke experts niet welkom in Xinjiang om dit te verifiëren. Dat de centra bestaan en dat er sprake kan zijn van fysieke en verbale mishandeling en politieke indoctrinatie, blijkt uit interviews met ex-gedetineerden, satellietfoto’s en openbare informatie over aanbestedingen en vacatures.8

Voor de rest van de inwoners van Xinjiang is de ruimte voor religieuze activiteiten de afgelopen jaren steeds verder ingeperkt.9 Deelname aan religieuze activiteiten kan grond zijn om opgenomen te worden in een heropvoedingscentrum.10 Ook is er op sommige plaatsen sprake van speciale teams die wekelijks langs huizen gaan, of tijdelijk thuis bij de mensen verblijven, om gezinnen te controleren op illegale activiteiten en bezittingen. Contact met familieleden in het buitenland kan leiden tot ondervraging of detentie, waardoor sommige families hiervan afzien.11

Appreciatie van dit kabinet

Het kabinet maakt zich ernstige zorgen over de mensenrechtensituatie in Xinjiang.

Vrijheid van religie en levensovertuiging is één van de prioriteiten binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Het is duidelijk dat dit recht, naast het recht op een eerlijk proces en privacy, in Xinjiang onder zware druk staat. De berichtgeving over grootschalige internering van Oeigoeren en andere minderheden in heropvoedingscentra is tevens zorgwekkend. Bovendien is er volgens een aantal berichten sprake van fysieke en verbale mishandeling.

Het kabinet onderkent dat streven naar veiligheid en stabiliteit en het voorkomen van radicaliseren en terroristische aanslagen legitieme doelen zijn. China is echter gebonden aan internationale mensenrechtenverdragen zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (door China getekend maar nog niet geratificeerd), het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie en het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing. Het kabinet is van mening dat de Chinese overheid, in het licht van toenemende, geloofwaardige berichtgeving over de onderdrukking van moslimminderheden in Xinjiang, meer openheid dient te geven over de situatie daar en direct een einde dient te maken aan praktijken die in strijd zijn met internationale verdragen.

Het beleid in Xinjiang is ook voor Europese burgers, met name die van Oeigoerse afkomst, merkbaar. Verschillende landen maken melding van Oeigoerse onderdanen die op reis in China (op westers paspoort) worden opgepakt. Tevens zetten Chinese autoriteiten druk op familieleden van Oeigoeren die nog in Xinjiang wonen, bijvoorbeeld om geen contact meer te hebben met Oeigoeren in het buitenland, of om familieleden aan te sporen terug te keren naar China.

Ook de Nederlandse overheid heeft signalen ontvangen van burgers die zich zorgen maken over hun familieleden in Xinjiang, of die door de Chinese autoriteiten onder druk worden gezet om persoonsgegevens te delen. Het kabinet vindt buitenlandse inmenging in Nederland volstrekt onwenselijk, zoals ook medegedeeld in de kamerbrief van Minister Grapperhaus en Minister Ollongren (16 maart 2018).12 De brief beschrijft de maatregelen die dit kabinet neemt om de weerbaarheid tegen inmenging te verhogen. Wanneer sprake is van strafbare gedragingen, zoals intimidatie, bedreiging of geweld, roept het kabinet Nederlanders op om altijd aangifte te doen. Dit kan ook anoniem. De lokale driehoeken zullen in voorkomende gevallen ook gevraagd worden alert te zijn op onrusten en verstoringen van de openbare orde als gevolg daarvan.

Interventies tot nu toe

Het kabinet stelt mensenrechten bij elke bilaterale gelegenheid aan de orde. Op 17 september jl. sprak ik met Wang Chao, de Chinese viceminister van Buitenlandse Zaken. In dat gesprek heb ik de zorgen van dit kabinet over Xinjiang uitgesproken. Op 20 juni jl. heeft de mensenrechtenambassadeur de situatie in Xinjiang uitgebreid aangekaart tijdens de bilaterale mensenrechtendialoog. De mensenrechten zijn tevens op 20 mei jl. ter sprake gekomen in mijn gesprek met Minister Wang Yi bij de G20 bijeenkomst voor ministers van Buitenlandse Zaken. Premier Rutte noemde het belang van mensenrechten en vrijheid van religie en levensovertuiging in zijn gesprek met premier Li Keqiang op 12 april jl.

Op 7 februari jl. stelde mijn voorganger Minister Zijlstra in zijn gesprek met Minister Wang Yi de situatie in Xinjiang aan de orde. Onze ambassade in Peking heeft eerder dit jaar samen met een aantal andere landen een verzoek ingediend om de situatie bij het Chinese Ministerie van Buitenlandse Zaken aan te kaarten. Dit verzoek is afgewezen.

Ook binnen de EU maakt Nederland zich sterk om de mensenrechtensituatie in Xinjiang op de agenda te houden. Mede dankzij die inzet sprak de EU zich zowel in de VN Mensenrechtenraad van juni als die van september uit over de uitbreiding van heropvoedingscentra in Xinjiang. Die aandacht heeft ook effect. VN mensenrechtencommissaris Bachelet heeft op 10 september jl. haar grote zorg uitgesproken over de detentie van Oeigoeren en andere Moslimgemeenschappen in zogeheten heropvoedingscentra en heeft de Chinese overheid daarbij opgeroepen om haar staf toegang te verlenen tot o.a. Xinjiang.

Tot slot draagt Nederland via het Mensenrechtenfonds bij aan het verbeteren van de mensenrechtensituatie in China, inclusief de situatie van etnische en religieuze minderheden waaronder ook Oeigoeren. Omwille van de veiligheid van projectpartners kan niet op nadere details worden ingegaan.

Ik hoop uw Kamer hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok