Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232733 nr. 67

32 733 Beleidsbrief Defensie

Nr. 67 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juni 2012

Graag voldoe ik met deze brief aan het verzoek van de vaste commissie voor Defensie om een reactie op het factsheet Marinierskazerne Vlissingen van de provincie Zeeland.

De Commissaris van de Koningin in de provincie Zeeland en ik hadden de werkgroep Marinierskazerne Zeeland de opdracht gegeven de mogelijkheden te onderzoeken voor de bouw van een marinierskazerne in de provincie Zeeland, ter vervanging van de Van Braam Houckgeestkazerne in Doorn en het Logistiek Complex Maartensdijk. Aan de werkgroep is niet gevraagd een vergelijking te maken tussen beide alternatieven. Dat is in het rapport van de werkgroep dan ook niet gebeurd.

De vergelijking in de factsheet van beide locaties naar kenmerken en naar mogelijkheden voor oefening en training kan ik in het algemeen onderschrijven: deze kwalificaties staan ook in het rapport van de werkgroep of in mijn brief.

Met betrekking tot de financiën heb ik in mijn brief over de Marinierskazerne Vlissingen van 10 april 2012 (Kamerstuk 32 733, nr. 59) gekozen voor een terughoudende benadering inzake mogelijke opbrengsten en besparingen. De in het rapport van de werkgroep opgenomen raming voor de verkoopopbrengsten en EU-subsidies laat ik in mijn brief buiten beschouwing aangezien daar nog afspraken over moeten worden gemaakt met het ministerie van Financiën.

Bij de «Besparing reeds becijferd van € 27 miljoen» merkt de provincie Zeeland in haar factsheet terecht op: «pas onderzocht na oplevering van het rapport». Het betreft daarmee mogelijk een besparing op de investering zoals door mij aangegeven in de brief van 10 april 2012. Bij de component flexibel bouwen teken ik aan dat indien toepassing hiervan voor de Marinierskazerne in Zeeland inderdaad tot besparing leidt, het aannemelijk is dat ook bij de herstructurering van de Van Braam Houckgeestkazerne een soortgelijke besparing mogelijk zou moeten zijn. Hierin lijkt de vergelijking niet volledig. Bij het voor «saldo opbrengst Maartensdijk en correcties» genoemde bedrag heb ik geen opmerkingen. Ten slotte is relevant te melden dat het Structuur- en Ontwikkelingsplan voor de Van Braam Houckgeestkazerne is opgesteld in 2009: voor een vergelijking zou het prijspeil moeten worden aangepast.

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen