32 701 Intrekking van de Wet werk en inkomen kunstenaars

Nr. 26 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 februari 2012

Op 14 februari jl. heeft in de Kamer een VAO plaatsgevonden over de Handelingen II 2011/12, nr. 53, behandeling verslag algemeen overleg over de tijdelijke regeling uitkering aan voormalige WWIK-gerechtigden.

Naar aanleiding van een motie van mevrouw Peters c.s. (32 701, nr. 25), over het in stand houden van flankerend beleid, heb ik aangegeven mijn definitieve oordeel hierover schriftelijk te geven na overleg met de Staatssecretaris van OCW. Deze brief voorziet hierin.

Naar aanleiding van bedoeld overleg, dat inmiddels heeft plaatsgevonden, ontraad ik de motie. De redenen hiervoor worden hieronder toegelicht.

Per 1 januari jl. is de intrekkingswet van de WWIK van kracht geworden. In de intrekkingswet van de WWIK is bepaald dat er middelen beschikbaar blijven om ondernemerschap in de culturele sector te stimuleren. Het Ministerie van OCW gaat over de inzet van deze middelen, waarvoor jaarlijks € 3,4 miljoen beschikbaar is.

Voor 2012 is genoemd bedrag door de Staatssecretaris van OCW als volgt verdeeld.

Een bedrag van € 1,8 miljoen wordt beschikbaar gesteld aan de stichting Cultuur en Ondernemen. Hiervan is € 800 000 specifiek bestemd voor loopbaanbegeleiding, coaching, mentoring en adviestrajecten voor beroepskunstenaars en creatieven.

Net als onder de WWIK kunnen kunstenaars die gebruik maken van de overgangsregeling een beroep doen op deze ondersteuning. Overigens kunnen deze kunstenaars gedurende heel 2012 ook, onder dezelfde voorwaarden als andere kunstenaars, gebruik maken van de overige faciliteiten die door de stichting Cultuur en Ondernemen worden uitgevoerd in het kader van bovenstaande beschikking.

De staatssecretaris van OCW heeft de Tweede Kamer toegezegd medio mei te informeren over de inzet van het overige budget van € 1,6 miljoen (€ 3,4 miljoen minus € 1,8 miljoen in de beschikking aan de stichting Cultuur en Ondernemen).

Tenslotte merk ik op dat de voorziene campagne rondom de Geefwet, waarnaar mevrouw Peters tijdens het VAO informeerde, niet wordt gefinancierd uit het budget van € 3,4 miljoen ter bevordering van ondernemerschap in de culturele sector.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, P. de Krom

Naar boven