Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201532698 nr. 17

32 698 Hoogwaterbeschermingsprogramma

Nr. 17 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 september 2014

Hierbij bied ik u de zesde voortgangsrapportage (VGR6) van het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP-2) aan, met peildatum 30 juni 20141.

Het programma ligt goed op koers, mede doordat de kwaliteit van de beheersing over de hele linie is toegenomen. In de rapportageperiode is de realisatie van project Noorderstrand Schouwen door de aannemer afgerond. Per 30 juni 2014 zijn hiermee 16 projecten in realisatie en wordt bij 12 projecten gewerkt aan de afronding van de planstudiefase. De overige 60 projecten zijn gerealiseerd.

Vooruitkijkend lijkt een aantal versnellingen in projecten gerealiseerd te kunnen worden. Het project Spui Oost wordt versneld en kan naar verwachting in het eerste kwartaal van 2017 worden opgeleverd. Hierdoor resteren nu vier projecten (ten opzichte van vijf projecten die sinds de basisrapportage zijn gerapporteerd) waarvoor is voorzien dat de werkzaamheden na 2017 worden afgerond.

Er tekenen zich op basis van enkele prognoses ook te verwachten vertragingen af. Op basis van de verwachtingen van de beheerder houd ik er rekening mee dat het project hoogwaterkering Den Oever ook na 2017 wordt afgerond. Het op tijd realiseren van de projecten zal een extra inspanning van zowel Rijk als waterschappen vergen en de komende periode ook extra aandacht krijgen.

In het jaarlijks bestuurlijk overleg van 19 mei jongstleden hebben de Stuurgroep HWBP-2 en de portefeuillehouders van de beheerders samen de goede voortgang in het programma en de ontwikkeling in de samenwerking besproken. Daarbij wordt geconstateerd dat de planning en raming van de projecten en van het programma wel blijvend aandacht vragen van alle betrokken partijen. De nadruk ligt hierbij op de projecten waarvan het einde van de realisatie in 2016 en in dan wel na 2017 is voorzien.

Financiën

Het budget bedraagt op 30 juni 2014 3.218 miljoen euro en is daarmee niet gewijzigd ten opzichte van VGR5. De programmaraming is in de verslagperiode per saldo met 162 miljoen euro afgenomen en bedraagt op 30 juni 2014 2.944 miljoen euro. Deze netto afname komt voort uit het saldo van wijzigingen in projectramingen (–110 miljoen euro), en bijstellingen aan programma onvoorzien (–52 miljoen euro). Het voorgaande resulteert op dit moment in een positieve spanning tussen budget en raming van 274 miljoen euro.

Per 30 juni 2014 is 1.662 miljoen euro verplicht; daarvan is 1.165 miljoen euro aan uitgaven gerealiseerd.

Meevallers en risicoreserveringen binnen HWBP-2

Ten tijde van de basisrapportage heeft er in 2011 een algehele financiële herijking van het HWBP-2 plaatsgevonden en zijn de programmaraming en het programmabudget met elkaar in overeenstemming gebracht. Vanaf 2012 tekent zich consequent een positieve spanning (vrije ruimte) tussen budget en raming af.

In deze verslagperiode is in dit licht een analyse van de risicoreserveringen en de mee- en tegenvallers in de projecten uitgevoerd, met als doel een besluit mogelijk te maken over eventuele overheveling van middelen uit HWBP-2 ten bate van het Deltafonds en daarbinnen het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Uit deze analyse volgt dat er door beheerste uitvoering, slimme oplossingen, innovatie en marktwerking daadwerkelijk substantiële meevallers te verwachten zijn.

In het kader van de financiering van de nieuwe waterveiligheidsnormen heb ik op 18 juni 2014 met de Unie van Waterschappen afgesproken om eventueel vrijvallende middelen uit het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma tot 2028 naar rato van de bijdrage van Rijk en waterschappen toe te voegen aan het budget voor het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma om zo het investeringsniveau van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma stapsgewijs te verhogen.

De middelen die vrijvallen uit het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma zijn voor een derde door de waterschappen ingebracht en voor twee derde door het Rijk. De middelen die door de waterschappen zijn ingebracht worden op basis van 50/50 afspraak toegevoegd aan het budget van het nieuwe Hoogwaterbeschermingsprogramma, conform het Bestuursakkoord Water. Dat betekent dat het Rijk eenzelfde deel inlegt als de waterschappen. Het resterende deel van de vrijvallende rijksmiddelen blijft beschikbaar voor de waterveiligheidsopgave binnen het Deltafonds.

Tijdens het AO Waterveiligheid van 19 juni 2014 (Kamerstuk 27 625, nr. 328) heb ik aangegeven voorzichtig optimistisch te zijn over de mogelijke overheveling per begroting 2016 en hier bij VGR6 op terug te komen.

In samenspraak met de bestuurlijke partners binnen het HWBP-2 heb ik gezocht naar een verantwoorde overheveling van budget per 2016. Ik baseer de besluitvorming over overheveling van budget uitsluitend op gerealiseerde en te verwachten «harde projectmeevallers» (meevallers van afgerekende projecten), waarbij ik op dit moment vooruitkijk tot eind 2016. Ik acht het samen met mijn bestuurlijke partners op dit moment nog niet verantwoord om verder vooruit te kijken en om risicoreserveringen op programmaniveau af te bouwen. Dit gezien het resterend financieel volume, de complexiteit van de resterende opgave en de risico’s die daaruit volgend nog gedragen moeten worden.

Op basis van de cijfers in VGR6 heb ik het voornemen om in de ontwerpbegroting voor 2016 een bedrag van circa 150 miljoen euro uit het budget van HWBP-2 over te hevelen. De exacte omvang van de overheveling zal ik baseren op de cijfers behorend bij VGR7. Budgettaire verwerking daarvan zal plaatsvinden in de ontwerpbegroting voor 2016.

Project specifieke zaken

In de rapportageperiode heb ik voor het project Houtribdijk het MIRT 2 besluit genomen en hiermee is het voorkeursalternatief vastgesteld. Ik heb gekozen voor een oplossing met zand en breuksteen die goedkoper is dan een traditionele dijkversterking. Hiermee is het project binnen de budget randvoorwaarden gebracht.

Er is inmiddels overeenstemming over het voorkeursalternatief voor het project Ipensloter en Diemerdammersluis. Het hoogheemraadschap Amstel Gooi en Vecht stelt de stukken hiervoor op, waarmee het laatste voorkeursbesluit binnen het HWBP-2 kan worden genomen.

Voor het project Zwakke Schakels Noord Holland wordt de in de vorige Voortgangsrapportage aangekondigde mogelijke versnelling in de uitvoering daadwerkelijk gerealiseerd.

Kort na de peildatum is bestuurlijk overeenstemming bereikt over het voorontwerp projectplan voor de Markermeerdijken Hoorn-Edam-Amsterdam. Het innovatieproject Dijken op Veen is in een vergevorderd stadium. Het plan- en aanbestedingsproces wordt sterker met elkaar vervlochten, waarbij geprobeerd wordt om de uitkomsten van Dijken op Veen maximaal te verzilveren. De afronding van het project in 2021 geldt onverminderd als uitgangspunt.

Beheersing en kwaliteitsborging

In de rapportageperiode is de versterking van de programmabeheersing verder voortgezet, waarbij de aanbevelingen van de Auditdienst Rijk bij VGR4 leidend zijn geweest. Ik zie de rapportage van de Auditdienst Rijk bij VGR6 met vertrouwen tegemoet.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.