Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 26 augustus 2010 en het nader rapport d.d. 16 februari 2011,
aangeboden aan de Koningin door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 19 juli 2010, no.10.002057, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken,
bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden,
ten behoeve van Aruba, en het Koninkrijk Noorwegen inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen; Parijs,
10 september 2009 (Trb. 2009, 163), met toelichtende nota.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 19 juli 2010, nr. 10.002057, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling
advisering van de Raad van State van het Koninkrijk haar advies inzake het bovenvermelde Verdrag rechtstreeks aan mij te doen
toekomen. Dit advies, gedateerd 26 augustus 2010, nr. W02.10.0331/II/K, bied ik U hierbij aan.
Het Verdrag ziet op de uitwisseling van informatie met het oog op de belastingheffing. De Raad van State van het Koninkrijk
onderschrijft de goedkeuring van het Verdrag, maar plaatst daarbij enige kanttekeningen.
1. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
In artikel 3, tweede lid, van het Verdrag staat dat het Verdrag ook van toepassing is op alle in wezen gelijksoortige belastingen
die na de datum van ondertekening van dit Verdrag naast of in plaats van de bestaande belastingen worden geheven, mits de
bevoegde autoriteiten zulks overeenkomen. De toelichtende nota vermeldt hierover dat «belastingen die na de inwerkingtreding
van dit Verdrag worden ingevoerd en die in wezen gelijksoortig zijn met of ter vervanging dienen van de in dit artikel genoemde
belastingen, eveneens onder de reikwijdte van dit Verdrag vallen». In de toelichtende nota ontbreekt de verdragsrechtelijke
voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten dit moeten overeenkomen.
De Raad adviseert de toelichtende nota op dit punt aan te vullen.
1. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
De toelichting op artikel 3 is aangevuld, conform het advies van de Afdeling advisering van de Raad.
2. Begripsomschrijvingen
Anders dan gebruikelijk wordt in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Verdrag onder «Aruba» niet mede begrepen het
gebied buiten de territoriale wateren waar Aruba jurisdictie uitoefent.
De Raad adviseert in de toelichtende nota in te gaan op de reden voor deze afwijkende bepaling.
2. Begripsomschrijvingen
In reactie op het advies van de Afdeling advisering van de Raad wordt opgemerkt dat de definitie die wordt gehanteerd in het
verdrag de standaarddefinitie van Aruba is, zoals deze al enkele jaren wordt gebruikt.
3. Spontane informatie-uitwisseling
Artikel 6 van het Verdrag bevat de mogelijkheid (niet de verplichting) spontaan informatie uit te wisselen. Blijkens de toelichtende
nota is dit artikel op verzoek van Aruba in het Verdrag opgenomen, bijvoorbeeld voor gevallen waarin het vermoeden bestaat
dat in het andere land belastinginkomsten worden misgelopen. In die gevallen kunnen gegevens spontaan aan het andere land
worden medegedeeld. Behoudens de algemene bepalingen van de artikelen 1 tot en met 4 van het Verdrag, bevat het Verdrag geen
nadere voorwaarden, waarborgen of beperkingen bij deze spontane gegevensverstrekking. In de toelichtende nota is niet uiteengezet
welke de wettelijke1 voorwaarden en beperkingen zijn waaraan de spontane informatie-uitwisseling moet voldoen.
De Raad adviseert hier in de toelichtende nota op in te gaan.
3. Spontane informatie-uitwisseling
De toelichting op artikel 6 is aangevuld, in aanmerking genomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad.
4. Kosten
Artikel 10 van het Verdrag regelt de verdeling van kosten die zijn verbonden aan de uitwisseling van informatie. Tenzij de
bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen anders overeenkomen, geldt de volgende verdeling.
a. «Ordinary» costs («gewone» kosten in de Nederlandse vertaling van het Verdrag): deze kosten worden gedragen door de aangezochte
partij.
b. «Extraordinary» costs («buitengewone» kosten in de Nederlandse vertaling van het Verdrag), daaronder begrepen redelijke kosten
voor het inschakelen van externe adviseurs: deze kosten worden gedragen door de verzoekende partij.
c. «Significant» costs («aanmerkelijke» kosten in de Nederlandse vertaling van het Verdrag): indien de kosten naar aanleiding
van een specifiek verzoek naar verwachting aanmerkelijk zullen zijn, vindt vooraf overleg plaats tussen de bevoegde autoriteiten.
De Raad merkt op dat in de toelichting op artikel 10 van het Verdrag de kostencategorieën b en c met elkaar worden verward.
De Raad adviseert de toelichtende nota in overeenstemming te brengen met de tekst van het Verdrag.
4. Kosten
De toelichting op artikel 7 is aangepast, conform het advies van de Afdeling advisering van de Raad.
5. Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
5. Redactionele kanttekening
Aan de redactionele kanttekening is gevolg gegeven.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide
kamers der Staten-Generaal en aan de Staten van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk,
H. D. Tjeenk Willink
Ik moge U verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende
nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over
te leggen aan de Staten van Aruba.
De minister van Buitenlandse Zaken,
U. Rosenthal
Bijlage bij het advies van de Raad van State van het Koninkrijk betreffende no.W02.10.0331/II/K met een redactionele kanttekening
die de Raad in overweging geeft.