Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 26 augustus 2010 en het nader rapport d.d. 16 februari 2011,
aangeboden aan de Koningin door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Raad van State is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 19 juli 2010, no.10.002026, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken,
bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag ter bevordering van de economische betrekkingen
tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Regering van IJsland; Parijs, 10 september 2009 (Trb. 2009, 184 en Trb. 2010, 144), met toelichtende nota.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 19 juli 2010, nr. 10.002026, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling
advisering van de Raad van State van het Koninkrijk haar advies inzake het bovenvermelde Verdrag rechtstreeks aan mij te doen
toekomen. Dit advies, gedateerd 26 augustus 2010, nr. W02.10.0314/II/K, bied ik U hierbij aan.
Het Verdrag is erop gericht de economische betrekkingen te bevorderen. De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft
de goedkeuring van het Verdrag, maar plaatst daarbij enige kanttekeningen.
1. Begripsomschrijvingen
Anders dan gebruikelijk, wordt in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Verdrag onder «Aruba» niet mede begrepen het
gebied buiten de territoriale wateren waar Aruba jurisdictie uitoefent.
De Raad adviseert in de toelichtende nota in te gaan op de reden voor deze afwijkende bepaling.
1. Begripsomschrijvingen
In reactie op het advies van de Afdeling advisering van de Raad wordt opgemerkt dat de definitie die wordt gehanteerd in het
verdrag de standaarddefinitie van Aruba is, zoals deze al enkele jaren wordt gebruikt.
2. Woonplaats
Artikel 2 van het Verdrag stemt overeen met artikel 4 van het OESO-modelverdrag. Niettemin wijkt de toelichting op artikel
2 van het Verdrag af van de bedoeling van artikel 4 van het OESO-modelverdrag. Zo is de bedoeling van de met artikel 2, eerste
lid, laatste volzin, van het Verdrag overeenkomende zin uit het modelverdrag – anders dan de toelichtende nota aangeeft –
om lichamen die slechts beperkt aan belasting zijn onderworpen (bijvoorbeeld buitenlands belastingplichtigen) van inwonerschap
uit te sluiten.
De Raad adviseert de toelichting op artikel 2 van het Verdrag aan te passen en daarbij aan te geven of het de bedoeling van
beide partijen is dat voor de betekenis van artikel 2 aansluiting wordt gevonden bij de betekenis van het OESO-modelverdrag.
2. Woonplaats
De toelichting op artikel 2 is aangevuld, in aanmerking genomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad.
3. Inkomsten uit vaste inrichtingen
In artikel 3 van het Verdrag is het begrip «vaste inrichting» niet gedefinieerd. Daarmee rijst de vraag of het de bedoeling
is dat voor dit begrip wordt aangesloten bij de gangbare definitie van het OESO-modelverdrag of dat partijen vrij zijn hier
een eigen betekenis aan toe te kennen.
De Raad adviseert de toelichtende nota op dit punt aan te vullen.
3. Inkomsten uit vaste inrichtingen
De toelichting op artikel 3 is aangepast, in aanmerking genomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad.
4. Dividenden
In de toelichting op artikel 4 van het Verdrag staat: «moederondernemingen die een 100% deelneming houden in [….] dochteronderneming
en waaruit zij dividenduitkeringen ontvangen, worden vrijgesteld van de [….] belastingen op die uitkeringen».
De Raad wijst op een tweetal verschillen tussen deze passage en de tekst van artikel 4 van het Verdrag. In de eerste plaats
behoeft de moeder geen «onderneming» te zijn, maar kan het ook gaan om een «lichaam»/niet onderneming. In de tweede plaats
geldt als voorwaarde dat de dividendvrijstelling van toepassing is bij 100% van het aantal stemmen (100 per cent of the voting
power). De dividendvrijstelling kan dus ook van toepassing zijn bij een minder dan 100% deelneming.
De Raad adviseert de toelichtende nota op deze punten aan te passen.
4. Dividenden
De toelichting op artikel 4 is aangepast, in aanmerking genomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad.
5. Duur en beëindiging
Ingevolge artikel 7 van het Verdrag geldt het Verdrag voor een tijdvak van tien jaar. Artikel 9 van het Verdrag daarentegen
stelt dat het Verdrag van kracht blijft totdat het, met inachtneming van een zesmaandsperiode, door een van beide partijen
wordt beëindigd. Het is niet duidelijk of het Verdrag ingevolge artikel 9 toch binnen het tijdvak van tien jaar – of binnen
een verlengd tijdvak – kan worden opgezegd (mits maar de zesmaandsperiode in acht is genomen).
De Raad adviseert om in de toelichtende nota aan te geven hoe de artikelen 7 en 9 van het Verdrag zich tot elkaar verhouden.
5. Duur en beëindiging
De toelichting op artikel 7 is aangepast, in aanmerking genomen het advies van de Afdeling advisering van de Raad.
6. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
6. Redactionele kanttekeningen
Aan de redactionele kanttekeningen is gevolg gegeven.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide
kamers der Staten-Generaal en aan de Staten van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk,
H. D. Tjeenk Willink
Ik moge U verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende
nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over
te leggen aan de Staten van Aruba.
De minister van Buitenlandse Zaken,
U. Rosenthal
Bijlage bij het advies van de Raad van State van het Koninkrijk betreffende no.W02.10.0314/II/K met redactionele kanttekeningen
die de Raad in overweging geeft
– In de toelichting op de artikelen 2, tweede lid, en 6, tweede lid, van het Verdrag tot uitdrukking brengen dat het in die
leden om een inspanningsverplichting («shall endeavour») gaat.
– In de toelichting op artikel 5 van het Verdrag het woord «grotendeels» schrappen, in overeenstemming met de tekst van de artikelen
3, 4 en 5 van het Verdrag.