32 678 Defensie Materieel Organisatie (DMO)

Nr. 13 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 oktober 2011

Tijdens het algemeen overleg Integriteitsschendingen van 9 maart jl. (Kamerstuk 32 678, nr. 9) heb ik een onafhankelijk onderzoek toegezegd naar het functioneren van het stelsel van integriteitszorg bij Defensie. Hierbij bied ik u het rapport Commissie Integriteitszorg Defensie aan.1 Het onderzoek is uitgevoerd door een commissie onder leiding van de voormalige Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, de luitenant-generaal b.d. De Veer.

De commissie heeft onderzoek gedaan naar het functioneren van het stelsel van integriteitszorg bij Defensie. Ook is gekeken naar de informatievoorziening over integriteitsschendingen aan de ambtelijke en politieke leiding. Verder heeft de commissie de behandeling van de integriteitsschendingen bij het centrum voor Automatisering van Missioncritical Systems – Force Vision (CAMS) en de toepassing van het beloningsstelsel aan een oordeel onderworpen.

De heer De Veer heeft met zijn commissie in korte tijd veel werk verzet. Ik ben hem daarvoor zeer erkentelijk. Zijn conclusies en aanbevelingen tonen aan dat Defensie ten aanzien van het onderwerp integriteit zich weliswaar op de goede weg bevindt maar dat er toch nog veel te doen is.

Het belang van integriteit is uitstekend verwoord in zijn aanbeveling «benader integriteit als een essentieel onderdeel voor het behalen van het beoogd (militair) resultaat». Ik sluit mij hier van harte bij aan. Blijvende aandacht voor een sociaal veilige werk- en leefomgeving is noodzakelijk. In deze tijd van reorganisaties bij Defensie heeft dit uitdrukkelijk de aandacht van commandanten en leidinggevenden.

Voor de behandeling van de begroting, die is voorzien eind november aanstaande, zal ik de Kamer een brief sturen waarin ik uitgebreid en gedetailleerd op de verschillende aanbevelingen inga en de wijze waarop ik daaraan gevolg zal geven.

De minister van Defensie,

J. S. J. Hillen


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven