32 667 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2009/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2009 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG teneinde de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap te verbeteren en uit te breiden (PbEU L 140) en de uitvoering van verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302) en verordening (EU) nr. 920/2010 van de Commissie van 7 oktober 2010 inzake een gestandaardiseerd en beveiligd registersysteem overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking nr. 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 270) (herziening EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten)

Nr. 9 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 27 mei 2011

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel 28 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het voorgestelde artikel 16.32 wordt als volgt gewijzigd:

1°. Het derde lid wordt vernummerd tot zesde lid.

2°. Na het tweede lid worden drie leden ingevoegd, luidende:

3. Een op grond van het eerste lid genomen besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten wordt toegezonden aan de Europese Commissie. Toezending vindt plaats gelijktijdig met of zo spoedig mogelijk na toezending van het besluit aan de aanvrager.

4. Indien het besluit naar aanleiding van de beoordeling door de Europese Commissie overeenkomstig de op grond van artikel 10bis, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten vastgestelde uitvoeringsmaatregelen niet behoeft te worden gewijzigd, wordt daarvan mededeling gedaan aan de aanvrager.

5. Indien het besluit naar aanleiding van de in het vierde lid bedoelde beoordeling geheel of gedeeltelijk moet worden gewijzigd, wijzigt Onze Minister het besluit met inachtneming van de door de Europese Commissie voorgestelde wijzigingen.

3°. In het zesde lid (nieuw) wordt «en omtrent de procedure» vervangen door: en kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de procedure.

b. Het voorgestelde artikel 16.34b wordt als volgt gewijzigd:

1°. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd:

aa. In onderdeel a vervalt «of gedeeltelijk».

ab. Aan het slot van onderdeel b vervalt «of».

ac. Na onderdeel b wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

c. indien de werking van een broeikasgasinstallatie gedeeltelijk wordt beëindigd,.

ad. Onderdeel c (oud) wordt geletterd d.

ae. Aan het slot van onderdeel d (nieuw) wordt na «verminderd» toegevoegd: , of.

af. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. indien de omstandigheid, bedoeld onder c, geheel of gedeeltelijk heeft opgehouden te bestaan.

2°. In het vierde lid wordt «De artikelen 16.26 tot en met 16.29» vervangen door: De artikelen 16.25 tot en met 16.29.

2. In onderdeel 37 wordt na de aanhef en voor onderdeel a een onderdeel ingevoegd, luidende:

a0. In het eerste lid, eerste volzin, wordt voor «bij of krachtens dit hoofdstuk» ingevoegd: bij de in artikel 15 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde verordening en.

3. Na onderdeel 37 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

37a. In artikel 16.39h, aanhef, wordt «16.12, tweede lid, aanhef en onder a» vervangen door: 16.11a, tweede lid, aanhef en onder a en c.

4. In onderdeel 47, onder a, wordt «alle personen die aan de projectactiviteit deelnemen, hun hoofdvestiging hebben» vervangen door: de projectdeelnemer zijn hoofdvestiging heeft.

B

Artikel I, onderdeel D, onderdeel 1, onder b, wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef komt te luiden: In het vijfde lid worden voor de huidige tekst twee volzinnen ingevoegd, luidende:.

2. Er wordt een volzin toegevoegd, luidende:

In afwijking van artikel 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht vangt de termijn voor het instellen van beroep tegen een besluit houdende kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten op grond van artikel 16.32, eerste lid, aan met ingang van de dag na die waarop aan de aanvrager een mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 16.32, vierde lid, dan wel met ingang van de dag na die waarop het overeenkomstig artikel 16.32, vijfde lid, gewijzigde toewijzingsbesluit is bekendgemaakt.

C

Artikel IV wordt als volgt gewijzigd:

1. De zinsnede «emissies van broeikasgassen die zijn veroorzaakt in de periode tot 1 januari 2013» wordt vervangen door: emissies van broeikasgassen, veroorzaakt in de periode tot 1 januari 2013,.

2. De zinsnede «zijn toegewezen» wordt vervangen door: zijn of worden toegewezen.

Toelichting

Deze nota van wijziging bevat een aantal technische verbeteringen van het wetsvoorstel. In de nota naar aanleiding van het verslag was al aangekondigd dat waarschijnlijk nog een nota van wijziging met een technisch karakter zou worden ingediend (Kamerstukken II 2010/11, 32 667, nr. 8).

Onderdelen A, onderdeel 1, onder a, en B

Het voorgestelde artikel 16.32 van de Wet milieubeheer regelt de kosteloze toewijzing van emissierechten aan zogenaamde nieuwkomers. Een dergelijk toewijzingsbesluit is een beschikking die wordt voorbereid met toepassing van hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht. Inmiddels is de inhoud van de uitvoeringsmaatregelen van de Commissie bekend. Daarin staat dat de toewijzing aan nieuwkomers verloopt met betrokkenheid van de Commissie op een wijze die vergelijkbaar is met de beoordeling door de Commissie van het nationale toewijzingsbesluit (zie de artikelen 16.30 en 16.30a van de Wet milieubeheer in het wetsvoorstel). In het wetsvoorstel zijn in het kader van het nationale toewijzingsbesluit enkele bijzondere voorzieningen opgenomen, waarmee de procedure bij de Commissie is ingebouwd in de nationale besluitvorming over toewijzing van emissierechten en waarbij onder meer een bijzondere regeling voor de aanvang van de beroepstermijn is opgenomen (artikel 20.1, vijfde lid). Vergelijkbare voorzieningen worden met deze nota van wijziging getroffen voor de toewijzing aan nieuwkomers. Dit heeft concreet geleid tot aanvulling van de artikelen 16.32 en 20.1. Met deze aanpassingen worden eventuele problemen in verband met de beslistermijn voor verzoeken van nieuwkomers voorkomen.

Onderdeel A, onderdeel 1, onder b

Het voorgestelde artikel 16.34b van de Wet milieubeheer in het wetsvoorstel regelt het wijzigen van toewijzingsbesluiten in geval van onder meer het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de werking van een broeikasgasinstallatie. Deze bepaling wordt in overeenstemming gebracht met de interpretatie van de richtlijn zoals die volgt uit de geharmoniseerde uitvoeringsmaatregelen van de Commissie op grond van artikel 10bis, eerste lid, van de gewijzigde richtlijn 2003/87/EG. Uit deze uitvoeringsmaatregelen blijkt onder meer dat een inrichting die na een gedeeltelijke beëindiging de bedrijfsactiviteiten weer opvoert, alsnog in aanmerking komt voor (meer) emissierechten, indien aan bepaalde, in die maatregelen aangegeven, voorwaarden is voldaan. Het nieuwe onderdeel e van het eerste lid voorziet hierin. In het vierde lid was abusievelijk verzuimd artikel 16.25 op te nemen in de opsomming van artikelen die van overeenkomstige toepassing zijn. artikel 16.25 ziet op de wijze van berekenen van het aantal emissierechten. artikel 16.34b wordt hiermee in overeenstemming gebracht met de andere artikelen van subparagraaf 16.2.1.3.2.

Onderdeel A, onderdeel 2

Deze aanvulling van artikel 16.39g, eerste lid, van de Wet milieubeheer bewerkstelligt dat het toetsingskader voor de verificateur ook bij het ETS voor luchtvaartactiviteiten wordt uitgebreid met de EG-verordening inzake verificatie. Het wetsvoorstel bevat deze aanpassing al voor verificatie in het geval van stationaire bronnen (wijziging van artikel 16.14, eerste lid; zie artikel I, onderdeel B, onder 16, van het wetsvoorstel).

Onderdeel A, onderdeel 3

In het wetsvoorstel was over het hoofd gezien dat de inhoud van het huidige artikel 16.12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wet milieubeheer door de Aanpassingswet handel in emissierechten II (Kamerstukken I 2010/11, 32 197, A) is verplaatst naar artikel 16.11a, tweede lid, aanhef en onder a. Onderdeel c van dat artikellid wordt van overeenkomstige toepassing verklaard op het ETS voor luchtvaartactiviteiten. Dat onderdeel maakt het mogelijk om eisen te stellen aan onder meer de kwaliteitsborging van meetvoorzieningen. De aanpassingswet heeft deze mogelijkheid ingevoerd voor stationaire bronnen, maar het is evenzeer van belang voor luchtvaartactiviteiten.

Onderdeel A, onderdeel 4

De in het wetsvoorstel opgenomen aanpassing van artikel 16.46b, derde lid, van de Wet milieubeheer bevat een aanvullende voorwaarde voor het verlenen van instemming met deelname aan projectactiviteiten in het kader van CDM en JI. Die voorwaarde betreft het land waar de personen die aan de projectactiviteit deelnemen, hun hoofdvestiging hebben. Inmiddels is gebleken dat deze eis alleen ziet op de projectdeelnemer zoals gedefinieerd in artikel 16.46a, dat wil zeggen degene die op grond van afdeling 16.2.5 verzoekt om instemming met deelname, en niet (ook) op degenen die op andere wijze bij het project betrokken zijn.

Onderdeel C

Met deze wijziging wordt het overgangsrecht van artikel IV beter in overeenstemming gebracht met de achterliggende bedoeling zoals beschreven in de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2010/11, 32 667, nr. 3, blz. 91). Op emissies en emissierechten die betrekking hebben op fase II van het ETS (2008–2012) blijft het huidige recht van toepassing. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor toewijzingsbesluiten voor nieuwkomers die met betrekking tot fase II nog genomen moeten worden.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

J. J. Atsma

Naar boven