Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2013-2014
Kamerstuk 32647 nr. 27

Gepubliceerd op 23 juni 2014

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



32 647 Levensbeëindiging

Nr. 27 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juni 2014

Zoals ik heb toegezegd tijdens de tweede termijn van het Algemeen Overleg over euthanasie op 15 april jongstleden (Kamerstuk 32 647, nr. 15), doe ik u hierbij een antwoord toekomen op de vragen van de heer Van Gerven over de gang naar de tuchtrechter.

De eerste vraag is of de gang naar het Regionale tuchtcollege open staat als iemand twijfel heeft over de toepassing van de euthanasie. De tweede vraag is of deze zelfde gang open staat als iemand twijfelt aan de toetsing van de euthanasie door (een arts of andere BIG-geregistreerde die lid is van) een Regionale toetsingscommissie euthanasie.

De toegang tot de tuchtrechter staat ingevolge artikel 65 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) open voor patiënten, naasten of nabestaanden, werkgevers, opdrachtverstrekkers en de Inspectie voor de Gezondheidszorg tegen een ingeschrevene in het BIG-register. Bij het Regionale tuchtcollege kunnen de genoemde belanghebbenden een klacht indienen over zaken die onder de twee tuchtnormen in de gezondheidszorg vallen: 1) handelen of nalaten in strijd met de zorgvuldigheid ten opzichte van de patiënt of zijn naaste en 2) handelen of nalaten in strijd met het algemeen belang van de een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg.

Indien een nabestaande of een van de andere belanghebbenden twijfelt of het handelen van de arts bij de behandeling of uitvoering van een euthanasieverzoek van de naaste van deze nabestaande wel zorgvuldig was, kan de belanghebbende hierover een klacht indienen bij de betreffende arts of diens klachtcommissie als ook rechtstreeks bij het Regionale tuchtcollege. Een patiënt kan dit zelf doen indien het gaat om het afwijzen van een euthanasieverzoek. Het Regionale tuchtcollege kan de klacht na vooronderzoek afdoen (omdat deze niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is) of kan besluiten dat de klacht ter terechtzitting zitting wordt behandeld. De tuchtrechter heeft de volgende mogelijkheden: de klacht niet ontvankelijk verklaren, de klacht afwijzen of een maatregel opleggen aan de arts. Het Regionale tuchtcollege zal steeds beoordelen of het handelen of nalaten van de arts onder het bereik van de tuchtnormen valt en dus tuchtrechtelijk beoordeeld kan worden. Als dit niet zo is en het handelen van de arts beoordeeld moet worden op grond van de zorgvuldigheidseisen uit de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding, zal de tuchtrechter de klacht niet-ontvankelijk verklaren. Deze beoordeling is immers de taak van de Regionale toetsingscommissie euthanasie. De tuchtrechter kan in een dergelijk geval dus niet worden gezien als een hoger beroepsinstantie. Dat zou in het kader van de rechtszekerheid ook ongewenst zijn. Hiermee is de eerste vraag van de heer van Gerven bevestigend beantwoord.

De tweede vraag van de heer Van Gerven is of een gang naar de tuchtrechter open staat als iemand twijfelt aan de toetsing van de euthanasie door de Regionale toetsingscommissie euthanasie (Rte). In een recente uitspraak van het Regionale tuchtcollege te Zwolle (232/2013) is een klacht tegen het handelen van een arts in zijn hoedanigheid van lid van de regionale toetsingscommissie euthanasie niet ontvankelijk verklaard. Het tuchtcollege geeft hierbij als overweging dat de praktijk van een Rte (toetsen van het handelen van een arts) onvoldoende weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg om nog tuchtrechtelijk te kunnen worden getoetst. Het tuchtcollege geeft vervolgens aan dat de toetsing door een Rte in onafhankelijkheid dient te kunnen geschieden en dat het daarom niet juist zou zijn als hierover in het kader van het tuchtrecht zou kunnen worden geklaagd. Gelet op deze uitspraak ga ik er van uit dat het niet mogelijk is om een ontvankelijke klacht in te dienen tegen het handelen van een arts als lid van een Rte. Overigens wijs ik erop dat hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de Klachtbehandeling ook voor de Rte’s geldt. Over het optreden van een Rte kan derhalve bij de Rte zelf een klacht worden ingediend, deze moet dan volgens de regels voor klachtenafhandeling uit de Awb worden behandeld. Hiermee is de tweede vraag van de heer Van Gerven ontkennend beantwoord.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


SnelzoekenInfo

Snelzoeken
U kunt dit veld gebruiken om te zoeken op
–een vrije zoekterm voor het zoeken op tekst (bijvoorbeeld "milieu")
–een betekenisvolle zoekterm voor het zoeken naar specifieke publicaties (bijvoorbeeld dossiernummer '32123' of 'trb 2009 16').
U kunt termen combineren door EN te zetten tussen de termen (blg 32123 EN milieu).
U kunt zoeken op letterlijke tekst door '' om de term te zetten. ('appellabele toezeggingen').

Voor meer mogelijkheden en uitleg verwijzen wij u naar de help-pagina's van Officiële bekendmakingen op overheid.nl