Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132647 nr. 2

32 647 Levensbeëindiging

Nr. 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2011

Hierbij doe ik u het rapport «het KOPPEL-onderzoek» van ZonMw toekomen.1 Dit is een onderzoek naar de kennis en opvattingen van publiek en professionals over medische besluitvorming en behandeling rond het einde van het leven. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van ZonMw. Voormalig staatssecretaris Bussemaker heeft tijdens de behandeling van het VAO over de evaluatie van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (31 036, nr. 3) op 15 mei 2008 toegezegd dit onderzoek te zullen starten.

Het KOPPEL-onderzoek bestaat uit meerdere deelstudies uitgevoerd door het ErasmusMC, UMC Utrecht en UMC Groningen. Het onderzoek wijst onder meer uit dat er een breed draagvlak bestaat voor de Euthanasiewet. Het kennisniveau ten aanzien van de Euthanasiewet van professionals – artsen, verpleegkundigen en verzorgenden – is goed. De kennis van burgers over euthanasie en andere beslissingen rond het levenseinde wordt daarentegen gekenmerkt als matig.

Op dit moment wordt de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding voor de tweede keer geëvalueerd en de resultaten zullen in 2012 bekend zijn. Na het uitkomen van het evaluatierapport zal een standpunt worden opgesteld waarin ook resultaten en conclusies van het KOPPEL-onderzoek zullen worden meegenomen. Vooruitlopend hierop zal ik in contact treden met onder andere de KNMG om te bezien hoe de kennis van medische behandeling en besluitvorming rond het levenseinde bij de burgers verbeterd kan worden.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.