Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 32645 nr. V |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 32645 nr. V |
Vastgesteld 1 mei 2026
De vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris en de Minister van Klimaat en Groene Groei over versnellen voortgang Programma Small Modular Reactors, in het bijzonder het project Opmeer nabij Hollands Kroon. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
– De uitgaande brief van 31 maart 2026.
– De antwoordbrief van 22 april 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei, Karthaus
BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN / KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Minister van Klimaat en Groene Groei
Den Haag, 31 maart 2026
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van uw voorganger van 26 januari 2026 betreffende de voortgang van het Programma Small Modular Reactors (hierna: SMR).2 De leden van de fractie van de BBB hebben naar aanleiding daarvan een aantal nadere vragen en opmerkingen. De vragen richten zich op het versnellen van de voortgang van het Programma en in het bijzonder het lokale project in Opmeer nabij Hollands Kroon, één van de twee regio’s waar in uw ogen nog ruimte is voor hyperscales.
U geeft aan dat de aanleg van een SMR een forse ruimteclaim legt van 10 tot 15 hectare voor de installatie en nog eens 20 tot 30 hectare voor het bouwterrein, terwijl de gemeente Opmeer juist aangeeft dat de ruimteclaim relatief beperkt is.3 Kunt u aangeven hoe u tot deze forse ruimteclaim komt terwijl SMR’s bijvoorbeeld ook worden gebruikt op schepen?
U erkent de enorme en snelle groei van AI-datacenters, maar stelt dat de ontwikkeling daarvan veel sneller gaat dan SMR's gebouwd kunnen worden, waardoor u locaties niet op voorhand wilt koppelen.4 Hoe gaat u de lokale leefomgeving (zoals in Hollands Kroon) beschermen tegen de ruimtelijke gevolgen van de stroomvraag van hyperscales, als de beloofde «eigen» stroomvoorziening via een SMR voorlopig nog toekomstmuziek is?
De fractieleden van de BBB stellen het op prijs dat u aangeeft dat, indien private belangstelling ontstaat voor de ontwikkeling van datacenters in combinatie met een SMR, de relevante kennis en expertise waar mogelijk worden gedeeld en initiatieven waar mogelijk worden ondersteund.5 Gezien de grote stroomvraag van AI-fabrieken en datacenters, de netcongestie en de overcapaciteit van datacenters in Nederland vragen deze leden zich af waarom u vergunningen voor dergelijke initiatieven niet koppelt aan de verplichting van een eigen stroomvoorziening (al dan niet door een SMR)? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.
U stelt dat besluitvorming over SMR's op puur gemeentelijk niveau niet wenselijk is vanwege «gemeentegrensoverschrijdende effecten», zoals evacuatiegebieden.6 Hoe zorgt u ervoor dat lokale projecten niet belemmerd of vertraagd worden door regels die provinciaal of landelijk nog bedacht moeten worden? Deze leden ontvangen hierop graag een toelichting.
De leden van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk binnen vier weken.
Voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei S.M. Kluit
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 april 2026
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van de leden van de fractie van BBB over de voortgang van het Programma Small Modular Reactors (kenmerknummer 18040), ingezonden op 31 maart 2026.
De Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, J. de Bat
18040
1
U geeft aan dat de aanleg van een SMR een forse ruimteclaim legt van 10 tot 15 hectare voor de installatie en nog eens 20 tot 30 hectare voor het bouwterrein, terwijl de gemeente Opmeer juist aangeeft dat de ruimteclaim relatief beperkt is. Kunt u aangeven hoe u tot deze forse ruimteclaim komt terwijl SMR’s bijvoorbeeld ook worden gebruikt op schepen?
Antwoord
De studie «Ruimtelijke en Energetische inpassing Small Modular Reactors (SMR's) bij de industrie»7 waar u aan refereert heeft expliciet gekeken naar middelgrote (50–250 MWe) en grote SMR’s (GEN III+ en GEN IV, 250–500 MWe).
Naast de grote en middelgrote SMR’s zijn ook kleinere SMR’s en microreactoren in ontwikkeling. Deze groep is niet meegenomen in deze studie waarbij SMR-toepassing bij de industrie werd onderzocht, omdat ze veelal voor afgezonderde locaties zijn bestemd en vanwege hun beperkte vermogen geen betekenisvolle bijdrage kunnen leveren binnen de scope van dit specifieke clusteronderzoek.
De ruimteclaim van 10 tot 15 hectare voor de installatie en 20 tot 30 hectare voor het bouwterrein is gebaseerd op de categorie grote SMR’s. Voor middelgrote SMR’s (50–250 MWe) heeft het onderzoek een ruimteclaim van 3 tot 10 hectare voor de installatie en 6–20 hectare voor het tijdelijke bouwterrein bepaald.
Dat verklaart waarom de ruimteclaim uit eerdergenoemd onderzoek, waar grote en middelgrote SMR’s zijn meegenomen, niet overeenkomt met de ruimteclaim voor o.a. de toepassing op schepen; in het laatste geval hebben we het over zogeheten micro-reactoren die geen onderdeel waren van het onderzoek.
2
U erkent de enorme en snelle groei van AI-datacenters, maar stelt dat de ontwikkeling daarvan veel sneller gaat dan SMR’s gebouwd kunnen worden, waardoor u locaties niet op voorhand wilt koppelen. Hoe gaat u de lokale leefomgeving (zoals in Hollands Kroon) beschermen tegen de ruimtelijke gevolgen van de stroomvraag van hyperscales, als de beloofde «eigen» stroomvoorziening via een SMR voorlopig nog toekomstmuziek is?
Antwoord
De bescherming van de lokale leefomgeving is onderdeel van de vergunningaanvraag die een initiatiefnemer zal moeten indienen op het moment dat deze een datacenter wil gaan bouwen. Via de wet- en regelgeving die hiervoor dus geldt in Nederland (zoals de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving) is deze bescherming geregeld.
3
Gezien de grote stroomvraag van AI-fabrieken en datacenters, de netcongestie en de overcapaciteit van datacenters in Nederland, vragen de leden zich af waarom u vergunningen voor dergelijke initiatieven niet koppelt aan de verplichting van een eigen stroomvoorziening (al dan niet door een SMR)?
Antwoord
Het Rijk is geen bevoegd gezag voor datacenters, dat zijn gemeenten. Gemeenten gaan over de eisen waaraan vestiging van een datacenter moet voldoen.
4
U stelt dat besluitvorming over SMR’s op puur gemeentelijk niveau niet wenselijk is vanwege «gemeentegrensoverschrijdende effecten» zoals evacuatiegebieden. Hoe zorgt u ervoor dat lokale projecten niet belemmerd of vertraagd worden door regels die provinciaal of landelijk nog bedacht moeten worden?
Antwoord
Het kabinet heeft gekozen voor een aanpak waarbij het Rijk voor een eerste SMR-project bevoegd gezag zal zijn. Dit is ongeacht het vermogen en/of het ruimtelijk beslag van het SMR-project. Afhankelijk van de lessons learned bij het eerste project zal vervolgens de provincie of het Rijk voor volgende SMR’s optreden als bevoegd gezag. Deze aanpak is opgesteld op basis van de simulaties uitgevoerd onder het SMR-programma, waarbij het «decentraal, tenzij»-principe centraal heeft gestaan. De achterliggende gedachte hierbij is om zowel de kracht van de regio te benutten als regie te behouden over ontwikkelingen. Daarnaast geeft dit ook een kans om het bestuurlijk draagvlak verder te verstevigen voor de realisatie van SMR’s.
Het kabinet ziet dat onzekerheid een grote vertragende factor kan zijn in de ontwikkeling van SMR’s en ziet het bieden van zekerheid waar dat kan als een optie om realisatie te versnellen. Doordat bij het eerste project de regierol bij het Rijk ligt, is het mogelijk om uit dat project te leren over knelpunten en mogelijke risico’s, om zo mogelijk versnellingsopties te vinden voor volgende projecten.
Samenstelling:
Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kamerstukken II 2025/26, 32.645, nr. 164, p. 81; «Op de kernreactor in Opmeer moet «een atoombom kunnen vallen», NH nieuws, 27 januari 2026.
Samenstelling:
Van Aelst-den Uijl (SP), Van Ballekom (VVD), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Bovens (CDA), Crone (GroenLinks-PvdA), Dessing (FVD), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Holterhues (ChristenUnie), Karaaslan-Kilic (D66), Kluit (GroenLinks-PvdA) (voorzitter), Kroon (BBB), Van Langen-Visbeek (BBB) (ondervoorzitter), Van Meenen (D66), Panman (BBB), Perin-Gopie (Volt), Petersen (VVD), Van Rooijen (50PLUS), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Schalk (SGP), Straus (VVD), Van Strien (PVV), Thijsssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
Kamerstukken II 2025/26, 32.645, nr. 164, p. 81; «Op de kernreactor in Opmeer moet «een atoombom kunnen vallen», NH nieuws, 27 januari 2026.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32645-V.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.