Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232645 nr. 35

32 645 Kernenergie

Nr.35 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 januari 2012

Op 23 januari jl. hebben Delta en RWE1 bekend gemaakt de door hen opgestarte procedures om te komen tot een nieuwe kerncentrale in Borssele uit te stellen. Hierbij informeer ik u over deze besluiten en de gevolgen daarvan voor mijn beleid en de activiteiten die ik verricht in het kader van de Kernenergiewet-vergunning. Hiermee geef ik invulling aan het verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie van uw Kamer.2

Inhoud besluit Delta en RWE

Delta heeft op 23 januari jl. bekend gemaakt dat zij haar plannen voor een nieuwe kerncentrale in Borssele de komende 2 tot 3 jaar niet doorzet. Kort daarna heeft ook RWE bekendgemaakt de komende jaren geen rol te zullen spelen in de ontwikkeling van een nieuwe kerncentrale. Beide bedrijven geven aan dat de economische en financiële crisis de voornaamste reden is voor hun besluit. Door de economische crisis is de vraag naar elektriciteit in Europa gedaald. Tegelijkertijd zijn de afgelopen jaren diverse nieuwe centrales opgestart, en zijn nog meer centrales in aanbouw. Deze combinatie van dalende vraag en stijgend aanbod maakt dat sprake is van relatief lage prijzen in de Noordwest Europese elektriciteitsmarkt. Daarnaast heeft de financiële crisis een negatieve impact op het investeringsklimaat. Tot slot geeft Delta aan dat zij onvoldoende zekerheid heeft over de ontwikkeling van de CO2-prijzen in de toekomst. Deze ontwikkelingen maken dat Delta en RWE het op dit moment niet opportuun achten om te investeren in een nieuwe kerncentrale.

Kabinetsbeleid ten aanzien van kernenergie

Het besluit van Delta en RWE heeft geen gevolgen voor het kabinetsbeleid ten aanzien van kernenergie. Het energiebeleid van dit kabinet is gericht op de lange termijn: we streven naar een CO2-arme economie in Europa in 2050. Daarbij schept de overheid de voorwaarden voor een evenwichtige mix van energie, die geleidelijk duurzamer wordt terwijl de rekening zo laag mogelijk blijft.

Die mix moet bezien worden vanuit internationaal perspectief. Nederland maakt onderdeel uit van de Noordwest Europese elektriciteitsmarkt, waarin kernenergie in een behoorlijk aandeel van de productie voorziet. In de visie van het kabinet kan kernenergie hierin een belangrijke rol blijven vervullen. Een kerncentrale stoot immers geen CO2 uit en produceert relatief goedkope elektriciteit. Het belang van kernenergie om te komen tot een CO2-arme economie in 2050 wordt dan ook door vele onafhankelijke instanties onderstreept. Zo concludeert het International Energy Agency in de World Energy Outlook 2011 dat het zonder kernenergie extreem moeilijk en kostbaar wordt om de mondiale klimaatdoelstelling te realiseren (zie p. 464–467).

Energiebeleid is dus lange termijn beleid. De economische en financiële crisis maakt dat Delta en RWE het op de korte termijn te risicovol achten om te investeren in een nieuwe kerncentrale. Dat is een bedrijfseconomische afweging. Het is aan de overheid om te zorgen voor heldere en consistente randvoorwaarden en een stabiel beleidskader, zodat bedrijven weten waar ze aan toe zijn op het moment dat de markt aantrekt en het perspectief voor investeringen in nieuwe centrales verbetert. Daar zet ik mij dan ook voor in. Dat betekent dat ik ermee doorga de lessen te trekken uit de kernramp in Fukushima en deze waar nodig te vertalen in wet- en regelgeving in Nederland. Ik blijf investeren in een solide nucleaire kennisinfrastructuur. Het kabinet blijft zich inzetten voor een internationaal klimaatakkoord en voor een Europees doel van 40% CO2-reductie in 2030, zodat bedrijven meer zekerheid krijgen over de CO2-prijs in de toekomst. Kortom: het kabinet zorgt voor een robuust beleidskader met up-to-date wet- en regelgeving. Binnen dat kader is het aan marktpartijen om te besluiten over investeringen.

Gevolgen voor de vergunningprocedure

Delta en RWE hebben hun initiatieven om te komen tot een Kernenergiewetvergunning niet formeel ingetrokken. De komende periode zal ik met hen in gesprek gaan om te bezien welke stappen in de vergunningprocedure zij nog willen zetten, en binnen welke termijn. De activiteiten die specifiek verbonden zijn aan het initiatief van Delta respectievelijk RWE zal ik voorlopig stilleggen. Dan gaat het bijvoorbeeld om het vooroverleg in het kader van de totstandkoming van een ontvankelijke vergunningaanvraag op basis van de Kernenergiewet. Ik zal bezien welke gevolgen dat heeft voor de middelen die beschikbaar zijn voor kernenergie in de EL&I-begroting.

Ik ga door met de activiteiten die nodig zijn voor een robuust kader voor kernenergie in Nederland. Zo zal ik met kracht doorgaan met het waar nodig up-to-date brengen van de veiligheidseisen, mede naar aanleiding van de lessen uit Fukushima.

Voor het kabinet is en blijft uitgangspunt dat kernenergie een rol kan spelen in de energiemix, maar alleen onder de voorwaarde dat marktpartijen hierin een business case zien en dat zij aan de veiligheids- en milieueisen voldoen.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen


X Noot
1

ERH, dat in september 2010 een initiatief voor een nieuwe kerncentrale heeft opgestart, is op 30 september 2011 overgenomen door RWE/Essent.

X Noot
2

Zie het verzoek van de vast commissie voor EL&I, 20 januari 2012.