Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2012
Op 23 januari jl. hebben Delta en RWE1 bekend gemaakt de door hen opgestarte procedures om te komen tot een nieuwe kerncentrale
in Borssele uit te stellen. Hierbij informeer ik u over deze besluiten en de gevolgen
daarvan voor mijn beleid en de activiteiten die ik verricht in het kader van de Kernenergiewet-vergunning.
Hiermee geef ik invulling aan het verzoek van de vaste commissie voor Economische
Zaken, Landbouw en Innovatie van uw Kamer.2
Inhoud besluit Delta en RWE
Delta heeft op 23 januari jl. bekend gemaakt dat zij haar plannen voor een nieuwe
kerncentrale in Borssele de komende 2 tot 3 jaar niet doorzet. Kort daarna heeft ook
RWE bekendgemaakt de komende jaren geen rol te zullen spelen in de ontwikkeling van
een nieuwe kerncentrale. Beide bedrijven geven aan dat de economische en financiële
crisis de voornaamste reden is voor hun besluit. Door de economische crisis is de
vraag naar elektriciteit in Europa gedaald. Tegelijkertijd zijn de afgelopen jaren
diverse nieuwe centrales opgestart, en zijn nog meer centrales in aanbouw. Deze combinatie
van dalende vraag en stijgend aanbod maakt dat sprake is van relatief lage prijzen
in de Noordwest Europese elektriciteitsmarkt. Daarnaast heeft de financiële crisis
een negatieve impact op het investeringsklimaat. Tot slot geeft Delta aan dat zij
onvoldoende zekerheid heeft over de ontwikkeling van de CO2-prijzen in de toekomst. Deze ontwikkelingen maken dat Delta en RWE het op dit moment
niet opportuun achten om te investeren in een nieuwe kerncentrale.
Kabinetsbeleid ten aanzien van kernenergie
Het besluit van Delta en RWE heeft geen gevolgen voor het kabinetsbeleid ten aanzien
van kernenergie. Het energiebeleid van dit kabinet is gericht op de lange termijn:
we streven naar een CO2-arme economie in Europa in 2050. Daarbij schept de overheid de voorwaarden voor een
evenwichtige mix van energie, die geleidelijk duurzamer wordt terwijl de rekening
zo laag mogelijk blijft.
Die mix moet bezien worden vanuit internationaal perspectief. Nederland maakt onderdeel
uit van de Noordwest Europese elektriciteitsmarkt, waarin kernenergie in een behoorlijk
aandeel van de productie voorziet. In de visie van het kabinet kan kernenergie hierin
een belangrijke rol blijven vervullen. Een kerncentrale stoot immers geen CO2 uit en produceert relatief goedkope elektriciteit. Het belang van kernenergie om
te komen tot een CO2-arme economie in 2050 wordt dan ook door vele onafhankelijke instanties onderstreept.
Zo concludeert het International Energy Agency in de World Energy Outlook 2011 dat het zonder kernenergie extreem moeilijk en kostbaar wordt om de mondiale klimaatdoelstelling
te realiseren (zie p. 464–467).
Energiebeleid is dus lange termijn beleid. De economische en financiële crisis maakt
dat Delta en RWE het op de korte termijn te risicovol achten om te investeren in een
nieuwe kerncentrale. Dat is een bedrijfseconomische afweging. Het is aan de overheid
om te zorgen voor heldere en consistente randvoorwaarden en een stabiel beleidskader,
zodat bedrijven weten waar ze aan toe zijn op het moment dat de markt aantrekt en
het perspectief voor investeringen in nieuwe centrales verbetert. Daar zet ik mij
dan ook voor in. Dat betekent dat ik ermee doorga de lessen te trekken uit de kernramp
in Fukushima en deze waar nodig te vertalen in wet- en regelgeving in Nederland. Ik
blijf investeren in een solide nucleaire kennisinfrastructuur. Het kabinet blijft
zich inzetten voor een internationaal klimaatakkoord en voor een Europees doel van
40% CO2-reductie in 2030, zodat bedrijven meer zekerheid krijgen over de CO2-prijs in de toekomst. Kortom: het kabinet zorgt voor een robuust beleidskader met
up-to-date wet- en regelgeving. Binnen dat kader is het aan marktpartijen om te besluiten
over investeringen.
Gevolgen voor de vergunningprocedure
Delta en RWE hebben hun initiatieven om te komen tot een Kernenergiewetvergunning
niet formeel ingetrokken. De komende periode zal ik met hen in gesprek gaan om te
bezien welke stappen in de vergunningprocedure zij nog willen zetten, en binnen welke
termijn. De activiteiten die specifiek verbonden zijn aan het initiatief van Delta
respectievelijk RWE zal ik voorlopig stilleggen. Dan gaat het bijvoorbeeld om het
vooroverleg in het kader van de totstandkoming van een ontvankelijke vergunningaanvraag
op basis van de Kernenergiewet. Ik zal bezien welke gevolgen dat heeft voor de middelen
die beschikbaar zijn voor kernenergie in de EL&I-begroting.
Ik ga door met de activiteiten die nodig zijn voor een robuust kader voor kernenergie
in Nederland. Zo zal ik met kracht doorgaan met het waar nodig up-to-date brengen
van de veiligheidseisen, mede naar aanleiding van de lessen uit Fukushima.
Voor het kabinet is en blijft uitgangspunt dat kernenergie een rol kan spelen in de
energiemix, maar alleen onder de voorwaarde dat marktpartijen hierin een business
case zien en dat zij aan de veiligheids- en milieueisen voldoen.
De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
M. J. M. Verhagen