32 640 Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties

Nr. 30 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN DIJKGRAAF EN ORTEGA-MARTIJN TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10

Ontvangen 25 november 2011

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

In artikel III, onderdeel A, wordt in het vierde lid van het voorgestelde artikel 6f, de zinsnede «negen werkdagen waarop geen onderwijs behoeft te worden verzorgd, waarvan ten hoogste zes werkdagen onmiddellijk aansluitend en ten hoogste vijf werkdagen niet onmiddellijk aansluitend voor of na de voor de school op grond van artikel 22, tweede lid, vastgestelde zomervakantie» vervangen door: tien werkdagen waarop geen onderwijs behoeft te worden verzorgd.

II

In artikel IVB, onderdeel A, wordt in het vierde lid van het voorgestelde artikel 12a, de zinsnede «negen werkdagen waarop geen onderwijs behoeft te worden verzorgd, waarvan ten hoogste zes werkdagen onmiddellijk aansluitend en ten hoogste vijf werkdagen niet onmiddellijk aansluitend voor of na de voor de school op grond van artikel 45, tweede lid, vastgestelde grote vakantie» vervangen door: tien werkdagen waarop geen onderwijs behoeft te worden verzorgd.

Toelichting

De Commissie Onderwijstijd onderkent het belang van meer roostervrije dagen voor het plannen van scholingsactiviteiten. In praktijk is al sprake van tien roostervrije dagen, zonder dat dit problemen oplevert voor het realiseren van de onderwijstijd. Indieners zijn van mening dat dit aantal daarom in de wet moet worden verankerd. Aanvullend kan worden besloten in het Inrichtingsbesluit een week zomervakantie te vervangen door vijf roostervrije dagen, ten einde de onderwijstijd beter te spreiden.

Dijkgraaf

Ortega-Martijn

Naar boven