32 637 Bedrijfslevenbeleid

AA/ Nr. 740 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Ter griffie van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 12 december 2025.

Het koninklijk besluit kan niet eerder inwerking treden dan op 27 januari 2026.

Bij deze termijn is rekening gehouden met de recesperiode van de Tweede Kamer.

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 december 2025

Hierbij bied ik u aan het ontwerpbesluit houdende instelling van de Productiviteitsraad. Ook kom ik hiermee tegemoet aan de toezegging, gedaan tijdens het commissiedebat over het verdienvermogen van Nederland op 25 september 2025 (Kamerstuk 32 637, nr. 714), om het instellingsbesluit binnenkort aan beide Kamers aan te bieden. Voor de inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerpnota van toelichting.

De voorlegging geschiedt in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure (artikel 5, tweede lid, van de Kaderwet adviescolleges) en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het zal worden vastgesteld.

Op grond van de aangehaalde bepaling wordt het besluit niet eerder genomen dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overlegd. Op grond van aanwijzing 2.38 van de Aanwijzingen voor de regelgeving wordt deze termijn in verband met het Kerstreces van uw Kamer verlengd tot 28 januari 2026.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans

Naar boven