32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 310 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 april 2018

Tijdens het Algemeen Overleg Bedrijvenbeleid op 21 februari 2018 (Kamerstuk 32 637, nr. 303) heb ik het lid Jetten (D66) toegezegd na te gaan hoe groot het Nederlandse aandeel in buitenlandse investeringen in de Europese Unie is.

Het lid Jetten haalde cijfers aan uit de jaarlijkse Barometer Nederlands Vestigingsklimaat 2017 van EY. De EY-cijfers geven een ander beeld dan de cijfers van de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA).

Aantal investeringsprojecten volgens EY en NFIA
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

EY

161

161

149

219

207

NFIA

170

193

187

207

227

224

Bron: EY, 2017 en NFIA, 2018.

Het verschil wordt veroorzaakt door een andere wijze van meten van de investeringsprojecten.

  • EY berekent het aantal investeringsprojecten op basis van het scannen van nieuwsbronnen/media.

  • NFIA rapporteert investeringsprojecten waarbij de investerende partij een zogeheten Confirmation Letter heeft ondertekend. Een deel van deze projecten wordt gepubliceerd, een deel niet. Projecten die niet worden gepubliceerd, ontbreken daardoor in EY-cijfers.

Het lid Jetten refereerde daarnaast aan het feit dat Nederland volgens de cijfers van EY internationaal uit de toon valt. Met België en Zwitserland slaagde Nederland er niet in het investeringsvolume ten opzichte van het voorgaande jaar te laten toenemen. Het aantal projecten daalde volgens EY met 5%.

De cijfers van de NFIA laten in 2016 juist een stijging van bijna 10% van het aantal projecten zien. Dit is wel iets minder dan het Europees gemiddelde volgens EY, maar niet zo fors als door EY voorgesteld.

In 2017 is wel een geringe afname van het aantal projecten gesignaleerd. De goede resultaten die de NFIA met zijn Invest-in-Holland-partners over de afgelopen jaren heeft behaald, zijn blijkbaar niet vanzelfsprekend. Multinationals kijken immers naar de beste vestigingslocaties voor hun activiteiten. De aantrekkelijkheid van het Nederlandse vestigingsklimaat wordt bij iedere potentiële investering opnieuw getoetst.

Het vestigingsklimaat vraagt daarom ook continu aandacht van de rijksoverheid. In het Algemeen Overleg heb ik aangegeven dat ik me momenteel bezin op het vestigingsklimaat en dat ik uw Kamer in het derde kwartaal 2018 zal informeren over de uitkomsten van die bezinning.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes

Naar boven