Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201632637 nr. 242

32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 242 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 juni 2016

Zoals toegezegd aan uw Kamer ontvangt u hierbij de periodieke rapportage over het gebruik van het financieringsinstrumentarium door ondernemers. Deze rapportage gaat over het gebruik in 2015. Sinds de financiële crisis wordt uw Kamer halfjaarlijks per brief geïnformeerd over het gebruik van het financieringsinstrumentarium door ondernemers. Na de zomer zullen de actuele gebruikscijfers worden gepubliceerd op de website www.volginnovatie.nl. Dit houdt in dat uw Kamer na de zomer op ieder gewenst moment de kwartaalcijfers in kan zien. De gebruikscijfers worden dan niet meer separaat per brief kenbaar gemaakt.

Gebruik van het financieringsinstrumentarium

In het afgelopen jaar (2015) lag het gebruik van het financieringsinstrumentarium hoger dan in 2014. Daarmee heeft het bedrijfsleven meer financiering kunnen aantrekken. In de periode 2010–2015 is via de EZ-financieringsinstrumenten meer dan € 5,2 mld. aan garantstellingen en financieringen verstrekt, waarmee bedrijven in staat worden gesteld om te starten, groeien en innoveren. Omdat de overheid maar een deel van de financiering of garantstelling doet van de totale investering die gedaan wordt, leidt dit tot een totale financiering in de markt van op zijn minst € 10,4 mld., die anders niet van de grond zou zijn gekomen.

Met een gebruik van € 788 mln. in 2015 ligt het gebruik van de EZ-financieringsinstrumenten 22,6% hoger dan in 2014.

Borgstelling MKB kredieten (BMKB)

De BMKB kan banken een gedeeltelijke staatsborgstelling geven op kredieten tot circa € 3 mln. om een zekerhedentekort aan te vullen. In onderstaande tabel wordt het gebruik van de BMKB aangegeven over de periode 2010 tot en met 2015. Ten opzichte van 2014 is in 2015 20% meer gebruikgemaakt van de BMKB.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

De GO kan banken een staatsgarantie van 50% geven op middelgrote leningen van € 1,5 mln. tot maximaal € 150 mln. De regeling is gericht op (middel)grote ondernemingen met substantiële activiteiten in Nederland. Sinds 2013 nemen de fiatteringen weer toe. In 2015 werd er voor 12% meer gefiatteerd ten opzichte van 2014.

Groeifaciliteit

De Groeifaciliteit helpt ondernemingen bij het aantrekken van risicodragend vermogen, door een staatsgarantie van 50% op achtergestelde leningen van banken en op aandelen van participatiemaatschappijen te verstrekken. Dit risicokapitaal kan worden aangewend door ondernemingen om te groeien, bedrijfsovernames te doen en voor herstructurering. Het gefiatteerde bedrag is ten opzichte van 2013 aanzienlijk toegenomen. In 2015 is € 6 mln. minder gefiatteerd dan in 2014.

Vroegefasefinanciering (VFF)

Met de regeling VFF kunnen ondernemers in de vroege of vernieuwingsfase een risicodragende geldlening ontvangen. Met een lening uit de VFF onderzoeken starters en mkb-ondernemingen of hun idee (of concept) een kans van slagen heeft op de markt. De lening en de hierop berekende rente moeten worden terugbetaald. RvO.nl voert de regeling uit voor innovatieve starters en het bestaand mkb. Dit volgens het first come – first serve-principe.

STW/NWO voert de regeling uit voor academische innovatieve starters en werkt daarbij met tenders. In 2015 was het gebruik bijna drie maal zo hoog als in 2014. Dit is vooral te verklaren doordat de regeling pas sinds de tweede helft van 2014 bestaat.

Per 1 juli 2015 is de regeling op twee punten aangepast:

  • 1. Er zijn regionale teams gestart die ideeën screenen en scouten en voorlichting geven aan ondernemers die van VFF gebruik willen maken. De ROM’s vervullen daarbij een coördinerende rol.

  • 2. Per juli 2015 is gestart met een landelijke VFF-adviescommissie die het Ministerie van Economische Zaken adviseert welke aanvragen van mkb-ondernemers en innovatieve starters toe te kennen.

Per 1 januari 2016 is de regeling ook opengesteld voor innovatieve HBO-starters.

Qredits

Microkredieten (tot € 50.000) en mkb-kredieten (€ 50.000- € 250.000) worden verstrekt door Qredits, een onafhankelijke stichting die is opgericht in 2009 en gesteund wordt door EZ, banken en sinds 2012 verzekeraars. Qredits verstrekt kredieten aan ondernemers met een haalbaar ondernemersplan, die niet bij de banken terecht kunnen. Het mkb-krediet is eind 2013 geïntroduceerd, en sinds eind 2014 is de bovengrens van het mkb-krediet verhoogd van € 150.000 naar € 250.000. Ondernemers kunnen ook gebruik maken van coaching. Het gebruik van microkredieten en mkb-kredieten in 2015 ligt 33% hoger dan in 2014, wat deels verklaard kan worden door het openstellen voor mkb-kredieten eind 2014. Qredits biedt 1-op-1 coaching aan vanuit haar vrijwillige coachingpool en internetmodules (e-learnings) om ondernemersvaardigheden te verbeteren.

Innovatiekrediet (IK)

Het IK is een faciliteit die risicodragende geldleningen verstrekt om innovatieve projecten van ondernemers te financieren. Per 1 januari 2014 is de omvang van de financiering vanuit het IK voor kleine ondernemingen verhoogd van 35% naar 45%. Per 1 januari 2015 is de maximale financiering per onderneming verhoogd van € 5 mln. naar € 10 mln. In 2014 is voor een bedrag van € 49,8 mln. aan kredieten toegekend. In 2015 was dit € 53,0 mln.

SEED Capital

Met de SEED Capital-regeling worden investeerders in staat gesteld om technostarters en creatieve starters te helpen met het omzetten van technologische en creatieve kennis in toepasbare producten of diensten. De regeling verbetert de risico-rendementsverhouding voor investeerders in venture capital-fondsen en vergroot de financieringsmogelijkheden voor de betreffende starters. De SEED Capital-regeling levert een cofinanciering met private partijen, die zelf minimaal een zelfde bedrag inleggen en de fondsen met gespecialiseerde kennis uitvoeren. In 2015 waren er vijf nieuwe fondsen en werd er 34 maal in bedrijven geparticipeerd. Er werd € 24 mln. aan nieuwe fondsen verleend in het afgelopen jaar. Zowel het verleende bedrag als het aantal nieuwe participaties ligt hoger dan in 2014.

Garantstelling Landbouw en Landbouw Plus

De Garantstelling Landbouw kan banken een garantstelling geven voor leningen aan agrarische productiebedrijven, die te weinig zekerheden kunnen bieden aan de bank. De overheid staat voor 80% van de leningen garant met een maximale lening van € 1,2 mln. De Garantstelling Landbouw Plus is een faciliteit voor leningen waarmee duurzame en milieuvriendelijke investeringen kunnen worden gedaan met een maximaal bedrag van € 2,5 mln. per lening. Ook hierbij staat de overheid voor maximaal 80% garant. In 2015 is voor € 16,2 mln. gebruik gemaakt van de Garantstelling Landbouw (tegen € 13,3 mln. in 2014) en voor € 12,2 mln. (tegen € 12,7 mln. in 2014) van de Garantstelling Landbouw Plus.

Garantieregeling Scheepsnieuwbouwfinanciering (GSF)

In maart 2013 is de huidige GSF gestart. De GSF is bedoeld ter ondersteuning van bouwfinanciering van nieuw te bouwen schepen in Nederland. De garantstelling wordt voor maximaal 80% van de contractprijs van het schip gegeven. In 2014 is geen gebruik gemaakt van de GSF, omdat er geen aanvragen zijn ingediend. Mede vanwege de geringe vraag naar het GSF is het garantieplafond voor 2015 verlaagd van € 1 mld. naar € 400 mln. In 2015 is voor een bedrag van € 42 mln. aan garantstellingen gefiatteerd.

Dutch Venture Initiative (DVI) en European Angels Fund (EAF-NL)

Het DVI is één van de maatregelen om het aanbod van risicokapitaal voor het mkb in Nederland te vergroten. DVI bestaat uit een fonds van € 202,5 mln dat risicodragend kapitaal verstrekt aan private investeringsfondsen, die zich richten op jonge innovatieve mkb-bedrijven die willen doorgroeien.

De vraag uit de markt ten tijde van de openstelling van DVI I was groot. Dit heeft geleid tot volledige allocatie van beschikbare middelen aan de geselecteerde fondsen en de lancering van DVI II per 31 maart 2016 als opvolger van DVI I.

Eind 2015 stond de totale committering op een bedrag van € 136,5 mln. in 12 verschillende venture capital en groeikapitaalfondsen. Mede met behulp van deze fondsen is meer dan € 1 mrd. aan financiering in de markt mogelijk gemaakt. Daarnaast heeft DVI I € 45 mln. gecommitteerd in de co-investeringsfaciliteit voor business angels (EAF-NL). Dit brengt het totaal aan DVI I committeringen op € 181,5 mln.

Exportkredietverzekering (EKV) en Fonds Opkomende Markten (FOM)

Naast het financieringsinstrumentarium van het Ministerie van Economische Zaken zijn er ook financieringsinstrumenten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, namelijk de EKV en het FOM. De EKV biedt de mogelijkheid om bij hele grote transacties, lange looptijden of wanneer een land waarnaar een Nederlands bedrijf wil exporteren minder stabiel is, toch te verzekeren waar een marktpartij geen dekking kan bieden. Het gebruik in 2015 van de EKV was € 14.291 mln., bijna 16% hoger dan het jaar ervoor. Het FOM verstrekt (middel-)lange termijn financieringen aan dochterondernemingen of samenwerkingsverbanden van Nederlandse bedrijven die een financieringsbehoefte hebben voor de ontwikkeling van hun activiteiten, waar de markt geen financiering wil of kan verstrekken. Voorwaarde is dat het Nederlandse bedrijf zelf ook controlerend zeggenschap heeft en risicodragend mee-investeert in de dochter of samenwerking. De financiering bedraagt maximaal € 10 mln. en varieert in looptijd van 3 tot 12 jaar. Het FOM kan zowel (achtergestelde) lening, garantie als participatie zijn. In 2015 was het gebruikssaldo van het FOM € 78 mln.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp