Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232637 nr. 17

32 637 Bedrijfslevenbeleid

Nr. 17 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 oktober 2011

Tijdens het gevoerde overleg met de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over het bedrijfslevenbeleid op 31 maart jl. heb ik toegezegd om de totale innovatiebudgetten vanaf 2008 in beeld te brengen (Kamerstuk 32 637, nr. 2). Graag wil ik u met deze brief informeren over de rijksbrede middelen die jaarlijks voor innovatie en wetenschappelijk onderzoek beschikbaar zijn (geweest).

De lijn van het kabinet is dat ondernemers geen complexe subsidies nodig hebben om te innoveren, maar uitstekende randvoorwaarden. Vanuit dit uitgangspunt bouwt het kabinet aan een versterking van het innovatievermogen met minder subsidies, meer kredieten, een aantrekkelijk fiscaal pakket en een kennisinfrastructuur die ten dienste staat van economie en maatschappij.

Hiertoe is het van belang dat het fundamentele en toegepaste onderzoek meer met elkaar worden verbonden en dat de samenwerking tussen het bedrijfsleven en kennisinstellingen (en de overheid) wordt geïntensiveerd, waardoor (extra) private investeringen in research en development worden gerealiseerd.

Onderstaande tabellen laten zien dat voor kennisontwikkeling en innovatie aan het eind van deze kabinetsperiode (2015) totaal een kleine € 4 mld.1 beschikbaar is. Vergeleken met het pré-crisisjaar 2008 (€ 3,2 mld.) ligt het uitgavenniveau (inclusief fiscale maatregelen) in 2015 ruim € 0,7 mld. hoger. Dit komt vooral door uitbreiding van het fiscale pakket (WBSO, Innovatiebox, RDA, RDA+). Tussen 2008 en 2009/2010 stegen de uitgaven voor kennisontwikkeling en innovatie vooral door het tijdelijke pakket aan crisis- en herstelmaatregelen (o.a. kenniswerkersregeling en de intensivering van de WBSO).

Innovatiebudget EL&I

Navolgende tabel geeft voor het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) de uitgaven aan innovatie weer. Voor een uitgebreide onderverdeling verwijs ik naar de bijlage2.

Tabel 1. Uitgaven aan innovatie EL&I (in mln euro)
 

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Basispakket innovatie

75

75

87

70

80

66

30

36

Innovatiefonds MKB+ (o.a. innovatiekrediet)

12

29

28

59

84

93

104

115

Programmatisch pakket

396

463

450

624

579

472

403

279

Energie

106

134

124

116

121

129

117

90

ICT

20

20

20

20

20

20

20

20

Voormalig LNV (innovatieregelingen)

77

33

38

77

66

44

38

34

Totaal EL&I

686

754

748

966

950

824

713

575

Bedragen zijn op kasbasis. Aandeel loon- en prijsbijstelling na 2011 is niet verwerkt. Bij de uitgaven t/m 2010 gaat het om gerealiseerde cijfers. De middelen voor de jaren 2011 en verder zijn gebaseerd op de begroting voor 2012.

In de bovenstaande reeks is zichtbaar (binnen de reeks programmatisch pakket) dat de middelen voor TNO en de GTI’s vanaf 2011 van andere departementen zijn overgeheveld naar de EL&I-begroting. De middelen voor TNO en de GTI’s t/m 2010 staan in tabel 3.

Het innovatiebudget van EL&I daalt in de periode 2011–2015 met € 0,4 mld. Dit wordt echter gecompenseerd door de € 0,5 mld. extra ruimte voor fiscale maatregelen ter stimulering van innovatie. Zie hiervoor de onderstaande tabel.

Tabel 2. Fiscale middelen (in mln euro)
 

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

WBSO

447

704

872

878

872

723

723

723

RDA

0

0

0

0

250

375

500

500

Aanvullend Fiscaal Innovatiepakket (begroting 2012)

0

0

0

0

0

100

100

100

Octrooibox (t/m 2009)/Innovatiebox 2010 t/m 2015

350

350

625

625

625

625

625

625

Totaal fiscale maatregelen

797

1054

1497

1503

1747

1823

1948

1948

Onderzoeksmiddelen OCW

Naast de begroting van EL&I bevat de begroting van OCW uitgaven voor wetenschappelijk onderzoek. Deze middelen, die geen innovatiemiddelen zijn en ook niet voor toegepast onderzoek worden aangewend, zijn in onderstaande tabel opgenomen. Van deze middelen voor wetenschappelijk onderzoek zal, oplopend tot, 350 M € gericht gaan worden op de topsectoren.

Tabel 3. Uitgaven aan wetenschappelijk onderzoek Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (in mln euro)
 

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Wetenschappelijk Onderzoek

858

1006

1090

883

783

688

598

459

Wetenschappelijk onderzoek (voor topsectoren)

0

0

0

0

90

175

260

350

FES-projecten

84

86

63

26

20

4

2

0

Totaal OCW

942

1092

1153

909

893

867

860

809

Bedragen zijn op kasbasis. Aandeel loon- en prijsbijstelling na 2011 niet verwerkt. Bij de uitgaven t/m 2010 gaat het om gerealiseerde cijfers. De middelen voor de jaren 2011 en verder zijn gebaseerd op de begrotingen voor 2012 en het TOF-overzicht.

Innovatie- en onderzoeksbudgetten bij overige departementen

Naast de begroting van EL&I en OCW bevatten ook andere begrotingen uitgaven voor (wetenschappelijk) onderzoek en innovatie. Deze middelen zijn in onderstaande tabel opgenomen. Dit beeld is nodig om een volledig antwoord op de Kamervraag te geven. De bijlage bevat een gedetailleerd beeld van de beleidsposten per departement.

Tabel 4. Uitgaven aan (wetenschappelijk) onderzoek en innovatie andere departementen (in mln euro)
 

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Buitenlandse Zaken

89

114

78

70

70

70

70

70

Infrastructuur en Milieu

               

– voormalig V&W

46

61

91

66

46

8

14

6

– voormalig VROM

83

173

177

182

183

149

153

153

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

233

297

355

387

286

219

178

152

Defensie

79

85

75

81

64

59

59

56

Veiligheid en Justitie

7

9

9

37

28

10

10

10

EL&I (voormalig LNV)

247

234

225

201

184

189

177

172

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

0

0

0

0

0

4

4

4

Totaal overige departementen

784

973

1010

1024

861

708

665

623

Bedragen zijn op kasbasis. Aandeel loon- en prijsbijstelling na 2011 niet verwerkt. Bij de uitgaven t/m 2010 gaat het om gerealiseerde cijfers. De middelen voor de jaren 2011 en verder zijn gebaseerd op de begrotingen voor 2012 van de verschillende departementen en het TOF-overzicht.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen


X Noot
1

Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen werd een totaalbedrag van € 3,8 mld. genoemd. Dat bedrag was echter gebaseerd op voorlopige cijfers uit de tabellen in de bijlage van deze brief.

X Noot
2

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.