Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132623 nr. 44

32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Nr. 44 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 augustus 2011

Gaarne informeer ik u over het volgende. Op 15 augustus heeft het kabinet toestemming gegeven tot de vrijgave van 100 miljoen euro van de tegoeden van het Libische regime die in Nederland bevroren zijn. Dit is gedaan op dringend verzoek van de Wereldgezondheids-organisatie (WHO). De WHO gaat hiermee medicijnen distribueren onder de Libische bevolking. Er bestaat een nijpend tekort aan geneesmiddelen in Libië, met name aan medicijnen voor de behandeling van chronische ziekten zoals diabetes en hartkwalen.

Nederland kan toestemming geven om het geld vrij te geven aan de WHO omdat het sanctiecomité van de Verenigde Naties hiermee heeft ingestemd. De medicijnen gaan naar mensen in Benghazi en andere rebellen-gebieden, gebieden waar nog strijd heerst en naar burgers die nog onder controle van het regime staan. Nederland is het eerste land dat op deze wijze meewerkt aan financiële ondersteuning van de noodlijdende gezondheidssector in Libië.

Voor het kabinet is deze ontdooiing van tegoeden een goed voorbeeld van hoe sancties in de praktijk behoren te werken, namelijk het regime treffen zonder dat de bevolking hiervan de dupe wordt. In dit geval is hiervan duidelijk sprake, omdat bevroren tegoeden van het Khadaffi regime worden ingezet om Libische levens te redden. Nederland is het eerste land dat op deze grote schaal tegoeden van het regime ontdooit ten behoeve van de WHO.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal