Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2020-202132623 nr. 301

32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

32 735 Mensenrechten in het buitenlands beleid

Nr. 301 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 september 2020

Hierbij informeer ik uw Kamer over het besluit om Syrië aansprakelijk te stellen onder internationaal recht voor grove mensenrechtenschendingen en foltering in het bijzonder.

Syrië is vandaag, 18 september 2020, van dit besluit op de hoogte gesteld middels een diplomatieke nota1. Hierin heeft Nederland Syrië gewezen op de internationale verplichtingen die het heeft om de schendingen te beëindigen en slachtoffers volledig rechtsherstel te bieden. Tevens heeft Nederland Syrië in deze nota verzocht in onderhandeling te treden. Dit is een noodzakelijke eerste stap in de geschillenbeslechting. Mochten de beide landen er niet uitkomen, kan Nederland voorstellen over te gaan tot arbitrage. Als daarover geen overeenstemming wordt bereikt, zal Nederland de zaak voorleggen aan een internationale rechter. Het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing van 1984, dat door Syrië in 2004 werd geratificeerd, biedt hiervoor een rechtsgrondslag. De tekst van de diplomatieke nota is gevoegd bij deze brief. Het aansprakelijk stellen van Syrië onder internationaal recht is een stap die past binnen de Nederlandse inzet om straffeloosheid tegen te gaan, gerechtigheid te krijgen voor slachtoffers van de meest ernstige misdrijven en bij te dragen aan een duurzame politieke oplossing in Syrië. Dat kan alleen als de daders ter verantwoording worden geroepen.

Volgens het kabinet is er ruimschoots bewijs dat aantoont dat Syrië zich op grote schaal schuldig heeft gemaakt aan grove mensenrechtenschendingen jegens Syrische burgers, waaronder foltering. Ook is het kabinet van mening dat Syrië ernstig tekortgeschoten is in zijn verplichting om foltering te voorkomen en straffeloosheid tegen te gaan. Nederland onderhoudt sinds 2011 geen diplomatieke betrekkingen meer met Syrië; ook na deze aansprakelijkstelling blijft dit het geval.

Mensenrechtenschendingen Syrië

Sinds het uitbreken van opstanden tegen het Assad-regime in 2011, schendt dit regime op grove wijze mensenrechten door zijn optreden tegen de eigen bevolking. Syrische burgers zijn op grote schaal gemarteld, vermoord, verdwenen, aangevallen met gifgas of alles kwijtgeraakt toen zij vluchtten voor hun leven. Dit jaar stelde een rapport van de Board of Inquiry van de Verenigde Naties dat het Syrische regime zich schuldig heeft gemaakt aan het bombarderen van medische voorzieningen, een duidelijke schending van internationaal humanitair recht. Het Investigation and Identification Team van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) bewees eerder dit jaar al het gebruik van chemische wapens door het Assad-regime in 2017. Ten slotte heeft de Commission of Inquiry, een onderzoeksraad aangesteld door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, vastgesteld dat de grootschalige martelpraktijken in Syrische gevangenissen mogelijk neerkomen op misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven.

Nederlandse inzet

Het tegengaan van straffeloosheid is een belangrijke prioriteit binnen het Nederlandse buitenland- en mensenrechtenbeleid. Het kabinet is dan ook al jaren zeer actief om gerechtigheid voor de slachtoffers van mensenrechtenschendingen in Syrië te krijgen. Sinds de doorverwijzing van Syrië naar het Internationaal Strafhof door de Veiligheidsraad is geblokkeerd, is onder andere het International Impartial and Indepent Mechanism (IIIM), de bewijzenbank Syrië opgericht, waarvan Nederland de grootste donor is. Ook organiseert Nederland tweejaarlijkse bijeenkomst tussen Syrische NGO’s en het IIIM om toekomstige strafprocessen te versterken en de Syrische gemeenschap hierbij te betrekken.

Nederland roept vanaf het begin van het conflict in Syrië op tot een duurzame, politieke oplossing. Resolutie 2254 van de VN Veiligheidsraad is daarbij de leidraad: deze resolutie roept op tot een algeheel staakt-het-vuren en een door Syriërs-geleide politieke transitie op basis van een inclusief politiek proces, met een nieuwe Grondwet en vrije verkiezingen. Het kabinet is van mening dat bij een transitie naar een duurzame oplossing «accountability», het ter verantwoording roepen van de daders en het tegengaan van straffeloosheid, een sleutelrol speelt. De stap om de Syrische Staat aansprakelijk te stellen voor het schenden van mensenrechten is dan ook een logische en belangrijke volgende stap, die past in de bredere Nederlandse inzet om straffeloosheid te voorkomen en het Nederlandse Syriëbeleid voor een duurzame politieke oplossing op de lange termijn.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl