32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Nr. 222 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juli 2018

Conform het verzoek van Uw Kamer tijdens de Regeling van Werkzaamheden dd. 5 juni jl. (Handelingen II 2017/18, nr. 89, Regeling van Werkzaamheden) ontvangt u hierbij mijn schriftelijke reactie over de noodkreet van de VN inzake de beschikbare middelen voor de Syrië regio. Tevens sluit ik daarmee aan bij de zorgen zoals verwoord door het lid Jasper Van Dijk tijdens het AO Integrale Migratieagenda dd. 13 juni jl. (Kamerstukken 19 637 en 30 573, nr. 2401).

Ik heb kennis genomen van de oproep van de VN op 31 mei jl. over de achterblijvende bijdragen aan het regionale responsplan van de VN voor de Syrië crisis (Regional Refugee and Resilience Plan (3RP) 2018). WFP, UNHCR, UNICEF en UNDP hebben te kennen gegeven dat zij tot op dat moment voor Jordanië slechts USD 215 miljoen aan fondsen hadden ontvangen van de USD 1,04 miljard die nodig zijn om de geplande programmering uit te voeren. Ook voor Libanon zijn de tot nu toe ontvangen bijdragen zorgwekkend laag, zo stelden de vier organisaties.

Recente navraag leert dat de acute nood van de meeste organisaties inmiddels is afgewend. Zo hebben UNHCR en WFP in Jordanië aangegeven dat ze voldoende fondsen hebben voor de komende maanden om in de ergste noden te voorzien. Echter, nog steeds is het 3RP slechts voor 37,5% gedekt.

Het kabinet hecht groot belang aan voortgezette steun voor de Syrië regio. Allereerst door het verlenen van humanitaire hulp. Nederland heeft de humanitaire bijdrage van ruim EUR 20 miljoen ter leniging van de humanitaire noden in Syrië reeds overgemaakt. Dit betreft een bijdrage via de VN en de Dutch Relief Alliance die zal worden besteed aan het implementeren van het Syrië Humanitarian Response Plan. Verder levert Nederland ongeoormerkte bijdragen aan UNHCR, UNICEF, WFP, CERF en andere VN organisaties, het Rode Kruis en de Dutch Relief Alliance, die ook ten goede komen aan de Syrië regio.

Daarnaast zet het kabinet in op een brede samenwerkingsrelatie met focuslanden Libanon en Jordanië om de perspectieven van vluchtelingen en gastgemeenschappen te verbeteren. Het kabinet trekt hier de komende vier jaar ten minste EUR 400 miljoen voor uit, zoals door mij toegezegd tijdens de CEDRE (Conférence économique pour le développement par les réformes et avec les entreprises) conferentie in Parijs (6 april jl.) en de Syrië-conferentie in Brussel (25 april jl.). De nadruk ligt daarbij op onderwijs, bescherming, duurzame economische ontwikkeling en werkgelegenheid.

VN-organisaties als UNICEF, UNHCR en ILO zijn belangrijke partners van Nederland op deze terreinen. Dat geldt ook voor de Wereldbank, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Met een bijdrage van in totaal EUR 50 miljoen aan de concessionele leenfacilteit van de Wereldbank steunt Nederland omvangrijke programma’s op het gebied van publieke infrastructuur (onderwijs, gezondheidszorg), economische hervormingen en werkgelegenheid in Libanon en Jordanië.

Naast Libanon en Jordanië is ook Irak focusland. Via bijdragen aan UNDP, UNICEF en IOM zet Nederland zich in voor verbeterde toegang tot onderwijs, psychosociale zorg, sociaaleconomisch perspectief voor (Syrische) vluchtelingen en ontheemden, en voor de wederopbouw van essentiële infrastructuur. Deze steun, in combinatie met Nederlandse steun aan humanitaire ontmijningsprojecten, draagt ertoe bij dat ontheemden veilig naar huis terug kunnen keren. Ook draagt Nederland via de VN en Dutch Relief Alliance EUR 10 miljoen bij aan de humanitaire respons in Irak.

Tijdens mijn bezoek aan Jordanië (23–24 juni jl.) heb ik met mijn Jordaanse counterparts, de Minister van planning en internationale samenwerking en de Minister van Handel en Industrie, gesproken over de noden van Syrische vluchtelingen in Jordanië, de Nederlandse inzet op opvang in de regio, alsmede de economische crisis in Jordanië en manieren waarop Nederland Jordanië kan helpen om uit de huidige economische crisis te geraken. Als onderdeel van deze reis heb ik tevens het Za’atari vluchtelingenkamp bezocht. Ik sprak daar met vluchtelingen en vertegenwoordigers van VN-organisaties over het verbeteren van onderwijs en het vergroten van kansen op werk, in het bijzonder voor vrouwen en jongeren. Tijdens mijn bezoek aan Libanon zal de focus tevens liggen op opvang in de regio en de ondersteuning van Libanese gastgemeenschappen.

Nederland blijft daarnaast andere landen aansporen om ook hun verantwoordelijkheid te nemen en bij te dragen aan het lenigen van noden en werken aan duurzaam perspectief voor mensen in de Syrië regio.

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.A.M. Kaag

Naar boven