32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Nr. 198 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 februari 2018

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 26 januari jl. inzake het rapport van het Panel of Experts van het VN-sanctiecomité voor Jemen dat op 14 februari jl. gepubliceerd is.

VNVR Jemen-sanctiecomité

Het sanctiecomité voor Jemen is opgericht door de VN-Veiligheidsraad door middel van resolutie 2140 in februari 2014. In resolutie 2140 werd een reisverbod afgekondigd en werden tegoeden bevroren van individuen en entiteiten die de vrede, veiligheid en/of stabiliteit in Jemen bedreigden. Tevens werd een Panel of Experts ingesteld dat het comité assisteert bij het uitvoeren van het mandaat. Op 14 april 2015 werd het sanctieregime uitgebreid d.m.v. resolutie 2216 met een gericht wapenembargo tegen specifieke personen en entiteiten, onder wie de Houthi-rebellen. Het Koninkrijk der Nederlanden is tijdens het lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad tevens lid van het Jemen-sanctiecomité, evenals van de andere VNVR-sanctiecomités.

Belangrijkste bevindingen jaarlijks rapport Panel of Experts

Het op 14 februari gepubliceerde jaarlijkse rapport van het Panel of Experts gaat in op alle aspecten van het sanctieregime. Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen.

Situatie in Jemen

Het Panel concludeert dat na een conflict van drie jaar de staat Jemen nauwelijks nog een realiteit is: het land wordt gedomineerd door strijdende partijen zonder dat een enkele partij in staat is om het land te herenigen of de strijd te winnen. In het noorden domineren Houthi-strijdkrachten, zeker na de dood van oud-president Ali Abdullah Saleh en het uiteenvallen van zijn partij. In het zuiden domineert de regering van president Hadi, maar die wordt verzwakt door separatistische bewegingen.

Raketonderdelen

Het Panel heeft geconstateerd dat brokstukken van de raketten (type «Borkan-2H») die Houthi-strijdkrachten op 22 juli en 4 november 2017 op Saoedi-Arabië hebben afgevuurd «consistent zijn» met die van de door Iran ontwikkelde en geproduceerde raket Qiam-1. Echter, een standaard Qiam-1 raket heeft maar een bereik van 750–800 km. Daarom heeft het Panel geconcludeerd dat de Borkan-2H niet de Qiam-1 betreft maar een afgeleide, lichtere versie, ontworpen door de producent van de Qiam-1. Door de reductie van het gewicht is het bereik van de Borkan-2H volgens het Panel vergroot tot ruim 1.000 km. Daarnaast stelt het Panel dat gerelateerd militair materieel (oxidiser field storage tanks) en militaire drones (Ababil-T UAV’s), die in Jemen onderschept zijn, van Iraanse origine zijn.

Het Panel stelt sterke aanwijzingen te hebben dat de raketonderdelen en andere militaire goederen waarschijnlijk na het ingaan van het wapenembargo op 14 april 2015 geleverd zijn. Hieruit concludeert het Panel dat Iran niet in overeenstemming met paragraaf 141 van resolutie 2216 heeft gehandeld; Iran heeft geen informatie verstrekt over een verandering in eigenaarschap van de onderdelen en heeft niet de noodzakelijke maatregelen getroffen om de directe of indirecte levering, verkoop of overdracht van de Borkan-2H raketten, opslagcontainers voor vloeibare oxidator voor raketten en Ababil-T UAV’s aan de Houthi-Saleh alliantie te voorkomen.

Het Panel stelt dat het vooralsnog niet bekend is wie of welke entiteit de raketonderdelen aan de Houthi-strijders heeft geleverd. Iran als lidstaat van de VN heeft resolutie 2216 niet nageleefd (is «non-compliant» bevonden) omdat het deze leveringen niet heeft kunnen voorkomen.

Humanitair oorlogsrecht en mensenrechten

Alle partijen zijn verantwoordelijk voor schendingen van het humanitair oorlogsrecht en mensenrechten in Jemen, aldus het Panel. De luchtaanvallen door de door Saoedi-Arabië geleide coalitie en het gebruik van explosieven door de Houthi-Saleh troepen gedurende het jaar hebben een disproportioneel negatief effect op de burgerbevolking en civiele infrastructuur. Het Panel heeft geen bewijzen gezien die er op wijzen dat de partijen passende maatregelen hebben genomen om het verwoestende effect die de aanvallen hebben op de bevolking te verminderen.

Appreciatie

Het Kabinet heeft met grote zorg kennisgenomen van het rapport van het Panel of Experts. Het Kabinet is van mening dat het rapport gedegen is en dat ook duidelijk is welke individuen, entiteiten en landen verantwoordelijkheid dragen voor de zorgelijke situatie in Jemen. Het Kabinet steunt de oproep van het Panel dat alle partijen zich moeten houden aan de resoluties van de Veiligheidsraad en dat schendingen van het humanitair oorlogsrecht onacceptabel zijn.

Dat alle partijen bij het conflict de vrije humanitaire toegang hebben belemmerd is buitengewoon zorgelijk. Dit heeft een disproportioneel negatief effect gehad op de burgerbevolking in Jemen en heeft gezorgd voor de ernstigste humanitaire crisis van dit moment. Dit heeft Nederland ook onomwonden in het sanctiecomité gezegd.

Ook deelt het Kabinet de mening van het Panel over de proxy forces van de door Saoedi-Arabië geleide coalitie die vrede, veiligheid en stabiliteit in Jemen ernstig belemmeren. In dit kader wijst het Kabinet ook op de groep eminente deskundigen die onderzoek doet naar alle schendingen van mensenrechten en humanitair oorlogsrecht door alle partijen in Jemen. Dit onderzoek is op Nederlands initiatief in september 2017 tot stand gekomen in de VN-Mensenrechtenraad.

Het Kabinet acht de conclusie waarschijnlijk dat de brokstukken van de raketten die Houthi-strijdkrachten op 22 juli en 4 november 2017 op Saoedi-Arabië hebben afgevuurd «consistent» zijn met een raket van Iraans ontwerp en origine.

Gezien de overeenkomsten acht het Kabinet het mogelijk dat de raketonderdelen van Iraanse oorsprong zijn. Echter, het Kabinet kan de authenticiteit niet beoordelen zolang het niet eigenstandig de controleketen van het bewijsmateriaal kan verifiëren.

De niet-naleving van resolutie 2216 door Iran voedt de grote zorgen van het Kabinet over de Iraanse rol in de regio. Iran dient zich onverkort te houden aan VNVR resoluties. Het Kabinet is van mening dat Iran deze zorgen spoedigst zal moeten adresseren en dat het de internationale gemeenschap dient te overtuigen dat Iraanse individuen en/of entiteiten, statelijk of niet-statelijk, niet betrokken waren bij deze leveranties. Deze onderwerpen heb ik op 21 februari in mijn gesprekken in Teheran aan de orde gesteld.

Nederland roept Iran met klem op te reageren op het verzoek van het Panel of Experts om nadere informatie te verschaffen over de oorsprong van de raketonderdelen. Nederland heeft reeds in het sanctiecomité het niet-naleven van resolutie 2216 veroordeeld. Deze niet-naleving van Iran vergroot de zorgen die het Kabinet reeds heeft over het ballistische raketprogramma van Iran. Het Kabinet zal deze zorgen bij Iran blijven aankaarten, zowel bilateraal als in EU-verband. Additionele maatregelen (sancties) worden hierbij niet uitgesloten.

Het kabinet heeft de schendingen van het humanitair oorlogsrecht door alle partijen veroordeeld tijdens de bespreking van het rapport van het Panel of Experts in het sanctiecomité en zal in toekomstige discussies blijven toezien op correcte en volledige implementatie van het sanctieregime voor Jemen.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A.M. Kaag


X Noot
1

Paragraaf 14 van resolutie 2216 stelt dat lidstaten onmiddellijk alle noodzakelijke maatregelen dienen te nemen om te voorkomen dat- direct of indirect- wapens en gerelateerd materiaal aan Houthi-strijdkrachten geleverd, verkocht of overgedragen worden.

Naar boven