Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 september 2015
In deze brief informeert het kabinet uw kamer over de inzet van de extra 110 miljoen
euro voor noodhulp aan Syrische vluchtelingen. Vluchtelingen zoeken veelal bescherming
op de eerste veilige plek die ze tegenkomen, dat kan in Syrië zijn of in buurlanden.
De capaciteit en kwaliteit van de opvang daar staan onder druk. Het kabinet wil deze
druk helpen verlichten door de directe behoeften van ontheemden en vluchtelingen te
adresseren en hulp te bieden die is gericht op meer en betere semipermanente opvang.
Het kabinet financiert daartoe VN organisaties (100 miljoen euro) en ICRC (10 miljoen
euro).
Syrië
Het conflict in Syrië duurt nu al vier jaar en een oplossing is nog niet in zicht.
Na deze jaren van conflict telt Syrië inmiddels 7,6 miljoen ontheemden. De noden in
Syrië zijn hoog. Volgens de VN hebben in Syrië 12,2 miljoen mensen hulp nodig, waarvan
5,6 miljoen kinderen. Er is een tekort aan voedsel, water en sanitatie, gezondheidszorg
en onderwijs.
Om de ontheemden in Syrië bij te kunnen staan heeft de VN een plan (het Strategic
Response Plan) opgesteld waarvoor een budget van 2,9 miljard dollar wordt gevraagd
voor 2015. De VN zet in op het leveren van basisbehoeften en op verbetering van de
kwaliteit van opvang en het vergroten van de zelfredzaamheid en waardigheid van vluchtelingen
en gastgemeenschappen.
Het Strategic Response Plan is pas voor 920 miljoen dollar gefinancierd. Dit betekent
een ongekend groot financieringstekort van 1,98 miljard dollar (dekkingspercentage
is 33%). Nederland draagt 40 miljoen euro bij aan dit Strategic Response Plan van
de VN.
Internationale Rode Kruis (ICRC)
Nederland draagt ook 10 miljoen euro bij aan ICRC voor haar operaties in Syrië. ICRC
is vanwege hun onafhankelijke positie in staat ter plekke succesvol te onderhandelen
met de overheid en andere machthebbers over toegang tot humanitaire hulp voor de meest
kwetsbare groepen, hetgeen ICRC een bijzondere positie geeft in het humanitaire veld.
Het financieel tekort van ICRC voor hulp in de Syrië regio is bijna 50 miljoen euro.
Hun activiteiten richten zich op het voorzien in de eerste levensbehoeften, waaronder
activiteiten die voorbereiden op de winter, en een verbetering van de kwaliteit van
opvang.
Buurlanden Libanon, Jordanië, Irak
Meer dan 4 miljoen Syrische vluchtelingen worden opgevangen in de buurlanden. Libanon
en Jordanië vangen respectievelijk ca. 1.172.000 en 630.000 vluchtelingen op. Door
de grote instroom van vluchtelingen staan de overheidsfinanciën en de publieke voorzieningen
in deze landen onder grote druk.
Ook in Irak zijn de problemen onverminderd groot. Naast de ongeveer 250.000 vluchtelingen
uit Syrië zijn 3,2 miljoen Irakezen ontheemd geraakt door het geweld van ISIS. In
Irak zijn 8,6 miljoen mensen hulpafhankelijk.
Mensen beseffen dat de kans op terugkeer naar huis op korte termijn klein is. Zonder
toegang tot eerste levensbehoeften, zoals voedsel, water, gezondheidszorg en goede
huisvesting en zonder perspectief op onderwijs en werk neemt de kans toe dat vluchtelingen
de gevaarlijke reis naar Europa wagen. Semipermanente opvang van vluchtelingen van
kwalitatief goed niveau is van groot belang.
Om de druk op de buurlanden te verminderen en vluchtelingen, ontheemden en gastgemeenschappen
hulp te kunnen bieden, heeft de VN in samenspraak met de landen zelf zogenaamde respons plannen ontwikkeld voor Jordanië, Libanon en Irak. Deze plannen zijn gericht op het lenigen
van de ergste noden en op de verbetering van de kwaliteit van opvang.
Ook deze plannen kampen met een groot financieringstekort. Het plan voor Libanon heeft
voor 2015 een dekkingspercentage van 38% (gevraagd 1.9 miljard dollar; gefinancierd
744 miljoen dollar). Voor Jordanië geldt tot nu toe voor 2015 een dekkingspercentage
van 41% (gevraagd 1.1 miljard dollar; gefinancierd 487 miljoen dollar). Het plan voor
Irak is voor 48% gedekt (gevraagd 704 miljoen dollar; gefinancierd 363 miljoen dollar).
Omdat Jordanië en Libanon van deze drie landen de meeste vluchtelingen opvangen, geeft
Nederland aan de plannen voor Jordanië en Libanon ieder 25 miljoen euro en aan het
plan voor Irak 10 miljoen euro. De VN bepaalt binnen de plannen waar de middelen op
korte termijn het beste ingezet kunnen worden.
Door te investeren in de hierboven omschreven programma’s levert het kabinet op korte
termijn een substantiële bijdrage gericht op verbetering van opvang in de regio. De
totale humanitaire bijdrage van Nederland voor de Syrië regio (inclusief Irak) sinds
het uitbreken van de crises tot nu toe, komt hiermee op 336 miljoen euro.
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E.M.J. Ploumen