Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201332623 nr. 103

32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Nr. 103 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 augustus 2013

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 22 augustus 2013 inzake een mogelijke gifgasaanval in Syrië.

De Nederlandse regering heeft met grote verontrusting kennisgenomen van de schokkende berichten over een mogelijke gifgasaanval ten oosten van Damascus in de nacht van 20 op 21 augustus, waarbij vele doden zouden zijn gevallen. Op dit moment is nog onduidelijk wat er precies is gebeurd, of er chemische wapens zijn ingezet, en zo ja, welke, op welke schaal en door wie. De regering acht het van het grootste belang dat de feiten over de vermeende aanval zo snel mogelijk boven tafel komen. Het is daarom essentieel dat het VN-onderzoeksteam naar chemische wapens, dat al aanwezig is in Syrië, zonder vertraging onderzoek gaat doen naar de vermeende gifgasaanval.

Om deze reden heeft Nederland tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van de Europese Unie van 21 augustus jl. samen met andere lidstaten aangedrongen op een gezamenlijke oproep aan de VN om de vermeende aanval grondig te onderzoeken.1 Dat heeft geresulteerd in een verklaring van EU Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton, die het gebruik van chemische wapens volstrekt onacceptabel heeft genoemd en heeft opgeroepen tot een onmiddellijk en grondig onderzoek door het VN-onderzoeksteam.

Nederland heeft samen met een groot aantal andere landen een brief aan de Secretaris-Generaal van de VN ondertekend, waarin de VN formeel wordt verzocht om onderzoek te doen naar het mogelijk gebruik van chemische wapens in het oosten van Damascus. Dit formele verzoek en de berichten over de gebeurtenissen in en bij Damascus op 21 augustus waren voor de Secretaris-Generaal aanleiding de Syrische autoriteiten te verzoeken het VN-team toegang te geven tot het gebied om ook daar onderzoek naar vermeend gebruik van chemische wapens te doen. Hiermee zou het onderzoeksmandaat van het team worden uitgebreid. Zoals bekend, heeft de Syrische regering eerder toestemming gegeven voor het doen van onderzoek in Khan-al Assal en twee andere locaties.

De VN Veiligheidsraad heeft zich in een spoedzitting op 21 augustus beraden over de vermeende gifgasaanval. Tijdens deze bijeenkomst hebben alle leden van de Veiligheidsraad verklaard dat er opheldering moet komen over wat er in Rif Damascus is gebeurd en de inzet van de SGVN om onmiddellijk een diepgaand en onafhankelijk onderzoek te doen, verwelkomd. De Veiligheidsraad heeft geen formele oproep gedaan tot een onderzoek. Rusland en China stellen als voorwaarde dat onderzoek alleen kan plaatsvinden als de Syrische autoriteiten daarmee instemmen. De Nederlandse regering betreurt die houding zeer. Gezien de ernst van de berichten was een krachtig signaal van de Veiligheidsraad gepast geweest. Bovendien zou een steviger reactie van de internationale gemeenschap de druk op de Syrische autoriteiten om een additioneel VN-onderzoek te accepteren hebben opgevoerd.

De VN onderhandelt op het hoogste niveau met de Syrische autoriteiten over toegang voor het VN-onderzoeksteam. De Secretaris-Generaal heeft Onder-Secretaris-Generaal Angela Kane opdracht gegeven naar Damascus toe te gaan. In tegenstelling tot wat sommige media bericht hebben, zijn de Syrische autoriteiten nog niet akkoord gegaan met uitbreiding van het mandaat van het aanwezige VN-team. De mogelijkheden voor een onpartijdig, geloofwaardig, grondig en snel onderzoek hangen daar van af.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans


X Noot
1

Ik verwijs in dit verband naar het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken, Kamerstuk 21 501–02, nr. 1282 dat uw Kamer separaat toeging.