32 623 Actuele situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten

Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 31 januari 2011

Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van 13 januari 2011 met kenmerk 2011Z00538 inzake de huidige situatie in Tunesië. In deze brief treft u een overzicht van de actuele situatie in Tunesië en van de diplomatieke stappen die in EU-verband zijn genomen t.a.v. Tunesië. Tevens zijn in deze brief de antwoorden op de eerder door de leden Timmermans en Van Bommel gestelde schriftelijke vragen terzake meegenomen.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

De Jasmijn Revolutie

Na ruim een maand van hevige demonstraties en protesten, waarbij de autoriteiten met excessief geweld optraden tegen de demonstranten en waarbij volgens sommige berichten meer dan honderd doden vielen, is de Tunesische president Ben Ali met zijn familie op 14 januari jl. het land uitgevlucht. Op 17 januari jl. werd onder leiding van oud-Minister President Ghannouchi, die ook deel uitmaakte van de regering Ben Ali, een regering van nationale eenheid gevormd die als hoofdtaak heeft het op korte termijn organiseren van nationale verkiezingen. Op 18 januari jl. stapten vier ministers uit de nieuwe regering, omdat zij vonden dat de partij van oud-president Ben Ali (de RCD) te sterk vertegenwoordigd is. In reactie hierop hebben de interim president, de minister president en alle ministers, die lid waren van het RCD, op 20 januari jl. hun lidmaatschap van de partij opgezegd. Dat heeft niet tot rust geleid. Er vinden dagelijks demonstraties plaats waarbij het vertrek van Ghannouchi wordt geëist. Naar verwachting zal binnenkort een kabinetswijziging worden aangekondigd. Waarschijnlijk zal premier Ghannouchi trachten alsnog oppositionele krachten te accommoderen met een post in het kabinet. Desondanks gaan de demonstraties tot op het moment van schrijven door.

De sociaaleconomische omstandigheden waren de voornaamste aanleiding voor de protesten. De werkloosheid is vooral onder hoogopgeleide jongeren schrijnend (thans 13%). Dit gegeven naast corruptie en nepotisme, het gebrek aan fundamentele vrijheden en democratie leidde tot groot ongenoegen bij de bevolking. De landelijke demonstraties en protestacties waren een directe reactie op het gebruik van excessief geweld door de Tunesische politie.

Reactie EU

Nederland en de EU volgen nauwlettend de gebeurtenissen in Tunesië. De EU heeft sinds de demonstraties een aantal concrete stappen ondernomen:

  • Op 14 januari jl. bracht Hoge Vertegenwoordiger Ashton samen met Commissaris Füle (Uitbreiding) een eerste verklaring over de situatie in Tunesië uit waarin zij het Tunesische volk steunden, hun zorg over het geweld uitten en tot dialoog opriepen.

  • Op 17 januari jl. uitten HV Ashton en Commissaris Füle in een tweede verklaring hun zorg over de gebeurtenissen in Tunesië en betreurden zij de slachtoffers. Ze riepen op tot een vreedzame oplossing en vrijlating van alle gevangenen die opgepakt zijn tijdens de demonstraties.

  • Later die dag brachten Ashton en Füle een derde verklaring uit, mede naar aanleiding van het vertrek van president Ben Ali. Hierin werd steun aan het Tunesische volk verklaard en werd de nadruk gelegd op de noodzaak voor een vreedzame uitweg, gebaseerd op het vormen van een regering van nationale eenheid en het houden van eerlijke en vrije verkiezingen. Daarnaast gaven ze de bereidheid van de EU aan om technische assistentie voor het organiseren van de verkiezingen te leveren en, waar nodig, noodhulp te verstrekken.

  • Op 19 januari jl. bleek uit berichtgeving in de media dat Zwitserland de banktegoeden van de Ben Ali familie had bevroren. De EU begon een onderzoek naar de mogelijkheden om gerichte maatregelen tegen de oude machthebbers te nemen, maar wel op basis van Tunesische verzoeken.

  • In de Raad Buitenlandse Zaken van 31 januari a.s. zal ik met mijn EU collega’s bezien hoe we Tunesië kunnen ondersteunen bij een democratische transitie. Ik verwijs daarbij naar mijn antwoorden op de door u gestelde vragen voor het schriftelijk algemeen overleg van 27 januari 2011.

  • De inzet van de EU zal erop gericht zijn het Tunesische volk te steunen in zijn streven naar een democratische rechtsstaat waarin mensenrechten en fundamentele vrijheden worden gerespecteerd. De EU steunt de diverse onafhankelijke Tunesische Commissies om het geweld en de corruptie te onderzoeken. De EU zal beschikbare instrumenten inzetten om het hervormingsproces te begeleiden.

  • In het kader van het nabuurschapbeleid werd reeds onderhandeld over een periodieke actualisering van het EU-Tunesië beleid. Deze onderhandelingen, waaronder die over een mogelijk «statut avancé» (een geïntensiveerde relatie met Tunesië inclusief nauwere economische samenwerkingsbanden), zullen pas na de verkiezingen en het vormen van een democratische gekozen regering kunnen worden hervat.

  • Op 26 januari jl. is een hoogambtelijk EU delegatie aangekomen in Tunis. Doel van het bezoek is gesprekken voeren met de Tunesische interim-regering over de Europese steunmaatregelen; zoals hulp bij het voorbereiden van de verkiezingen, steun aan het werk van de opgerichte onderzoekscommissies en eventuele gerichte maatregelen tegen de oude machthebbers.

Met de andere EU lidstaten zet Nederland in op stappen die genomen moeten worden om het Tunesische volk in deze transitieperiode te steunen.

Naar boven