Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
In haar brief van 9 april 20261 heeft de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport mij gevraagd om te
reageren op een brief die de commissie heeft ontvangen over de zorg voor mensen met
zeldzame erfelijke aandoeningen. Hieronder gaat het kabinet eerst in op de algemene
oproep die wordt gedaan over de toegankelijkheid van zorg voor mensen met zeldzame
aandoeningen. Daarna gaat het kabinet in op de specifieke situatie die de brief beschrijft.
Graag wil ik eerst uitspreken dat ik geraakt ben door de impact die zeldzame aandoeningen
kunnen hebben op het leven van patiënten. Het is belangrijk dat patiënten – ook in
het geval van een zeldzame aandoening – toegang hebben tot passende, effectieve zorg.
Tegelijkertijd hecht het kabinet eraan om te benadrukken dat we voor de opgave staan
om de zorg in Nederland betaalbaar en toegankelijk te houden voor iedereen – nu en
in de toekomst. De houdbaarheid van de gezondheidszorg – zowel in personele als financiële
zin – vraagt dat er keuzes moeten worden gemaakt. In de beleidsbrief VWS die op 24 april
met de Kamer is gedeeld,2 is de Kamer geïnformeerd over de keuzes die het kabinet wil maken om de gezondheidszorg
toegankelijk te houden.
Ten aanzien van de specifieke situatie van briefschrijver, merkt het kabinet op dat
er geen oordeel gegeven kan worden over vergoedingen in individuele situaties. Het
is namelijk aan de zorgverzekeraar om te bepalen of een behandeling voor vergoeding
in aanmerking komt. Daarom wordt hieronder meer algemeen ingegaan op de aanspraak
op de betreffende zorg. Daarna wordt ingegaan op de mogelijkheden van de briefschrijver
als die het niet eens is met het oordeel van de zorgverzekeraar in deze specifieke
situatie.
De situatie die in de brief wordt beschreven, gaat over de vergoeding van preventieve
voetzorg. Deze zorg kan onder bepaalde voorwaarden uit de basisverzekering worden
vergoed. Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut) heeft in 2010 bepaald
dat preventieve voetzorg tot het basispakket behoort voor mensen met diabetes mellitus.
Het uitgangspunt is dat er voor deze indicatie een verhoogd risico bestaat op het
ontstaan van een voetulcus. In 2022 heeft het Zorginstituut verduidelijkt dat preventieve
voetzorg ook tot het basispakket behoort voor mensen die door andere aandoeningen,
of als gevolg van een medische behandeling, een verhoogd risico op een voetulcus hebben.3 Welke preventieve voetzorg precies wordt vergoed, is afhankelijk van hoe hoog het
risico is dat de patiënt loopt.
Zoals gezegd is het in eerste instantie aan de zorgverzekeraar – rekening houdend
met het standpunt van het Zorginstituut – om te beoordelen of preventieve voetzorg
in deze specifieke situatie voor vergoeding uit het basispakket in aanmerking komt.
Als een verzekerde het niet eens met de beslissing van de zorgverzekeraar, dan kan
die de zorgverzekeraar vragen om een heroverweging. In het geval de verzekerde en
zorgverzekeraar er niet uitkomen, dan kan de verzekerde een klacht indienen bij de
onafhankelijke Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ). De SKGZ
kan bemiddelen tussen zorgverzekeraar en verzekerde en zo nodig een bindende uitspraak
doen.
Het kabinet hoopt u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.Th.M. Hermans