32 618 Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en enige andere wetten in verband met de invoering van een verhoogd collegegeld voor langstudeerders (Wet verhoging collegegeld langstudeerders)

Nr. 25 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER HAM

Ontvangen 13 april 2011

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel C, wordt in de laatste volzin van artikel 7.45b, derde lid, na «bedoeld in de eerste volzin, vastgesteld» ingevoegd: wordt een regeling getroffen voor de berekening en de verlenging, gerekend in maanden, van het aantal studiejaren dat de bijzondere omstandigheid, bedoeld in lid 5a, in beslag neemt,.

II

In artikel I, onderdeel C, wordt aan artikel 7.45b na het vijfde lid een lid toegevoegd, luidende:

  • 5a. Indien op een student bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 7.51, tweede lid, onder a of b, van toepassing zijn, wordt het aantal studiejaren, bedoeld in het eerste lid voor een opleiding als bedoeld in de onderdelen a, b, of c van dat lid vermeerderd met het aantal maanden dat de bijzondere omstandigheid volgens artikel 7.51, lid 2a, in beslag neemt.

III

Aan artikel I wordt na onderdeel E een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ea

In artikel 7.51 wordt na het tweede lid een lid ingevoegd, luidende:

  • 2a. Het instellingsbestuur stelt de duur, gerekend in maanden, vast van de in het tweede lid onder a en b bedoelde bijzondere omstandigheden.

Toelichting

Met dit amendement maakt de indiener het mogelijk voor studenten die bestuursactiviteiten ontplooien om extra maanden studievertraging op te lopen alvorens zij te maken krijgen met de langstudeerdersboete. Het amendement koppelt de extra toegestane studievertraging aan het aantal maanden beurs dat de student ontvangt van de instelling. Op deze manier wordt de betrokkenheid van studenten bij studentenorganisaties en universitair bestuur verhoogd, zonder dat zij hoeven vrezen voor een boete.

Van der Ham

Naar boven