32 616 Goedkeuring van ministeriële regelingen tot aanpassing van wetten van Nederlands-Antilliaanse oorsprong voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Wet goedkeuring ministeriële regelingen BES)

A VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR KONINKRIJKSRELATIES1

Vastgesteld 21 april 2011

Inleiding

Het voorbereidend onderzoek geeft de commissie aanleiding tot het maken van de volgende opmerkingen en het stellen van de volgende vragen.

De leden van de SP-fractie hebben met waardering kennisgenomen van de voortvarende aanpassing van wetten van Nederlands-Antilliaanse oorsprong aan de Nederlandse wetgeving. Deze leden hebben echter nog enkele vragen, mede namens de leden van de fracties van VVD, PvdA, CU, GroenLinks en OSF, met betrekking tot de goedkeuring van de Regeling internationale kinderbescherming BES.2

Regeling internationale kinderbescherming BES

In de toelichting bij de Regeling internationale kinderbescherming BES staat dat anticiperend rekening gehouden is met het voorgestelde vervallen van de procesvertegenwoordigende bevoegdheid van de Centrale Autoriteit, waarmee onder meer een einde komt aan de als onwenselijk ervaren situatie dat de Staat in deze gevoelige zaken tegen Nederlandse staatsburgers procedeert. Wordt hiermee gedoeld op art. 377oo lid 2 van deze regeling, zo vragen de aan het woord zijnde leden.

Met betrekking tot wetsvoorstel 32 3583, waarop in de toelichting wordt gedoeld, en waarin inderdaad wordt voorgesteld de procesvertegenwoordigende bevoegdheid van de centrale Autoriteit af te schaffen, hebben deze leden in het voorlopig verslag bij dat wetsvoorstel een vraag gesteld over artikel II waarin wordt voorgesteld de uitvoeringswet internationale kinderbescherming ook te wijzigen in die zin dat ook daar de procesvertegenwoordigende bevoegdheid wordt afgeschaft.4 Deze leden hebben erop gewezen dat, waar het gaat om kinderbeschermingsmaatregelen, er niet altijd sprake is van een conflict tussen ouders. De situatie kan zich ook voordoen dat een kind door de overheid tegen zijn ouders moet worden beschermd. In dat geval komt de Staat op voor de belangen van het kind en moet de Staat in rechte optreden om de belangen van het kind te behartigen.

In art. 377oo van de onderhavige staatsregeling wordt ook inzake maatregelen ter bescherming van kinderen de procesvertegenwoordigende bevoegdheid afgeschaft. Dat komt deze leden niet juist voor. Kan de regering aangeven of zij deze opvatting deelt?

De leden van de vaste commissie voor Koninkrijksrelaties zien met belangstelling uit naar de beantwoording van de gestelde vragen door de regering.

De voorzitter van de commissie,

Linthorst

De waarnemend griffier van de commissie,

Bergman


X Noot
1

Samenstelling:

Schuurman (CU), Werner (CDA), Van den Berg (SGP), Linthorst (PvdA), voorzitter, Meindertsma (PvdA), Tan (PvdA), Doek (CDA), Terpstra (CDA), Biermans (VVD), De Graaf (VVD), Noten (PvdA), Meulenbelt (SP), Ten Hoeve (OSF), Engels (D66), Van Bijsterveld (CDA), Hendrikx (CDA), vac. (CDA), Van Kappen (VVD), vice-voorzitter, Schaap (VVD), Ten Horn (SP), Quik-Schuyt (SP), Vliegenthart (SP), Lagerwerf-Vergunst (CU), Laurier (GL), Strik (GL), Koffeman (PvdD) en Yildirim (Fractie-Yildirim).

X Noot
2

Regeling van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 29 november 2010 nr. 5677000/10/6, tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES ter uitvoering van het op 19 oktober 1996 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijk recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen.

X Noot
3

Kamerstukken I 2010/11, 32 358, letter A.

X Noot
4

Kamerstukken I 2010/11, 32 358, letter B.

Naar boven