Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132609-XIII nr. 3

32 609 XIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (XIII) voor het jaar 2011 (wijziging samenhangende met de incidentele suppletoire begrotingen)

Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 8 maart 2011

De vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden. De daarop door de regering gegeven antwoorden zijn hierbij afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Van der Ham

De griffier van de commissie,

Franke

1

Waarom krijgt de suppletoire begrotingswet van het ministerie van EL&I een apart begrotingsartikel voor «Algemeen EZ» (art. 21) en een apart begrotingsartikel voor «Algemeen LNV» (art. 39)? Kunnen deze EZ- en LNV-artikelen niet beter geïntegreerd worden?

Met oog op de traceerbaarheid en transparantie is er rijksbreed voor gekozen om bij de overhevelingen bij Incidentele Suppletoire Begroting 2011 de betreffende begrotingsstructuur zoveel mogelijk te behouden. Er heeft derhalve nog geen integratie van de artikelen plaatsgevonden. Bovendien vergt dit eerst het integreren van de financiële administraties van oud-LNV en oud-EZ. In de begroting van 2012 zal de begrotingsstructuur verder worden aangepast.

2

Waarom krijgt de suppletoire begrotingswet van het ministerie van EL&I een apart begrotingsartikel voor «Nominaal en onvoorzien-EZ» (art. 22) en «Nominaal en onvoorzien-LNV» (art. 38). Kunnen deze EZ- en LNV-artikelen niet beter geïntegreerd worden?

Zie het antwoord op vraag 1.

3

Opvallend is dat volgens de begroting van het ministerie van EL&I er vanuit het ministerie van OCW in totaal € 235,6 mln. aan verplichtingen wordt overgeboekt (innovatiemiddelen TNO e.a.), terwijl er vanuit de begroting van het ministerie van OCW slechts € 182,2 mln. aan verplichtingen worden overgeschreven naar de begroting van het ministerie van EL&I. Waardoor wordt dit verschil veroorzaakt?

Het verschil heeft grotendeels betrekking op TNO en wordt verklaard door begrotingstechnische mutaties in het verplichtingenbudget in het kader van de herverkaveling. In de eerste plaats om dubbeltellingen te voorkomen en in de tweede plaats om de committering aan TNO voor 2011 mogelijk te maken.

Bij het ministerie van OCW wordt € 177,9 mln. aan verplichtingen afgeboekt die betrekking hebben op TNO. Op dit bedrag heeft een negatieve mutatie van € 66 mln plaatsgevonden voor het aandeel van het ministerie van EL&I dat al op de EL&I begroting staat en het aandeel van het ministerie van Defensie dat buiten begrotingsverband wordt verrekend.

Tegelijkertijd heeft op dit bedrag een positieve verplichtingenmutatie plaatsgevonden van € 116,4 mln om de bijdrage aan TNO voor 2011 te kunnen committeren. Normaliter zou deze committering reeds in 2010 hebben plaatsgevonden, maar vanwege de herverkaveling is dit gebeurd in 2011.

In totaal wordt door de herverkaveling van TNO het verplichtingenbudget op de EL&I begroting in 2011 met € 227,8 mln. (€ 111,4 mln. + € 116,4 mln.) opgehoogd.

4

Gaat de Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA) met deze suppletoire begroting van het voormalige ministerie van LNV mee naar de begroting van het ministerie van EL&I? Wat is de reden hiervoor? Hoe verhoudt zich dit tot de in de Eerste Kamer aangenomen motie van het lid Koffeman c.s. (32 500, P.)? Waarom is er niet voor gekozen om het dossier inzake de VWA onder te brengen bij het ministerie van VWS?

De Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA) gaat  met deze suppletoire begroting mee naar de begroting van het ministerie van EL&I. Er is niet voor gekozen om het dossier inzake de VWA onder te brengen bij het ministerie van VWS. In de opdrachtgeversrelatie tussen de ministeries van EL&I en VWS is sprake van een nevenschikking. Door de voorgenomen fusie van VWA, PD en AID is het budgettaire opdrachtenpakket groter vanuit het ministerie van EL&I dan vanuit het ministerie van VWS. Het ministerie van VWS blijft 1 van de 2 opdrachtgevers van de nieuwe organisatie en stelt uit dien hoofde mede prioriteiten in handhaving vast.

Ten aanzien van de motie van het lid Koffeman c.s. over de regie in de bestrijding van voor mensen besmettelijke dierziekten door de aanbevelingen van de Commissie Van Dijk op dit punt op te volgen, wil ik u verwijzen naar de brief van de Minister President aan de Eerste Kamer van 20 december 2010 (Kamerstuk 32 500, S).

5

De Kamer is 22 november 2010 geïnformeerd over enkele artikelen van de subsidietaakstelling (Kamerstuk 32 500 XIII, nr.75) maar daarentegen moet een ander deel van de subsidietaakstelling nog invulling krijgen. Op welke termijn is dat te verwachten? Wat is de verklaring voor deze gang van zaken?

Bij Incidentele Suppletoire Begroting 2011 heeft voor het uitvoeringsjaar de specifieke invulling van de subsidietaakstelling reeds plaatsgevonden. Gezien de omvang van de totale taakstelling (oplopend tot € 550 mln in 2015), vereist de invulling van de subsidietaakstelling voor 2012 en verder een zorgvuldige herziening van de beleidsbegroting van het ministerie van EL&I. Deze invulling zal bij de voorbereiding van begroting 2012 plaatsvinden.

6

Waarom loopt de nummering van de artikelen voor de beleidsartikelen van het voormalig ministerie van EZ van 1 t/m 10 en van het voormalig ministerie van LNV van 31 t/m 37 (zie de begrotingsstaat op pag. 3). Komt er nog een herschikking van de EL&I-artikelen?

Dit heeft te maken met overlap in de nummering van de voormalige begrotingen van de ministeries van EZ en LNV. Deze begrotingen hadden beide een artikel 21 en 22 en in het kader van den historische vergelijkbaarheid is het niet mogelijk om deze artikelnummers op korte termijn voor andere artikelen te gebruiken. In de Incidentele Suppletoire Begroting 2011 zijn de voormalige LNV-artikelen 21 tot en met 29 daarom gewijzigd in 31 tot en met 39.

Zie verder ook het antwoord op vraag 1.


X Noot
1

Samenstelling:

Leden: Dijksma, S.A.M. (PvdA), Snijder-Hazelhoff, J.F. (VVD), Verburg, G. (CDA), Koopmans, G.P.J. (CDA), Ham, B. van der (D66), voorzitter, Smeets, P.E. (PvdA), Samsom, D.M. (PvdA), Jansen, P.F.C. (SP), ondervoorzitter, Jacobi, L. (PvdA), Koppejan, A.J. (CDA), Graus, D.J.G. (PVV), Thieme, M.L. (PvdD), Gesthuizen, S.M.J.G. (SP), Wiegman-van Meppelen Scheppink, E.E. (CU), Tongeren, L. van (GL), Ziengs, E. (VVD), Braakhuis, B.A.M. (GL), Gerbrands, K. (PVV), Lodders, W.J.H. (VVD), Vliet, R.A. van (PVV), Dijkgraaf, E. (SGP), Schaart, A.H.M. (VVD) en Verhoeven, K. (D66).

Plv. leden: Jadnanansing, T.M. (PvdA), Elias, T.M.Ch. (VVD), Ormel, H.J. (CDA), Blanksma-van den Heuvel, P.J.M.G. (CDA), Koolmees, W. (D66), Dikkers, S.W. (PvdA), Klijnsma, J. (PvdA), Irrgang, E. (SP), Groot, V.A. (PvdA), Werf, M.C.I. van der (CDA), Dijck, A.P.C. van (PVV), Ouwehand, E. (PvdD), Gerven, H.P.J. van (SP), Ortega-Martijn, C.A. (CU), Berge, C.N. van den (GL), Leegte, R.W. (VVD), Grashoff, H.J. (GL), Mos, R. de (PVV), Taverne, J. (VVD), Bemmel, J.J.G. van (PVV), Staaij, C.G. van der (SGP), Houwers, J. (VVD) en Veldhoven, S. van (D66).