Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132605 nr. 51

32 605 Beleid ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking

26 150 Algemene Vergadering der Verenigde Naties

Nr. 51 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 augustus 2011

Graag bied ik hierbij een kort verslag aan van de High Level Meeting over HIV/aids die plaatsvond van 8–10 juni 2011 in New York.

Naast dit verslag treft u ook aan;

  • 1. De speech zoals uitgesproken door de minister-president van St. Maarten, delegatieleider namens het Koninkrijk der Nederlanden1.

  • 2. De politieke verklaring1.

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Verslag van de High Level Meeting over Aids in New York (juni 2011)

Van 8 tot 10 juni 2011 vond de High Level Meeting over Aids plaats bij de Verenigde Naties in New York. Dertig jaar na het begin van de aidsepidemie was dit de derde VN-top in zijn soort. De bijeenkomst werd afgesloten met een Politieke Declaratie, waarin de lidstaten zich opnieuw committeren aan ambitieuze doelstellingen voor universele toegang tot preventie, behandeling, zorg en ondersteuning (zie bijlage 1).

De VN-top werd bijgewoond door ongeveer 3000 deelnemers, onder wie 30 staatshoofden en regeringsleiders. Michel Sidibe, Uitvoerend Directeur van UNAIDS, waarschuwde in de openingssessie dat de aidsepidemie op een keerpunt staat en dat het juist nu cruciaal is bewezen effectieve interventies te financieren: «Pay now, or pay forever».

Onze delegatieleider mw Sarah Wescot-Williams, Minister-President van Sint Maarten, sprak namens het Koninkrijk der Nederlanden de speech uit in het plenaire debat, die bijval kreeg van diverse landen, NGOs en de VN, vanwege de open en heldere taal (zie bijlage 2). De aidsambassadeur vertegenwoordigde de Nederlandse regering en trad op in diverse side-events. De delegatie bestond verder uit drie parlementariërs (Ferrier, Dijkhoff en Dikkers), ambtenaren van Buitenlandse Zaken, VWS, St Maarten en Curaçao, vertegenwoordigers van NGO’s voor key populations en voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, een jongerenvertegenwoordiger en een persoon met HIV. Door de diversiteit en grootte van de delegatie kon actief aan diverse panels en side-events worden deelgenomen. Volgens een toonaangevende Britse NGO was Nederland een voorbeeld van participatie van alle relevante partijen.

Rapport van de Secretaris-Generaal van de VN

Naar aanleiding van deze speciale sessies van de Verenigde Naties rapporteren Nederland en andere lidstaten regelmatig aan UNAIDS over de nationale stand van zaken over hiv/aids. Op basis van deze informatie verschijnt het rapport van de Secretaris-Generaal van de VN, Ban Ki-moon. Uit zijn rapport blijkt dat er in totaal ruim 33 miljoen hiv-geïnfecteerden zijn wereldwijd. Dagelijks komen er ongeveer 7000 nieuwe infecties bij, waarvan 80% via seksueel contact. Uit het rapport van Ban Ki-moon blijkt tevens dat er veel bereikt is: het aantal nieuwe infecties neemt in vrijwel alle regio’s af en meer dan 6 miljoen mensen in lage en middeninkomenslanden hebben toegang tot behandeling. Deze resultaten zijn echter fragiel en wereldwijd zijn er nog steeds twee nieuwe infecties voor elke patiënt die onder behandeling komt.

High Level Meeting

Nederland viel in gunstige zin op door onderwerpen als seksualiteit, de positie van vrouwen en meisjes, jongeren en kwetsbare groepen bij de naam te noemen in het plenaire debat. Een aantal nationale speeches viel vooral op door wat niet werd gezegd. Zo repte de Russische Federatie bijvoorbeeld met geen woord over de rol en aanpak van druggebruikers in het kader van de HIV-epidemie, terwijl dit een omvangrijk probleem is in de hele regio. Iran en Arabische landen spraken niet over mannen die seks hebben met mannen en sekswerkers. Veel Afrikaanse landen leggen de nadruk op behandeling en de ontwikkeling van een vaccin, zonder de onderliggende oorzaken van de epidemie of preventie aan de orde te stellen. Opvallend is dat de Latijns-Amerikaanse regio een meer open benadering heeft ten aanzien van de HIV-problematiek en steeds minder onder de conservatieve invloed lijkt te staan van het Vaticaan. De High Level Meeting bestond behalve uit het plenaire debat ook uit vijf panels over de onderwerpen preventie, leiderschap en gedeelde verantwoordelijkheid, meisjes en vrouwen, innovatie en integratie van de aidsrespons in de brede ontwikkelingsagenda. Nederland nam in elk van deze panels actief deel aan de discussie.

Daarnaast waren er diverse side-events, bijvoorbeeld de lancering van het gezamenlijke plan van het Stop TB Partnership en UNAIDS om sterfte aan tuberculose onder mensen met HIV een halt toe te roepen; de rol van (gematigde) religieuze organisaties bij de aidsrespons; de participatie van vrouwen; het belang van monitoring en evaluatie en de voor- en nadelen van regionale indicatoren en rapportages; mensenrechten en de belangrijkste kwetsbare groepen (waarin behalve mannen die seks hebben met mannen, druggebruikers en sekswerkers ook transgenders waren opgenomen); en mobiele populaties en (arbeids)migratie.

Slotverklaring

Nederland heeft zich samen met de EU ingezet op toegang tot informatie en voorzieningen op het gebied van seksuele gezondheid – ook voor jongeren, meer zelfbeschikking voor meisjes en vrouwen, het betrekken van mensen met hiv en de aandacht voor bepaalde risicogroepen (druggebruikers, sekswerkers en mannen die seks hebben met mannen). De onderhandelingen, die ruim drie weken in beslag namen, werden pas de dag voor aanvang van de top om middernacht afgerond.

De slotverklaring schetst aandachtsgebieden en concrete doelstellingen voor de komende jaren. Ten opzichte van de twee eerdere Declaraties uit 2001 en 2006 is er wel degelijk vooruitgang geboekt.

Zo worden de drie key populations voor het eerst met naam genoemd, is er een duidelijke link tussen de aidsrespons en seksuele en reproductieve gezondheid, is er meer aandacht voor vrouwen en meisjes, wordt erkend dat jongeren een stem moeten hebben in beleidsontwikkeling en toegang dienen te hebben tot voorlichting op het terrein van seks (seksuele voorlichting was een brug te ver), en wordt harm reduction (in verband met hiv preventie onder druggebruikers) expliciet genoemd. Ook maakt consistent en correct condoomgebruik nu deel uit van verantwoordelijk seksueel gedrag, evenals onthouding en partnertrouw. In ruil hiervoor moest wel een paragraaf worden geaccepteerd die de soevereiniteit van landen – zoals ook vastgelegd in het VN Charter – bevestigt.

Concrete doelstellingen zijn het streven naar het halveren van transmissie via seks en druggebruik, en het terugdringen van ziekte en sterfte, deels door het beschikbaar maken van behandeling voor 15 miljoen hiv-patiënten in 2015. De Declaratie werd uiteindelijk onveranderd aan het einde van de bijeenkomst bij acclamatie aangenomen.

Hoewel de slotverklaring ambitieus is had de Nederlandse delegatie graag op een aantal fronten steviger taal en duidelijker afspraken gezien, bijvoorbeeld over seksuele voorlichting, zelfbeschikking voor vrouwen en meisjes, het betrekken van jongeren en meer focus op homomannen, druggebruikers en sekswerkers. Helaas was dit door toedoen van vooral de Afrikaanse staten – onder leiding van Egypte – en de Arabische staten niet mogelijk. Deze bepleitten met succes een verwijzing naar de soevereiniteit van staten in paragraaf 2 van de slotverklaring. De Heilige Stoel riep van alle kanten zowel boe-geroep als applaus op toen zij bijna alle belangrijke inhoudelijke paragrafen ten aanzien van seksualiteit, jongeren, gender, harm reduction en homoseksualiteit van de Declaratie veroordeelde.

Hoewel compromissen noodzakelijk waren – waarvan de soevereiniteitsparagraaf het meest vérgaand is – biedt deze politieke declaratie toch veel (nieuwe) handvatten voor de mondiale hiv/aids-bestrijding.


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.