Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132589 nr. 3;A

32 589 Toekomst van het Nederlands Vaccin Instituut

Nr. 3 /A BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Ter griffie van de Eerste en vande Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 28 juni 2011.

De wens over de voorgenomen rechtshandeling nadere inlichtingen te ontvangen kan door of namens een van beide Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk 3 oktober 2011.

Het oordeel dat de voorgenomen rechtshandeling een voorafgaande machtiging bij de wet behoeft kan door een van beide Kamers worden uitgesproken uiterlijk op 3 oktober 2011dan wel binnen veertien dagen na het verstrekken van de in de vorige volzin bedoelde inlichtingen. Bij deze termijnen is rekening gehouden met de recesperiode van de Tweede Kamer

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 juni 2011

Met mijn brief van 16 december (kamerstuk 32 589, nr. 1) heb ik u geïnformeerd over de wijze waarop de verkoop van de productiefaciliteiten en -diensten van het (voormalige) NVI wordt vormgegeven.

In de beantwoording van de vragen die door de Kamercommissie zijn gesteld over voornoemde brief heb ik aangegeven dat het voor de uitvoering van het preferente verkoopscenario noodzakelijk is om een vennootschap op te richten. De oprichting vindt plaats via de in de Comptabiliteitswet neergelegde procedure (artikel 34).

Met deze brief vraag ik uw goedkeuring voor het voornemen tot oprichting van een vennootschap. Volgens de voornoemde procedure heb ik met de Algemene Rekenkamer overleg gevoerd over dit voorstel. Zij hebben geen opmerkingen geplaatst bij het voornemen.

Ik wil benadrukken dat de vennootschap louter als juridisch transitievehikel zal fungeren. Nadat de vennootschap is opgericht zullen de aandelen worden verkocht aan de koper. De overheid zal geen aandeelhouder van de vennootschap zijn. Aanvullend geldt dat pas tot definitieve oprichting zal worden overgegaan nadat van de koper zekerheid is verkregen over de verkoop. Langs beide wegen wordt voorkomen dat de overheid achterblijft met een vennootschap die financieel ondersteund moet worden.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers