Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2012-201332549 nr. M

32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen

M VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 23 mei 2013

De vaste commissie voor Economische Zaken1 heeft kennisgenomen van de brief van de bewindslieden van Economische Zaken van 25 maart 2013 in reactie op het halfjaarlijks rappel toezeggingen dat op 21 februari 2013 door de Kamervoorzitter is gezonden.2 Naar aanleiding van deze reactie heeft de commissie op 17 april 2013 een brief gestuurd aan de minister van Economische Zaken.

De minister heeft op 21 mei 2013 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken, Warmolt de Boer

BRIEF AAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Den Haag 17 april 2013

De vaste commissie voor Economische Zaken heeft met belangstelling kennisgenomen van de brief van de bewindslieden van EZ van 25 maart 2013 in reactie op het halfjaarlijks rappel toezeggingen dat op 21 februari 2013 door de Kamervoorzitter is gezonden.3 Naar aanleiding van deze reactie heeft de commissie besloten om:

  • Toezeggingen T012894, T01607, T01612, T01004, T01006, T01272 en T01273 als voldaan te beschouwen;

  • Toezeggingen T00941 en T01611 af te voeren;

  • Toezegging T01529 als deels voldaan te beschouwen en een brief te sturen aan de regering om navraag te doen naar het verloop en de uitkomsten van dit overleg in Europees verband;

  • Toezegging T01531 als deels voldaan te beschouwen en een brief te sturen aan de regering om navraag te doen naar de stand van zaken van het aangekondigde wetsvoorstel;

  • De status van de overige in het rappel opgenomen toezeggingen ongewijzigd te laten.

Middels deze brief wenst de commissie u nog enkele vragen voor te leggen met betrekking tot respectievelijk toezegging T01529 en T01531, behorende tot uw portefeuille. Deze toezeggingen zijn naar aanleiding van de reactie van de bewindslieden EZ aangemerkt als deels voldaan.

Toezegging T01529, die is gedaan bij de behandeling van de Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van herziene telecommunicatierichtlijnen5 en de Verzamelwet Verkeer en Waterstaat6, behelsde het niet doen handhaven tot 31 december 2012 van het element betreffende de omkering van bewijslast, het rechtsvermoeden, als bedoeld in artikel 11.7a Telecommunicatiewet en het in de tussentijd in Europees verband kijken naar een gebruiksvriendelijke invulling van de omkering. De commissie constateert dat het deel van de toezegging om het betreffende element niet te doen handhaven tot 31 december 2012 als voldaan kan worden aangemerkt, nu op basis van het door u genoemde Besluit implementatie herziene telecommunicatierichtlijnen7 het element pas per 1 januari 2013 in werking is getreden. De commissie verzoekt u echter om haar nog nader te informeren over het andere deel van de toezegging, namelijk het in de tussentijd in Europees verband kijken naar een gebruiksvriendelijke invulling van de omkering. Kunt u de commissie informeren over het verloop en de uitkomsten van dit overleg in Europees verband?

Toezegging T01531, die eveneens is gedaan bij de behandeling van de Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van herziene telecommunicatierichtlijnen8 en de Verzamelwet Verkeer en Waterstaat9, betrof het niet in werking laten treden van artikel 5.4, tweede lid Telecommunicatiewet en het voorbereiden van een wetsvoorstel om artikel 5.4 aan te passen. De commissie constateert dat het eerste deel van de toezegging, namelijk het niet in werking laten treden van het artikel, op basis van het Besluit implementatie herziene telecommunicatierichtlijnen als voldaan kan worden aangemerkt. De commissie verzoekt echter ook om haar te informeren over de stand van zaken met betrekking tot het wetsvoorstel ter aanpassing van artikel 5.4 Telecommunicatiewet.

De vaste commissie voor Economische Zaken ziet uw beantwoording met belangstelling tegemoet. De commissie verzoekt u om deze brief uiterlijk 15 mei 2013 van beantwoording te voorzien.

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken, E.M. Kneppers-Heynert

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 mei 2013

In uw brief van 17 april (kenmerk152172.12u) vraagt u naar de stand van zaken van een tweetal toezeggingen, toezegging T01529 (tweede deel) en toezegging T01531 (tweede deel).

Ten aanzien van toezegging T01529 vraagt u naar het verloop en de uitkomsten van het overleg in Europees verband naar een gebruiksvriendelijke invulling van artikel 11.7a van de Telecommunicatiewet, de zogenoemde cookiebepaling. In de afgelopen tijd heeft de Europese Commissie geprobeerd om samen met het bedrijfsleven een gebruiksvriendelijke oplossing te zoeken om aan de toestemmingsverplichting bij het gebruik van cookies te kunnen voldoen. Ook de Artikel 29-werkgroep, het advies- en overlegorgaan waarin de nationale privacytoezichthouders van alle lidstaten zijn verenigd, was bij die onderhandelingen betrokken. De onderhandelingen hebben tot op heden geen resultaat opgeleverd.

Inmiddels is al weer enige tijd ervaring opgedaan met de cookiebepaling in Nederland. Daaruit is naar voren gekomen dat veel internetters zich ergeren aan de effecten van de cookiebepaling. Deze ergernis ziet voor een deel op het feit dat op grond van de huidige bepaling voor alle cookies, behalve technisch noodzakelijke cookies, toestemming wordt gevraagd. Er moet dus ook toestemming worden gevraagd voor cookies die een positieve bijdrage leveren aan de internetdienstverlening en die geen of nauwelijks inbreuk maken op de privacy, zoals bijvoorbeeld analytic cookies. Daarom bereid ik op dit moment, mede op verzoek van de Tweede Kamer, een wetsvoorstel voor op grond waarvan voor cookies die informatie leveren over de kwaliteit en de effectiviteit van een geboden dienst van de informatiemaatschappij niet langer de informatieplicht en het toestemmingsvereiste zal gelden op voorwaarde dat deze cookies geen of slechts geringe gevolgen hebben voor de privacy. Voor het plaatsen en lezen van cookies die wel wezenlijke gevolgen voor de privacy hebben blijft de informatieplicht en het toestemmingvereiste van kracht. Met de voorgenomen wijziging wordt de gebruiksvriendelijkheid gediend en wordt bovendien voorkomen dat de cookiebepaling zijn doel voorbij schiet. Daarnaast is in de praktijk onduidelijkheid over de manier waarop toestemming kan worden gevraagd, hetgeen soms tot gebruiksonvriendelijke oplossingen leidt. In de toelichting op het wetsvoorstel geef ik daarom uitleg over de eisen die de wet aan de toestemming stelt. Ik verwacht dat dit zal leiden tot meer gebruiksvriendelijke oplossingen.

Ten aanzien van toezegging T01531 vraagt u mij om informatie over de stand van zaken met betrekking tot het wetsvoorstel ter aanpassing van artikel 5.4 Telecommunicatiewet. De aanpassing van artikel 5.4 Telecommunicatiewet maakt deel uit van een wetsontwerp waarin meerdere aanpassingen van de Telecommunicatiewet zijn opgenomen. Ik verwacht dit wetsvoorstel in de eerste helft van 2014 aan de Tweede Kamer te kunnen aanbieden.

De minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Kneppers-Heijnert (VVD) (voorzitter), Terpstra (CDA), Sylvester (PvdA), Essers (CDA) Thissen (GL), Witteveen (PvdA) (vice-voorzitter), Nagel (50PLUS), Elzinga (SP), Huijbregts-Schiedon (VVD), Koffeman (PvdD), Reuten (SP), Schaap (VVD), vac. (SP), Flierman (CDA), Hoekstra (CDA), Van Boxtel (D66), Backer (D66), Vos (GL), De Lange (OSF), Schrijver (PvdA), Postema (PvdA), Vlietstra (PvdA), Van Strien (PVV), Faber-van de Klashorst (PVV), Ester (CU), Bröcker (VVD), Beckers (VVD), Van Beek (PVV)

X Noot
2

Kamerstukken I 2012/13 33 400 XIII, C.

X Noot
3

Kamerstukken I 2012/13 33 400 XIII, C.

X Noot
4

Toezeggingen zijn te raadplegen op www.eerstekamer.nl

X Noot
5

Kamerstukken 32 549.

X Noot
6

Kamerstukken 32 403.

X Noot
8

Kamerstukken 32 549.

X Noot
9

Kamerstukken 32 403.