Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201332549 nr. 49

32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen

Nr. 49 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 november 2012

Op verzoek van de vaste commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie zend ik u hierbij ter vertrouwelijke inzage de brief van de Europese Commissie over de kritiek op de Nederlandse Telecommunicatiewet *) en de Mediawet 2008 alsmede een korte toelichting van het kabinet op die brief.

Bij het schrijven van de Europese Commissie gaat het om een zogenoemde ingebrekestelling. Deze is zoals gebruikelijk niet openbaar.

Een ingebrekestelling wordt door de Europese Commissie aan een lidstaat gestuurd wanneer de lidstaat naar de het oordeel van de Europese Commissie de Europese verdragen en/of regelgeving op een bepaald punt niet heeft nageleefd.

De Nederlandse regering heeft 2 maanden om op de ingebrekestelling te reageren. Mocht het Nederlandse antwoord de Europese Commissie niet overtuigen dan zal de Commissie Nederland voor het Europese Hof van Justitie dagen.

De ingebrekestelling heeft betrekking op de toegang tot de kabel zoals die geregeld is in artikel 6a.21a van de Telecommunicatiewet en artikel 6.14a van de Mediawet 2008. De Commissie is van oordeel dat het Europese telecommunicatiekader op deze bepalingen van toepassingen is en dat beide bepalingen in strijd zijn met dat kader.

Zoals ik bij de behandeling van implementatiewet in de Eerste Kamer al heb aangegeven1 kan en wordt er verschillend worden gedacht over de vraag of het Europese kader in dit geval van toepassing is. Zowel bij het artikel in de Telecommunicatiewet als bij het artikel in de Mediawet 2008 handelt het om een wederverkoopverplichting met betrekking tot programmadiensten. Het telecommunicatiekader ziet op diensten die geheel of hoofdzakelijk uit elektronisch transport bestaan. Bij de hier aan de orde zijnde programmadienst gaat om een dienst die zowel uit het elektronische transport bestaat als uit de via dat transport geleverde inhoud (de programma’s).

De Europese Commissie komt, anders dan de Nederlandse regering, tot de conclusie dat het Europese regelgevingskader voor telecommunicatie van toepassing is nu beide wetsartikelen in ieder geval gedeeltelijk elektronisch transport (transmissie) regelen.

Bij de behandeling in de Eerste Kamer heb ik aangegeven2 dat de Nederlandse regering beide bepalingen zal verdedigen.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen

*) Ter vertrouwelijke inzage gelegd, alleen voor de leden, bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer


X Noot
1

Eerste Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 549, E, pagina 16 en 17

X Noot
2

Eerste Kamer, vergaderjaar 2011–2012, 32 549, G, pagina 11