Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132549 nr. 44

32 549 Wijziging van de Telecommunicatiewet ter implementatie van de herziene telecommunicatierichtlijnen

Nr. 44 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2011

Op 1 juni jl. heb ik uw Kamer, naar aanleiding van vragen hierover, geïnformeerd over het gebruik van de Deep Packet Inspection (hierna DPI) door aanbieders van mobiele telefonie en het door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (hierna OPTA) ingestelde onderzoek naar mogelijke overtredingen door mobiele aanbieders van de Telecommunicatiewet door het gebruik van DPI. Met deze brief geef ik invulling aan mijn toezegging uw Kamer nader te informeren over de eerste uitkomsten van dit onderzoek.

Onderzoek OPTA

Naar aanleiding van berichten die half mei 2011 in de media verschenen over het gebruik van DPI door aanbieders van mobiele telefonie en mogelijke inbreuken op de privacy, heeft OPTA besloten een onderzoek in te stellen. Dit onderzoek heeft OPTA uitgevoerd op basis van haar bevoegdheden die volgen uit de Telecommunicatiewet (hierna Tw).

OPTA heeft onderzocht of de manier waarop aanbieders van mobiele netwerken datapakketten analyseren strijdig is met de artikelen 11.2, 11.3 en 18.13 van de Tw. Zo verplicht artikel 11.2 aanbieders om zorg te dragen voor de bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer van abonnees en gebruikers van hun netwerk of dienst. Artikel 11.3 legt aanbieders de verplichting op om passende technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen te nemen in het belang van de bescherming van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van abonnees en gebruikers. Artikel 18.13 verplicht aanbieders het belang van de bescherming van persoonsgegevens, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van onder andere het telefoongeheim in acht te nemen.

OPTA heeft voor haar onderzoek informatie gevorderd bij de mobiele netwerkaanbieders en zij is over de geleverde informatie met deze aanbieders in gesprek gegaan. De voorlopige bevindingen van dit onderzoek zijn als bijlage aan deze brief toegevoegd1.

Ik ben tevreden met de snelle actie van OPTA. Ik hecht er sterk aan dat duidelijk wordt wat er gebeurt en gebeurd is bij het gebruik van data-analyse technieken, en of hierbij de regels overtreden zijn. Dit onderzoek en het gevolg dat hieraan gegeven wordt moeten inzichtelijk maken of de privacy en de bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer door de mobiele aanbieders zijn gerespecteerd. Indien zou blijken dat dit niet het geval is moet hiertegen worden opgetreden, en om die reden is het van groot belang dat dit zorgvuldig en grondig wordt uitgezocht. Eerder heb ik uw Kamer geïnformeerd over oriënterend onderzoek dat het Landelijk Parket van het Openbaar Ministerie doet naar mogelijk strafbare toepassing van data-analyse technieken. Inmiddels kan ik u mededelen dat ook het College Bescherming Persoonsgegevens (hierna CBP) op basis van zijn bevoegdheden op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens een onderzoek heeft ingesteld. Voor dit onderzoek heeft OPTA de voorlopige bevindingen van haar onderzoek en het onderzoeksmateriaal in het kader van de samenwerkingsovereenkomst tussen OPTA en het CBP beschikbaar gesteld aan het CBP. OPTA zal mede op basis van de uitkomsten van het onderzoek van het CBP besluiten of aanvullende actie nodig is.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

M. J. M. Verhagen


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.