Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132537 nr. 2

32 537 Regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie (Kaderwet VROM- en WWI-subsidies)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een algemeen wettelijk kader te stellen met betrekking tot de verstrekking van subsidies door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN EN WERKINGSGEBIED

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.

Artikel 2

Deze wet is van toepassing op subsidies waarop ingevolge de Algemene wet bestuursrecht titel 4.2 van die wet van toepassing is.

HOOFDSTUK 2. DOELEINDEN VAN SUBSIDIEVERSTREKKING

Artikel 3

  • 1. Onze Minister kan subsidies verstrekken voor activiteiten die passen in het beleid inzake:

    • a. het wonen en de woonomgeving;

    • b. de ruimtelijke ordening;

    • c. het milieubeheer;

    • d. het bouwen;

    • e. de wijkenaanpak;

    • f. de inburgering en integratie.

  • 2. Onze Minister kan voorts subsidies verstrekken voor activiteiten op het gebied van de onderwerpen, die zijn genoemd in de begrotingsstaat, onderdeel uitgaven en verplichtingen, behorend bij de wet, houdende vaststelling van de begroting van uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer of van de programmabegroting Wonen, Wijken en Integratie voor het desbetreffende jaar, of voor een voorafgaand jaar, voor zover daarin een beschikking tot subsidieverstrekking is gegeven. Indien bij de aanvang van enig jaar bedoelde wet nog niet in werking is getreden, wordt tot die inwerkingtreding het voorstel daartoe in aanmerking genomen.

Artikel 4

  • 1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen de in artikel 3 bedoelde activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt nader worden bepaald en kunnen criteria voor die verstrekking worden vastgesteld.

  • 2. Bij een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt voorzien in de vaststelling van een subsidieplafond en de regeling van de wijze van verdeling ervan, tenzij Onze Minister van Financiën heeft ingestemd met het achterwege laten daarvan.

  • 3. Indien de in het eerste lid bedoelde regels bepalen dat de subsidie kan worden verstrekt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, is deze wet voor die subsidie aldaar van toepassing.

HOOFDSTUK 3. BESLUITEN OMTRENT VERLENING EN VASTSTELLING VAN SUBSIDIES

Artikel 5

  • 1. Een beschikking tot het verstrekken van een subsidie wordt gegeven binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe, dan wel, in gevallen waarbij binnen een subsidieplafond de verstrekking plaatsvindt in volgorde van rangschikking van of evenredige verdeling over de aanvragen, binnen dertien weken na afloop van de termijn waarbinnen de aanvragen kunnen worden ingediend.

  • 2. In afwijking van het eerste lid geldt in plaats van een termijn van dertien weken een termijn van tweeëntwintig weken in geval van:

    • a. cofinanciering van een door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk of de Europese Commissie goedgekeurd programma;

    • b. het inwinnen van advies of

    • c. het instellen van een nader onderzoek.

  • 3. In afwijking van het eerste lid geldt voorts in plaats van een termijn van dertien weken een termijn van veertig weken, indien het oordeel van een internationale beoordelingscommissie dient te worden gevraagd of een andere vorm van internationale beoordeling dient plaats te vinden.

Artikel 6

  • 1. Een aanvraag tot subsidievaststelling, indien daaraan voorafgaand een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, wordt ingediend binnen dertien weken na het verricht zijn van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, dan wel binnen de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, bij ministeriële regeling of bij de beschikking tot subsidieverlening bepaalde andere termijn.

  • 2. Een beschikking tot subsidievaststelling wordt gegeven binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag daartoe, dan wel, indien in de beschikking tot subsidieverlening een tijdstip is bepaald waarop de subsidie uiterlijk ambtshalve wordt vastgesteld, binnen tweeëntwintig weken na het tijdstip waarop de activiteiten, waarop de subsidieverlening betrekking heeft, moeten zijn verricht.

Artikel 7

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij regeling van Onze Minister kunnen regels dan wel nadere regels worden gesteld met betrekking tot:

  • a. de aanvraag van de subsidie, de daarbij over te leggen gegevens en bescheiden, en de besluitvorming daarover;

  • b. het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald;

  • c. de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend;

  • d. de verplichtingen van de subsidie-ontvanger;

  • e. de vaststelling van de subsidie;

  • f. de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten;

  • g. intrekking of wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling;

  • h. vaststelling van een subsidieplafond en de wijze van verdeling van beschikbare bedragen.

HOOFDSTUK 4. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 8

  • 1. Voor zover subsidieverstrekking in strijd is met ingevolge een verdrag voor de staat geldende verplichtingen, kan Onze Minister:

    • a. de subsidieverstrekking weigeren;

    • b. de subsidie lager vaststellen dan overeenkomstig de subsidieverlening;

    • c. de subsidieverlening of -vaststelling intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen.

  • 2. Bij de vaststelling, intrekking of wijziging, bedoeld in het eerste lid, kan worden bepaald dat over een onverschuldigd betaalde subsidie een rentevergoeding is verschuldigd.

  • 3. De intrekking of wijziging, bedoeld in het eerste lid, werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verstrekt, tenzij bij die intrekking of wijziging anders is bepaald.

  • 4. De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de vaststelling, intrekking en wijziging, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9

  • 1. Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet aan de subsidie-ontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen personen.

  • 2. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3. Aan subsidies die op grond van deze wet zijn verstrekt, is de verplichting verbonden dat de subsidie-ontvanger aan een toezichthouder alle medewerking verleent die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.

  • 4. Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

HOOFDSTUK 5. WIJZIGINGEN IN ANDERE WETTEN

Artikel 10

Hoofdstuk 4E van de Wet Justitie-subsidies vervalt.

Artikel 11

Artikel 15.12 van de Wet milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

A

Voor de tekst wordt de aanduiding «2.» geplaatst.

B

Vóór het tweede lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 1. Deze titel is slechts van toepassing op subsidies die uitsluitend worden verstrekt aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.

Artikel 12

In artikel 6.10, eerste lid, aanhef, van de Wet ruimtelijke ordening wordt na «nationaal ruimtelijk beleid» ingevoegd: aan provincies en gemeenten.

Artikel 13

De Woningwet wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 82 vervalt.

B

In artikel 83 wordt «de artikelen 81 en 82» vervangen door: artikel 81.

HOOFDSTUK 6. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 14

Algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen die voor de inwerkingtreding van deze wet een grondslag vonden in bepalingen, gesteld bij of krachtens de Wet Justitie-subsidies, de Wet milieubeheer, de Wet ruimtelijke ordening of de Woningwet, berusten, voor zover zij voorzien in subsidies binnen het toepassingsgebied van deze wet, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op de artikelen 2 en 3 van deze wet of mede op die artikelen.

Artikel 15

Deze wet is niet van toepassing op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn verstrekt.

Artikel 16

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel 17

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 18

Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet VROM- en WWI-subsidies.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,