32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen alsmede enige andere wetten in verband met de verbetering van de positie van pleegouders (verbetering positie pleegouders)

M VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 9 september 2013

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 heeft kennisgenomen van de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 19 maart 2013 met de reactie op het op 21 februari 2013 verzonden toezeggingenrappel (verslag schriftelijk overleg, 33 400 XVI, D). Naar aanleiding daarvan heeft de commissie de Minister op 16 april 2013 een brief gestuurd.

De Staatssecretaris heeft op 9 september 2013 gereageerd op de vraag inzake toezegging T01598. De brief bevat tevens een reactie op toezegging T01596.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Warmolt de Boer

BRIEF AAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Den Haag, 16 april 2013

De commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 19 maart 2013 met de reactie op het op 21 februari 2013 verzonden toezeggingenrappel (verslag schriftelijk overleg, 33 400 XVI, D). Bij de geschetste actuele stand van zaken plaatst de commissie twee kanttekeningen.

Tijdens de behandeling van de Wet aanvulling instrumenten bekostiging WMG (32 393) heeft u toegezegd u te zullen beraden op de wijze waarop een discussie over zinnige zorg georganiseerd kan worden. In bovengenoemde brief van 19 maart 2013 stelt u dat aan deze toezegging (T01409: Grenzen aan de zorg) voldaan is met de brief van 31 oktober 2012 aan de Tweede Kamer (33 400 XVI, 15, blz. 9/10). Deze brief beperkt zich echter tot de zorg rondom het levenseinde, terwijl het tijdens het debat juist ging om een brede zorginhoudelijke discussie. De commissie beschouwt deze toezegging derhalve nog als openstaand en verneemt graag uiterlijk 14 mei 2013 wanneer zij uw reactie tegemoet kan zien.

Ten aanzien van toezegging T01598 (Pleegzorgvergoeding) merkt de commissie op dat de Staatssecretaris van VWS bij de behandeling van het wetsvoorstel Verbetering positie pleegouders (32 529) heeft toegezegd voor 1 maart 2013 meer duidelijkheid te bieden over een mogelijke verbetering van de pleegzorgvergoeding. Het ging daarbij nadrukkelijk om het recht van alle pleegouders op een kostendekkende vergoeding, en niet slechts om pleegoudervoogden, zoals gesteld in bovengenoemde brief van 19 maart 2013. De commissie verzoekt dan ook om, conform de afspraak, te zoeken naar een oplossing voor de pleegzorgvergoeding voor alle pleegouders en wordt hierover graag voor 1 juli 2013 geïnformeerd.

De commissie ziet de reacties met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, T.M. Slagter-Roukema

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 september 2013

Op 16 april 2013 heeft uw Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de Minister een brief geschreven over de toezeggingen T01409 en T01598. Met deze brief reageer ik, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie (VenJ), op de toezegging T01598 (pleegvergoeding). De toezegging T01598 gaat over de motie Ester (TK 2012–2013, 32 529) die vraagt om verbetering van de pleegvergoeding. In deze brief informeer ik u ook over toezegging T01596 over het opnemen van een pleegouderverklaring in het pleegcontract.

Pleegouders die een pleegkind opvangen krijgen hiervoor een pleegvergoeding. De pleegvergoeding wordt uitgekeerd door de pleegzorgaanbieder. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer geïnformeerd over het voornemen om de pleegvergoeding te verhogen. Oorspronkelijk was voorzien dat de verhoging van de pleegvergoeding gerealiseerd zou kunnen worden door de ouderbijdrageregeling af te schaffen en de Algemene Kinderbijslagwet te wijzigen, zodat het recht op kinderbijslag voor uithuisgeplaatste kinderen zou komen te vervallen. Met de besparing die als gevolg van deze maatregelen zou optreden, zou een verhoging van de pleegvergoeding gerealiseerd kunnen worden. Het budget bijzondere kosten zou dan ook worden ingezet voor generieke verhoging van de pleegvergoeding. Het budget bijzondere kosten is bedoeld voor incidentele kosten die pleegouders maken voor pleegkinderen in het gedwongen kader.

Echter de betrouwbaarheid van de gegevensregistratie en -uitwisseling tussen zorgaanbieders en bureaus jeugdzorg en de daaropvolgende aanlevering van gegevens aan de Sociale Verzekeringsbank was, zonder aanvullende kostbare investeringen in de geautomatiseerde systemen, van onvoldoende niveau waardoor het wetsvoorstel voor dit deel niet uitvoerbaar was. Hierdoor was het niet mogelijk om een besparing te genereren die ingezet kan worden voor de verhoging van de pleegvergoeding.

Mijn ambtsvoorganger heeft onderzocht of de inning van de ouderbijdrage verbeterd kan worden. Met deze meeropbrengst zou dan de pleegvergoeding substantieel verhoogd kunnen worden.

Het bestuurlijk overleg tussen VWS, VenJ en IPO stemde op 9 juli 2012 in met het voorstel om nader onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een verhoogde opbrengst uit de ouderbijdragen.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat slechts in zeer beperkte mate opbrengsten te verwachten zijn uit een verbeterde inning van de ouderbijdrage. Dit heeft de volgende redenen:

  • de meeropbrengst van een verbeterde inning is beperkt van omvang omdat het aantal vrijstellingen vanwege voogdij groter is dan gedacht. Als ouders uit het ouderlijk gezag worden ontheven, vervalt voor hen de plicht tot het betalen van een ouderbijdrage. De voogdij komt dan bij bureau jeugdzorg te liggen of gaat naar de pleegouders (pleegoudervoogdij).

  • de periode tot het nieuwe stelsel (1 januari 2015) is te kort om nog grote investeringen te verrichten voor het huidige stelsel.

Uit de verbeterde inning van de ouderbijdragen valt zodoende op korte termijn geen grote meeropbrengst te genereren. In de huidige situatie zijn er geen andere structurele middelen om de pleegvergoeding te verhogen.

Tegelijkertijd heb ik vorig jaar in het debat met de Eerste Kamer aangegeven dat de huidige pleegvergoeding toereikend is om de dagelijkse kosten van verzorging en opvoeding te betalen. De pleegvergoeding per kind komt dit jaar gemiddeld op € 6.800 per jaar. Bij drie omstandigheden kunnen pleegouders in aanmerking komen voor een toeslag (crisisplaatsing, groot pleeggezin en/of pleegkind met een handicap). De toeslag komt bovenop het basisbedrag en bedraagt € 1.200 per jaar. Pleegouders kunnen in aanmerking komen voor drie toeslagen (3 x € 1.200).

Als er een speciale situatie is waardoor de pleegvergoeding niet toereikend is, kan de provincie of zorgaanbieder besluiten extra kosten te vergoeden. De doeluitkering geeft hier ruimte voor. Daarnaast blijven biologische ouders onderhoudsplichtig voor hun kind. Met name pleegouders met een kind in het vrijwillig kader kunnen dan ook vaak een beroep doen op de biologische ouders. Pleegouders met pleegkinderen in het gedwongen kader kunnen voor bijzondere kosten een beroep doen op het budget bijzondere kosten. Het budget bijzondere kosten in het gedwongen kader zal in zijn huidige vorm blijven bestaan zodat pleegouders die pleegkinderen in het gedwongen kader opvangen daar in speciale gevallen nog een beroep op kunnen blijven doen. Dit is ook een wens van de Eerste Kamer om pleegouders met speciale uitgaven tegemoet te komen.

Voor de groep pleegoudervoogden is er geen goed vangnet beschikbaar. Deze pleegoudervoogden konden voorheen – toen ze dus nog pleegouder waren – in aanmerking komen voor het budget bijzondere kosten. Deze mogelijkheid vervalt op het moment dat zij pleegoudervoogd worden.

In het beleid voor pleegzorg stimuleren we dat er meer pleegoudervoogden komen. Daarom is in de wet verbetering positie pleegouders opgenomen, dat pleegouders die samen de voogdij krijgen, recht houden op pleegvergoeding. Dit heeft tot gevolg dat pleegoudervoogden met een indicatie pleegzorg niet onderhoudsplichtig zijn voor hun pleegkind. Deze pleegoudervoogden ontvangen voor de dagelijkse kosten van verzorging en opvoeding een toereikende pleegvergoeding. In de jeugdwet is opgenomen dat er een ministeriële regeling komt waarin voorzien wordt in een toereikende pleegvergoeding voor alle pleegouders (dus ook voor pleegoudervoogden), inclusief een vergoeding voor bijzondere kosten.

In de periode tot de nieuwe jeugdwet zal er een tijdelijke oplossing worden geboden voor het probleem dat er nu geen goed financieel vangnet beschikbaar is voor pleegoudervoogden. Ik ben voornemens om een bedrag toe te voegen aan de doeluitkering dat bestemd is voor speciale uitgaven die pleegoudervoogden moeten maken voor hun pleegkind. Dit bedrag zal volgens de verdeelsleutel van het Sociaal Cultureel Planbureau verdeeld worden over de provincies. Momenteel wordt het voorstel voor de tijdelijke oplossing – tot het moment waarop de nieuwe jeugdwet in werking treedt – uitgewerkt. Ik verwacht dat dit per 1 januari 2014 geregeld kan zijn.

Tenslotte informeer ik u over de toezegging van mijn voorganger om een pleegouderverklaring op te laten nemen in het pleegcontract (EK 2012–2013, 32 259, I). Met de pleegouderverklaring verklaart de pleegouder in het verleden niets te hebben gedaan dat het pleegouderschap in de weg kan staan. Inmiddels is per 1 juli 2013 de regeling pleegzorg in werking getreden waarin opgenomen is dat de pleegouderverklaring een onderdeel is van het pleegcontract. Hiermee wordt aan de toezegging voldaan.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Dupuis (VVD) (vicevoorzitter), Linthorst (PvdA), Slagter-Roukema (SP) (voorzitter), Thissen (GL), Nagel (50PLUS), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Quik-Schuijt (SP), Reuten (SP), De Vries-Leggedoor (CDA), Flierman (CDA), Barth (PvdA), Martens (CDA), vac. (CDA), Scholten (D66), Backer (D66), Ganzevoort (GL), De Lange (OSF), Ter Horst (PvdA), Beuving (PvdA), Frijters-Klijnen (PVV), Van Dijk (PVV), De Grave (VVD), Bröcker (VVD), Beckers (VVD), Van Beek (PVV), Bruijn (VVD), Koning (PvdA)

Naar boven