De commissie1,
overwegende,
dat initiatiefneemster de Stichting Platform AOW Omhoog! op 18 januari 2011 een burgerinitiatief heeft ingediend met het voorstel
om als eerste stap de AOW weer op niveau te brengen door de welvaartsachterstand die in de loop der jaren is ontstaan te compenseren
en vervolgens de AOW welvaartsvast te houden,
dat het burgerinitiatief voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 9a van het reglement van de commissie, waaronder de
voorwaarde dat tenminste 40 000 personen van 18 jaar of ouder van hun steun aan dit burgerinitiatief hebben blijk gegeven
door overlegging van een handtekening en persoonsgegevens, omdat de brief is vergezeld van 39 538 schriftelijke handtekeningen
van personen van 18 jaar of ouder met de vereiste persoonsgegevens en 1485 digitale steunbetuigingen,
dat door dit aantal schriftelijke en digitale steunbetuigingen na een (deel)onderzoek kan worden aangenomen dat tenminste
40 000 van de ondertekenaars zijn gerechtigd om deel te nemen aan verkiezing van de leden van de Tweede Kamer, zodat is voldaan
aan de voorwaarde genoemd in artikel 10 van het reglement van de commissie,
dat geen van de bezwaren genoemd in artikel 132a tweede lid van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer tegen het in behandeling
nemen van dit burgerinitiatief kan worden aangevoerd,
dat dit onder andere betekent dat is voldaan aan de voorwaarde dat het burgerinitiatief geen onderwerp betreft waarover de
Kamer korter dan twee jaar voor de indiening van het burgerinitiatief een besluit heeft genomen zoals bepaald in artikel 132a
tweede lid onder c,
dat de commissie immers heeft vastgesteld dat in de jaren 2009 vanaf 18 januari, 2010 en 2011 tot aan de indiening van het
burgerinitiatief geen debat is gevoerd dat expliciet het compenseren van de welvaartsachterstand van de AOW, het eerste deel
van het burgerinitiatief betrof,
dat de commissie weliswaar is gebleken dat bij de behandeling van de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW) voor het jaar 2010 het amendement van de leden Ulenbelt en Karabulut (TK 32 123 XV, nr. 10) is ingediend waarin werd beoogd dat de tegemoetkoming AOW/Anw/AO wordt geïndexeerd, en dat de Kamer dit amendement op 15 december
2009 heeft verworpen,
dat de Kamer daarmee wel een besluit heeft genomen in een periode korter dan twee jaar voor indiening van het burgerinitiatief
maar dat dit amendement alleen de tegemoetkoming AOW betrof en niet het tweede deel van het burgerinitiatief, het welvaartsvast
maken van de AOW door een koppeling aan de verdiende lonen,
dat de commissie voorts heeft geconstateerd dat de Kamer het wetsvoorstel mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen
(TK 32 521) op 16 december 2010 heeft aangenomen maar dat dit wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid van koopkrachtcompensatie door
middel van een maandelijkse tegemoetkoming voor oudere personen die binnenlands belastingplichtig zijn of van wie ten minste
90% van het wereldinkomen in Nederland onderworpen is aan de belastingheffing naar het inkomen en niet het welvaartsvast maken
van de AOW door een koppeling aan de verdiende lonen,
dat de commissie ook heeft vastgesteld dat de Kamer op 8 en 9 december 2010 tijdens de behandeling van de begroting van het
ministerie van SZW voor het jaar 2011 heeft gesproken over het tweede element van het burgerinitiatief, maar dat er geen moties
zijn ingediend om dit aan de regering te verzoeken,
dat de minister van SZW tijdens dit debat heeft toegezegd een kabinetsstandpunt op het pensioenakkoord waaronder de koppeling
van de AOW aan de verdiende lonen aan de Kamer te doen toekomen in het voorjaar van 2011 na overleg te hebben gevoerd met
de sociale partners, dat de commissie heeft vastgesteld dat de Kamer gezien het bovenstaande noch expliciet, door het indienen
van een motie en het stemmen hierover, noch impliciet door in te stemmen met een standpunt van het kabinet een besluit heeft
genomen,
dat de commissie tenslotte heeft vastgesteld dat het burgerinitiatief twee duidelijk omlijnde beleidsdoelstellingen inhoudt,
van oordeel, dat dit burgerinitiatief voldoet aan de door de Kamer gestelde voorwaarden;
stelt de Kamer voor:
a. dit burgerinitiatief in behandeling te nemen;
b. de brief van de Stichting Platform AOW Omhoog! in handen te stellen van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
c. deze commissie te verzoeken om op korte termijn, zo mogelijk voorafgaand aan het debat over het kabinetsstandpunt over het
pensioenakkoord van de sociale partners waaronder de koppeling van de AOW aan de verdiende lonen, een gesprek met de Stichting
te voeren waarin wordt geprobeerd verduidelijking te verkrijgen van de maatregelen die haar voor ogen staan om de twee doelstellingen
te bereiken en over dit gesprek een beknopt verslag uit te brengen aan de Kamer;
d. dit burgerinitiatief na uitbrengen van dat verslag zo snel mogelijk te agenderen voor voornoemd debat en daarover ook een
besluit te nemen zoals bedoeld in artikel 132a, vijfde lid van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer, door te stemmen
over de voorstellen van de initiatiefgroep als betrof het één voorstel;
stelt de Kamer voor ten aanzien van dit adres over te gaan tot de orde van de dag.
De voorzitter van de commissie,
Neppérus
De griffier van de commissie,
De Gier