Klacht
Verzoeker klaagt erover dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) geen onderzoek wil doen naar zijn klacht over het ontbreken
van toezicht op fouten en tekortkomingen van medisch specialisten, over een zorgmanager en over de klachtencommissie van het
Universitair Centrum Utrecht (UMCU). Hij is van mening dat de IGZ daarmee niet de belangen van de patiëntenzorg dient.
Feiten
Verzoeker heeft bij de klachtencommissie van het UMCU een klacht ingediend over de complicaties bij zijn medische behandeling
in deze zorginstelling. De klachtencommissie heeft vijf klachten gegrond verklaard maar geen aanbevelingen gedaan aan de Raad
van Bestuur van het UMCU. Verzoeker heeft vervolgens aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg zijn klachten over zijn behandeling
in het UMCU gemeld. De IGZ heeft verzoeker meegedeeld dat zij zijn melding niet in behandeling kon nemen omdat tegen de uitspraken
van de klachtencommissie van het UMCU geen beroep mogelijk is. Hem is geadviseerd een klacht in te dienen bij het Regionaal
Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Op 22 juni 2009 is er een gesprek gevoerd tussen IGZ en verzoeker. De IGZ is bij haar
beslissing gebleven om de melding niet in behandeling te nemen omdat de klacht geen zaken van structurele aard zoals de veiligheid
van patiënten in een instelling of een goede gezondheidszorg betrof. Verzoeker heeft zich over de IGZ beklaagd bij de Inspecteur-Generaal
die deze klacht voor advies aan de Klachtadviescommissie IGZ heeft voorgelegd. Verzoeker is door deze commissie gehoord; de
commissie heeft op 25 januari 2010 advies uitgebracht aan de Inspecteur-Generaal. Deze heeft het advies gedeeltelijk overgenomen;
hij heeft ook aan verzoeker meegedeeld dat de IGZ zich beperkt tot de procedurele aspecten van de klachtbehandeling en de
zorgaanbieder niet kan opdragen om een klacht opnieuw te behandelen. Hij heeft toegezegd verzoeker te informeren over het
jaargesprek van de betrokken inspecteur met het UMCU waarin ook de klacht van verzoeker aan de orde zou komen. Verzoeker heeft
daarop een nieuwe klacht ingediend bij de klachtencommissie van het UMCU; ook heeft hij zich beklaagd over de wijze waarop
de inspecteur uitvoering heeft gegeven aan het advies van de Klachtadviescommissie IGZ. Op 31 maart 2010 heeft de inspecteur
verzoeker inderdaad geïnformeerd over het jaargesprek van de inspecteur met de Raad van Bestuur van het UMCU, waarin onder
andere de overschrijding van de behandeltermijnen aan de orde is gekomen. De Raad van Bestuur heeft naar aanleiding daarvan
maatregelen genomen. Op 7 juli 2010 heeft de Inspecteur-Generaal namens de minister van VWS gereageerd op de klacht van verzoeker
over de wijze waarop de inspecteur uitvoering heeft gegeven aan het advies van de Klachtadviescommissie IGZ.
Overwegingen
Verzoeker voert aan dat de IGZ onderzoek had moeten doen naar de wijze waarop zijn klacht over de medische behandeling in
het UMCU is behandeld. Hij vindt dat de inspecteur geen toezicht heeft uitgeoefend in het belang van de veiligheid van patiënten
en niet kritisch is geweest tegenover de zorginstelling.
Oordeel van de commissie3
De commissie is van oordeel dat niet is gebleken dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg de melding van verzoeker onbehoorlijk
dan wel onzorgvuldig heeft behandeld.
Anders dan verzoeker meent, is er geen verplichting van de IGZ om naar aanleiding van een melding van een klacht over de gezondheidszorg
een onderzoek in te stellen. In de Leidraad meldingen IGZ is vastgelegd hoe de IGZ met meldingen moet omgaan. Een onderzoek
wordt door de IGZ gedaan als de veiligheid van patiënten en/of een goede gezondheidszorg in gevaar komen, met andere woorden
bij structurele tekortkomingen van de zorginstelling. Hoewel verzoeker klachten heeft over zijn medische behandeling en een
deel van zijn klachten ook gegrond is verklaard door de klachtencommissie UMCU, heeft hij niet aangetoond dat er structurele
tekortkomingen zijn in het UMCU. Evenmin is de IGZ een beroepsinstantie voor de uitspraak van een klachtencommissie.
Anderzijds is de commissie met de Klachtadviescommissie IGZ van oordeel dat het toezicht van de IGZ op de naleving van de
Wet klachtrecht cliënten zorgsector niet alleen procedureel van aard is. Omdat de klacht van verzoeker vanaf het begin niet
helemaal naar behoren is behandeld en de inspecteur het UMCU kritischer had moeten benaderen, geeft de commissie de minister
in overweging om de IGZ te vragen alsnog een gesprek te voeren met het UMCU en verzoeker zodat de klachten die gegrond zijn
verklaard en het vervolg daarop alsnog aan de orde kunnen komen.
Voorstel aan de Kamer
De commissie stelt de Kamer voor de minister van VWS uit te nodigen de IGZ te verzoeken een gesprek te organiseren tussen
IGZ, Raad van Bestuur van het UMCU en verzoeker zodat de klachten en de wijze waarop deze zijn dan wel worden afgehandeld,
in aanwezigheid van alle betrokkenen kunnen worden besproken.
De voorzitter van de commissie,
Neppérus
De griffier van de commissie,
De Gier