Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201232503 nr. 5

32 503 Homogene Groep Internationale Samenwerking 2011 (HGIS-nota 2011)

Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 mei 2012

Hierbij bied ik u het jaarverslag 2011 aan van de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

Het HGIS-jaarverslag 2011 geeft inzicht in de besteding van de Nederlandse middelen aan internationale samenwerking in 2011. Het verslag volgt de indeling van het jaarverslag van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het tekstuele verslag gaat in de op de beleidsthema’s en vervolgens worden in tabellen de HGIS-uitgaven gepresenteerd naar departement, begrotingsartikel en, voor de bilaterale ontwikkelingssamenwerking, naar partnerland. Voor meer gedetailleerde informatie verwijs ik naar de jaarverslagen van de betrokken HGIS-departementen.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

Figuur 1. HGIS-uitgaven 2011 naar beleidsthema (bedragen x EUR 1000)

Figuur 1. HGIS-uitgaven 2011 naar beleidsthema (bedragen x EUR 1000)
Totale omvang van de HGIS 2011: 6,097 miljard

Begroting en realisaties 2011 naar beleidsthema

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

1. Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

151 446

– 3 060

148 386

2. Vrede, veiligheid en conflictbeheersing

1 034 860

– 57 488

977 372

3. Versterkte Europese samenwerking

616 609

– 28 374

588 235

4. Meer welvaart en minder armoede

1 353 050

– 93 349

1 259 701

5. Toegenomen menselijke en sociale ontwikkeling

1 352 996

82 127

1 435 123

6. Beter beschermd en verbeterd milieu

612 800

– 112 301

500 499

7. Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van het personenverkeer

299 937

63 617

363 554

8. Versterkt cultureel profiel, positieve beeldvorming in en buiten Nederland

69 937

5 563

75 500

9. Overige uitgaven

897 976

– 148 945

749 031

Totaal

6 389 611

– 292 210

6 097 401

Figuur 2. ODA-uitgaven naar beleidsthema (bedragen x EUR 1000)

Figuur 2. ODA-uitgaven naar beleidsthema (bedragen x EUR 1000)
Totale omvang van de ODA-uitgaven: 4,693 miljard

ODA-uitgaven naar beleidsthema

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

1. Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

40 459

5 604

46 063

2. Vrede, veiligheid en conflictbeheersing

612 661

– 3 042

609 619

3. Versterkte Europese samenwerking

519 000

– 22 190

496 810

4. Meer welvaart en minder armoede

1 191 188

– 87 864

1 103 324

5. Toegenomen menselijke en sociale ontwikkeling

1 339 639

80 509

1 420 148

6. Beter beschermd en verbeterd milieu

470 593

– 45 937

424 656

7. Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van het personenverkeer

281 998

66 483

348 481

8. Versterkt cultureel profiel, positieve beeldvorming in en buiten Nederland

27 646

9 201

36 847

9. Overige uitgaven

218 201

– 11 255

206 946

Totaal

4 701 385

– 8 491

4 692 894

Figuur 3. Non-ODA uitgaven naar beleidsthema (bedragen x EUR 1000)

Figuur 3. Non-ODA uitgaven naar beleidsthema (bedragen x EUR 1000)
Totale uitgaven non-ODA: 1,404 miljard

Non-ODA-uitgaven naar beleidsthema

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

1. Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

110 987

– 8 664

102 323

2. Vrede, veiligheid en conflictbeheersing

422 199

– 54 446

367 753

3. Versterkte Europese samenwerking

97 609

– 6 184

91 425

4. Meer welvaart en minder armoede

161 862

– 5 485

156 377

5. Toegenomen menselijke en sociale ontwikkeling

13 357

1 618

14 975

6. Beter beschermd en verbeterd milieu

142 207

– 66 364

75 843

7. Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van het personenverkeer

17 939

– 2 866

15 073

8. Versterkt cultureel profiel, positieve beeldvorming in en buiten Nederland

42 291

– 3 638

38 653

9. Overige uitgaven

679 775

– 137 690

542 085

Totaal

1 688 226

– 283 719

1 404 507

Inhoudsopgave

1. Leeswijzer

6

2. Beleidsprioriteiten

7

3. HGIS Toelichting per beleidsthema

9

   

Financiële Bijlagen

 
   

Bijlage 1a. HGIS-uitgaven 2011 horizontaal

27

Bijlage 1b. HGIS-ontvangsten 2011 horizontaal

30

Bijlage 2. ODA-uitgaven 2011 naar beleidsthema

31

Bijlage 3. ODA-prestatie 2011

33

Bijlage 4. ODA-uitgaven 2011 per land

34

Bijlage 5. Non-ODA uitgaven 2011 per beleidsthema

38

1. Leeswijzer

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een budgettaire constructie binnen de rijksbegroting. De HGIS maakt het mogelijk om de uitgaven van de verschillende departementen op het gebied van internationale samenwerking te bundelen, om zo de onderlinge samenhang te illustreren. Het doel van de HGIS is om als instrument te worden ingezet voor een geïntegreerd en coherent buitenlands beleid.

Het HGIS-jaarverslag 2011 gaat beknopt in op de activiteiten en de resultaten die in 2011 met de HGIS-middelen zijn gerealiseerd. Daarmee is het HGIS-jaarverslag een bundeling van elementen uit de jaarverslagen van de verschillende departementen.

Het jaarverslag spiegelt volgens de begrotingssystematiek de HGIS-nota voor 2011, waarbij de beleidsthema’s van het ministerie van Buitenlandse Zaken worden gevolgd. In de HGIS-nota 2011 waren echter ook thematische tabellen opgenomen die in dit HGIS-jaarverslag niet worden opgenomen omdat in de Basisbrief besloten is dat er geen inputdoelstellingen voor ontwikkelingssamenwerking meer worden vastgesteld.

De budgetten in de HGIS-nota 2011 zijn gebaseerd op de Miljoenennota 2011 zoals die door kabinet Balkenende IV gepresenteerd is. De begroting voor 2011 werd echter nog gewijzigd op basis van het Regeerakkoord van het kabinet Rutte bij incidentele wet. Het HGIS-jaarverslag laat het verschil zien tussen de begroting, inclusief deze incidentele suppletoire begroting op basis van het Regeerakkoord, en de realisatie.

Dit jaarverslag gaat beknopt in op de activiteiten en resultaten die in 2011 met de HGIS-middelen zijn uitgevoerd en behaald. Het verslag is ontleend aan de jaarverslagen van de verschillende ministeries en geeft inzicht in de grote lijnen. Meer gedetailleerde toelichtingen staan derhalve in de jaarverslagen van de ministeries, in het bijzonder in dat van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Binnen de HGIS is een tweedeling te maken tussen de uitgaven aan Official Development Assistance (ODA) en de overige uitgaven aan internationale samenwerking, vaak kortweg aangeduid met «non-ODA».

2. Beleidsprioriteiten

De regering heeft voor een scherper en beter geïntegreerd buitenlands beleid drie pijlers geformuleerd: welvaart, veiligheid en vrijheid.

Onder de pijler welvaart ligt de focus op het versterken van het internationale handels- en financieringsklimaat en op duurzame economische groei, zowel in ontwikkelingslanden als in al ontwikkelde landen. Het beleid richt zich op het verbeteren van de internationale marktwerking door het faciliteren van markttoegang en door het verzekeren van een gelijk speelveld. Dit geldt zowel voor Nederlandse bedrijven in het buitenland als voor de positie van ontwikkelingslanden op internationale markten.

In 2011 werden hiervoor bijvoorbeeld publiek-private partnerschappen aangegaan om de Nederlandse kennis en kunde uit de topsectoren te laten samenwerken op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Verder is in 2011 de economische diplomatie verdiept ter bevordering van de handel. De ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en Buitenlandse Zaken werken nauw samen op het gebied van internationale marktwerking. Het ministerie van Financiën speelt daarbij ook een belangrijke rol bij de multilaterale banken en ontwikkelingsfondsen.

De tweede pijler, veiligheid, omvat alle activiteiten ter bevordering van de internationale rechtsorde en internationale stabiliteit. Dit omvat de internationale inzet van de ministeries van Defensie, Veiligheid en Justitie en Buitenlandse Zaken. In 2011 heeft Nederland een actieve bijdrage geleverd aan het mitigeren van risico’s voor de internationale stabiliteit met onder meer de civiele politietrainingsmissie in Afghanistan, de anti-piraterij operaties voor de kust van Somalië en de NAVO-operatie Unified Protector in Libië.

Onder de derde pijler, vrijheid, valt de inzet voor mensenrechten wereldwijd. In 2011 werd de mensenrechtenstrategie geactualiseerd voor een scherpere inzet. Deze actualisatie beoogt een doelgericht en effectief mensenrechtenbeleid te realiseren waarbij de inzet zich met name richt op vijf prioritaire thema’s: (1) selectieve inspanningen ter verdediging van mensenrechten in zwaar repressieve regimes, (2) aanpakken van ernstige mensenrechtenschenders, (3) ondersteuning van mensenrechtenverdedigers, (4) vrijheid van meningsuiting inclusief internetvrijheid en vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en (5) maatschappelijk verantwoord ondernemen. Nederland heeft zich in 2011 bovendien ingespannen voor de positie van vrouwen en religieuze minderheden en voor de rechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders.

Daarnaast kent het buitenlands beleid een aantal dwarsdoorsnijdende onderwerpen, zoals de activiteiten van de ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie op gebied van klimaat en energiezekerheid.

Ontwikkelingssamenwerking is een integraal onderdeel van het buitenlands beleid, waarbij de drie pijlers van het buitenlands beleid alle drie aan de orde komen. Zoals in de Basisbrief in 2010 werd aangekondigd, werd ontwikkelingssamenwerking in 2011 herzien. Voor een efficiënte en effectieve ontwikkelingssamenwerking is gekozen om in te zetten op vier speerpunten waarop Nederland meerwaarde kan bieden, namelijk (1) voedselzekerheid, (2) veiligheid en rechtsorde, (3) water en (4) seksuele en reproductieve gezondheid en rechten.

In 2011 is in de Focusbrief een verdere hervorming aangekondigd. Er is gekozen om te werken met 15 partnerlanden in plaats van 33, waarbij rekening is gehouden met het armoede- en inkomensniveau van landen en het perspectief op resultaten.

In 2011 is ook gewerkt aan de modernisering van de Nederlandse diplomatie, zoals aangekondigd per brief aan de Kamer. Het uitgangspunt is het centraal stellen van Nederlandse belangen, onder andere door intensivering van de economische diplomatie en de vereenvoudiging van de consulaire dienstverlening.

3. HGIS Toelichting per beleidsthema

Beleidsthema 1. Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

Nederland heeft zich in 2011 op verschillende manieren ingezet voor een versterkte internationale rechtsorde en mensenrechten. Dat is mede verbonden aan ons belang om als internationale economie op betrouwbare en voorspelbare wijze zaken te kunnen doen. In artikel 90 van de grondwet is vastgelegd dat de Nederlandse staat de internationale rechtsorde moet bevorderen.

De Nederlandse inzet vindt onder meer plaats door bijdragen aan internationale hoven en tribunalen. In 2011 heeft Nederland zich bijvoorbeeld actief ingezet voor de uitbreiding van het lidmaatschap van het Internationaal Strafhof (International Criminal Court, ICC). De consolidatie van het ICC blijkt onder andere uit het feit dat de VN-Veiligheidsraad Libië heeft doorverwezen naar het ICC.

Nederland heeft ook actief bijgedragen aan het versterken van de Europese rechtsorde. Nederland droeg bij aan de institutionele en juridische vraagstukken. Daarnaast faciliteerde Nederland de in Den Haag gevestigde organisaties Europol en Eurojust. De ministers van Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie hebben gezamenlijk het kabinetsstandpunt verwoord ten aanzien van een effectiever en efficiënter Europees Hof van de Rechten van de Mens.

Daarnaast heeft Nederland in 2011 haar mensenrechtenstrategie geactualiseerd met de notitie «Verantwoordelijk voor vrijheid: mensenrechten in het buitenlandsbeleid». Deze actualisatie beoogt een doelgericht en effectief mensenrechtenbeleid te realiseren waarbij de inzet zich met name richt op vijf prioritaire thema’s: (1) selectieve inspanningen ter verdediging van mensenrechten in zwaar repressieve regimes, (2) aanpakken van ernstige mensenrechtenschenders, (3) ondersteuning van mensenrechtenverdedigers, (4) vrijheid van meningsuiting inclusief internetvrijheid en vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, en (5) maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het mensenrechtenfonds wordt selectiever ingezet. Hiertoe is het aantal landen dat in aanmerking komt, gehalveerd. Om zo effectief mogelijk te opereren, vindt er een dialoog plaats met landen en wordt waar mogelijk aansluiting gezocht bij mensenrechtenverplichtingen die zij reeds zijn aangegaan. Deze zogenaamde receptorbenadering benadrukt dat mensenrechten universeel zijn, maar dat de implementatie ervan een nationale aangelegenheid is. Ook wordt in het veld gewerkt met bestaande sociale instituties, zoals vrouwengroepen, vakbonden, kerkelijke organisaties, LHBT-organisaties en denktanks.

In 2011 heeft Nederland zich bovendien ingespannen voor de positie van vrouwen en religieuze minderheden en de rechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders.

In de OESO is onder het Nederlands voorzitterschap een apart hoofdstuk mensenrechten opgenomen in de in mei 2011 herziene richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Tabel 1. Versterkte internationale rechtsorde een eerbiediging van de mensenrechten (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

   

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

01.01 Internationale rechtsorde

47 330

5 154

5 729

1 084

53 059

6 238

 

01.02 Mensenrechten

49 539

35 305

6 063

4 520

55 602

39 825

 

01.03 Internationale juridische instellingen

21 400

0

– 7 517

0

13 883

0

V&J

13.03.01 Rechtshandhaving/Europol en Eurojust

32 677

 

– 7 344

 

25 333

 
 

13.03.03 Rechtshandhaving/NFI

500

 

9

 

509

 
 

Totaal

151 446

40 459

– 3 060

5 604

148 386

46 063

Financiële toelichting

BZ – De verhoging van het budget met EUR 5,7 miljoen is het gevolg van een hogere verdragscontributie aan de Verenigde Naties, vanwege een toename van het budget van de VN en vanwege een bijdrage aan de renovatie aan het VN-hoofdkantoor. De verhoging van het budget voor mensenrechten met EUR 6.1 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door een extra bijdrage aan de Office of the High Commisioner of Human Rights specifiek voor Tunesië en Egypte. De verlaging van het budget voor internationale juridische instellingen wordt veroorzaakt door een lager uitgevallen bijdrage aan het Internationale Strafhof in Den Haag, met name omdat de sloopkosten van de oude gebouwen op de nieuwbouwlocatie lager zijn dan voorzien.

V&J – De verlaging van het budget voor rechtshandhaving (Europol en Eurojust) is veroorzaakt door een vertraging van de werkzaamheden aan de nieuwbouw van Europol.

Beleidsthema 2. Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur

Het vergroten van de veiligheid en stabiliteit in de wereld vormt een belangrijke conditie voor zowel onze veiligheid als voor effectieve armoedebestrijding en voor het functioneren van de democratie en rechtsorde in ontwikkelingslanden.

De kabinetsbrede inzet voor de opbouw van fragiele staten draagt daar op een belangrijke manier aan bij. In 2011 hebben de ministeries van Defensie, Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie samen gewerkt aan de geïntegreerde politietrainingsmissie in Afghanistan. De geïntegreerde benadering maakt het mogelijk om defensie, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking op coherente wijze in te zetten. Nederland heeft tevens bijgedragen aan politietrainingsmissies op EU-niveau in Kosovo en Irak, en aan trainingen aan wetgevingsjuristen en magistraten in onder andere Rusland en Turkije.

Geïntegreerde politietrainingsmissie in Afghanistan

Afghanistan maakt zich op om eind 2014 de volle verantwoordelijkheid te dragen voor de veiligheid in het land. In januari 2011 is besloten dat Nederland de komende vier jaar Afghanistan hierbij gaat ondersteunen door de civiele politie te versterken en de juridische keten beter te laten functioneren in de noordelijke provincie Kunduz en de hoofdstad Kabul. In de zomer van 2011 is de missie van start gegaan. Militairen, politiefunctionarissen en diplomaten werken nauw samen binnen de missie. In Den Haag ligt de coördinatie bij de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie en Veiligheid en Justitie.

In Kunduz krijgt de civiele politie, van basisagent tot hoger kader, een kwaliteitsimpuls door intensieve training en begeleiding. Deze taken worden uitgevoerd door politiefunctionarissen via de Europese politietrainingsmissie EUPOL en de Koninklijke marechaussee in nauwe samenwerking met Nederlandse militairen.

Eén van de lessen uit de evaluatie over de Uruzgan missie die in het najaar van 2011 aan de Kamer is gestuurd, is het belang van aandacht voor de werking van de juridische keten. Vandaar dat ook de versterking van de juridische sector zoals de rechterlijke macht, aanklagers en advocatuur belangrijk onderdeel van de missie is, hetgeen in Kunduz wordt uitgevoerd door NGO’s en civiele experts van EUPOL.

Tenslotte wordt ook in Kabul door Nederland in het kader van de geïntegreerde politietrainingsmissie via EUPOL het midden en hoger politiekader de rechterlijke macht, aanklagers en advocaten getraind, gementord en geadviseerd.

De krijgsmacht heeft van 23 maart tot en met 31 oktober tevens een bijdrage geleverd aan de NAVO-operatie Unified Protector (OUP) in Libië. OUP had, op basis van resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, tot doel de bevolking te beschermen en toezicht te houden op de naleving van een No Fly Zone en het tegen Libië ingestelde wapenembargo. De Nederlandse bijdrage heeft bestaan uit een mijnenjager, zes F-16 jachtvliegtuigen en een KDC-10 tankvliegtuig. Ook hebben Nederlandse militairen deelgenomen aan AWACS-vluchten en hebben zij deel uitgemaakt van verschillende NAVO-hoofdkwartieren.

Nederland heeft ook een actieve bijdrage geleverd aan de bestrijding van piraterij, onder andere als deelnemer aan de NAVO-operatie Ocean Shield met Hr.Ms. De Ruyter en Hr. Ms. Tromp, en aan de EU-operatie Atalanta  met Hr.Ms. Zuiderkruis.

Op het gebied van vredesopbouw werkt Nederland samen met de militaire en civiele missies van de VN, de NAVO en de EU. Zo is er onder andere een bijdrage geleverd aan de UN Mission in Sudan (UNMIS), die na de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan op 9 juli 2011 is overgegaan in de UN Mission In South Sudan (UNMISS). Daarnaast is de eerste fase van het programma voor de ontwikkeling van de veiligheidssector in Burundi (Security Sector Development and Reform) met succes voltooid.

De rechtstaatbevordering in ontwikkelingslanden volgt uit het feit dat goed bestuur een dwarsdoorsnijdend thema is dat de speerpunten ondersteunt. In 2011 werd rechtstaatbevordering opgenomen in de programma’s in de partnerlanden Oeganda, Rwanda en Indonesië, waardoor onder andere in Oeganda de achterstand in de behandeling van zaken afnam en in Rwanda juridische advieskantoren werden opgezet in alle districten.

Ook via internationale fora, zoals de NAVO en de EU, heeft Nederland zich ingespannen voor veiligheid en stabiliteit, onder meer door zich in te zetten op meer synergie tussen de activiteiten van internationale organisaties. In internationaal verband werden thema’s als het bestrijden van terrorisme en het bestrijden van de proliferatie van massavernietigingswapens verder uitgediept. Nederland heeft bijvoorbeeld een belangrijke bijdrage geleverd aan de oprichting van het Global Counter-Terrorism Forum in september 2011.

Het jaar 2011 werd gekenmerkt door een aantal humanitaire crises, waaraan Nederland een snelle en flexibele bijdrage heeft kunnen leveren; onder meer door 80 procent van de middelen voor noodhulp ongeoormerkt uit te besteden aan de VN of Rode Kruis-organisaties; en door de coördinatie van de hulp per sector te coördineren. De ministeries van Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie hebben zich er samen sterk voor gemaakt dat de rampen respons van de EU bijdraagt aan de snelheid en effectiviteit van humanitaire hulpverlening.

Op het gebied van energievoorzieningszekerheid hebben de ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en Buitenlandse Zaken gezamenlijk het beleid ten aanzien van energierelaties met prioritaire landen en regio’s alsmede multilaterale organisaties vastgelegd in de door de Ministerraad goedgekeurde notitie «Naar een nieuw kader voor internationale energierelaties». In dit beleidsdocument wordt het streven naar diversificatie van aanvoerroutes en van energiebronnen nader uitgewerkt. Belangrijk resultaat van de Nederlandse energiediplomatie was de verkiezing van oud-minister Maria van der Hoeven tot Executive Director van het International Energy Agency. Tegen de achtergrond van de uitval van de Libische olieproductie besloten de lidstaten van deze organisatie, inclusief Nederland, noodvoorraden in te zetten met het oog op de stabiliteit van de oliemarkten.

Verder steunde Nederland onder andere de International Renewable Energy Agency en het Extractive Industries Transparency Initiative.

De gezamenlijke inzet van de verschillende ministeries op het speerpunt veiligheid en rechtsorde draagt bij aan het behalen van de doelstellingen zoals geformuleerd in de Focusbrief in 2011, in het bijzonder in fragiele staten.

Tabel 2. Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

   

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

02.01 Nationale en bondgenootschappelijke veiligheid

17 543

0

– 4 913

0

12 630

0

 

02.02 Bestrijding internationaal terrorisme

500

0

0

0

500

0

 

02.03 Non-proliferatie en ontwapening

9 553

2 875

4 302

377

13 855

3 252

 

02.04 Conventionele wapenbeheersing

0

0

0

0

0

0

 

02.05 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

350 668

225 435

3 594

– 16 209

354 262

209 226

 

02.06 Humanitaire hulpverlening

252 267

250 000

12 988

14 117

265 255

264 117

 

02.07 Goed bestuur

133 635

121 351

4 136

738

137 771

122 089

V&J

91.01.01/23.02.01 Civ.crisisbeh.missies/uitz. politiefunctionarissen

0

0

6 997

6 935

6 997

6 935

Defensie

20 Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties (diverse operaties)

270 694

13 000

– 84 592

– 9 000

186 102

4 000

 

Totaal

1 034 860

612 661

– 57 488

– 3 042

977 372

609 619

Financiële toelichting

BZ – De verlaging van het budget voor nationale en bondgenootschappelijke veiligheid wordt veroorzaakt doordat de nieuwbouw van het NAVO-hoofdkwartier in Brussel enerzijds is vertraagd en anderzijds goedkoper is geworden. De uitgaven voor non-proliferatie en ontwapening zijn gestegen omdat de contributie voor 2012 aan de Comprehensive Nuclear Test Ban and Treaty Organization en de Organization for the Prohibition of Chemical Weapons al in 2011 is betaald. De verhoging van de uitgaven aan regionale stabiliteit en crisisbeheersing is een gesaldeerd effect. Enerzijds is er sprake van een verhoging vanwege de bijdrage aan de Kunduz trainingsmissie. Anderzijds is er sprake van een verlaging omdat er geplande activiteiten niet zijn doorgegaan en doordat de betalingen aan het Medefinancieringsstelsel (MFS)-I lager uit zijn gevallen en de nieuwe uitgaven voor het MFS niet meer op dit artikel worden geboekt.

Defensie – De verlaging van het budget voor het uitvoeren van crisisoperaties hangt samen met de International Security Assistance Force (ISAF) redeployment. Er is minder personeel ingezet dan voorzien, en bovendien is de Redeployment Task Force sneller afgebouwd dan gepland. Daarnaast is het onderhoud en herstel van het uit Afghanistan teruggekeerde materieel vertraagd. De uitgaven aan de geïntegreerde politietrainingsmissie in Kunduz vielen eveneens lager uit dan begroot omdat de realisatie van de permanente infrastructuur in Kunduz en Mazar-e-Sharif vertraging opliep. De aangegeven vertragingen leiden tot het doorschuiven van een deel van deze uitgaven naar latere jaren.

Beleidsthema 3. Versterkte Europese samenwerking

De welvaart en stabiliteit van Nederland wordt bevorderd door een sterke Europese samenwerking. In 2011 heeft de samenwerking op Europees niveau bijgedragen aan het vinden van antwoorden op mondiale uitdagingen, zoals de financiële crisis en klimaatontwikkelingen. Nederland heeft zich ingezet voor een versterking vande begrotingsdiscipline van de lidstaten en het groeivermogen van de Europese economie. Dat heeft onder andere geresulteerd in een prudenter Stabiliteits- en Groeipact. Op Europees niveau is ook de inzet van de lidstaten voor de VN Klimaattop in Durban in 2011 bepaald.

Daarnaast heeft Nederland zich ingezet voor een effectief optreden van de EU naar derde landen, met in 2011 in het bijzonder aandacht voor het nabuurschapsbeleid voor de Arabische regio. Nederland heeft, tijdens het voorzitterschap van de Benelux-unie in 2011, samen met elf andere lidstaten gepleit voor meer synergie tussen de Europese Dienst voor Extern Optreden en de nationale diplomatieke diensten. Het Programma voor Maatschappelijke Transformatie (MATRA) heeft in 2011 bijgedragen aan het transformatieproces richting democratische, pluriforme rechtstaten door middel van versterking van het maatschappelijk middenveld in landen in Oost- en Zuidoost-Europa en Marokko.

Met betrekking tot het uitbreidingsbeleid heeft Nederland vastgehouden aan het «strikt-en-eerlijk» beleid. Dat dit beleid zijn vruchten afwerpt, bleek in 2011 toen Servië de laatste twee door het Joegoslavië-tribunaal gezochte verdachten Mladić en Hadžić arresteerde.

Nederland heeft in 2011 steun uitgesproken voor de visie van de Europese Commissie voor de toekomst van het Europese ontwikkelingsbeleid, waarbij de EU, net als Nederland, een sterkere focus en een gedifferentieerde aanpak voorstelt. De gedifferentieerde aanpak stelt mensenrechten en goed bestuur centraal, en wil gezamenlijke programmering tussen de Commissie en de lidstaten de norm maken.

Ook de Raad van Europa (RvE) heeft het voornemen geuit om zich meer op kernthema’s te richten; waarbij de thema’s mensenrechten, democratie en rechtsstatelijkheid centraal komen te staan. Nederland steunt deze ontwikkeling en heeft zich ingezet voor het behouden dan wel vergroten van de monitoringsinstrumenten van de RvE.

Tabel 3. Versterkte Europese Samenwerking (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

   

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

03.02 Ondersteuning bij pre- en postaccessie

9 428

0

– 3 566

3 710

5 862

3 710

 

03.03 EOF Europees Ontwikkelingsfonds

189 133

189 133

– 25 900

– 25 900

163 233

163 233

 

03.04 Nederlandse positie in de EU

3 145

0

715

0

3 860

0

 

03.05 Raad van Europa

9 303

0

377

0

9 680

0

Toerek.

EU-begroting

405 600

329 867

0

0

405 600

329 867

 

Totaal

616 609

519 000

– 28 374

– 22 190

588 235

496 810

Financiële toelichting

BZ – De uitgaven voor het MATRA-programma zijn verlaagd met ruim EUR 3 miljoen omdat het besluit was genomen om de nieuwe verplichting voor het MES-programma pas in 2012 in te laten gaan. De uitgaven voor het Europees Ontwikkelingsfonds zijn verlaagd omdat de financieringsbehoefte van de Commissie in 2011 lager was dan verwacht als gevolg van vertragingen in regionale programma’s.

Beleidsthema 4. Meer welvaart en minder armoede

Nederland streeft naar duurzame economische ontwikkeling en armoedevermindering in ontwikkelingslanden en naar versterkte internationale economische betrekkingen. In dit kader heeft Nederland zich in 2011 ingezet voor een voorspelbaar en niet-discriminerend handelssysteem waarbij voldoende aandacht is voor de belangen van de minst ontwikkelde landen.

Ook heeft Nederland zich ingezet voor de ontwikkeling van de private sector in ontwikkelingslanden als motor voor groei en armoedevermindering. Daarbij wordt speciaal gekeken naar het speerpunt voedselzekerheid, waaraan de Nederlandse topsectoren Agro&Food en tuinbouw een belangrijke bijdrage kunnen leveren. In 2011 is het beleid ten aanzien van het speerpunt voedselzekerheid ontwikkeld, wat resulteerde in de Beleidsbrief Voedselzekerheid. In zes Afrikaanse landenzijn fast track initiatieven gestart, zoals in Ethiopië een aantal programma’s voor de verbetering van de toegang van boeren tot zaaigoed, kleinschalige tuinbouw en ontwikkeling van melkveehouderij en -verwerking. Ook is een aantal goedlopende publiek-private partnerschappen opgeschaald, zoals bijvoorbeeld het partnerschap met Solidaridad dat zich richt op het versterken van de positie van kleine boeren en ondernemers in internationale handelsketens.

Nederland heeft als co-voorzitter samen met Zuid-Afrika in de Informal Task Force on Tax and Development in de OESO voorstellen gedaan aan ontwikkelingslanden om belastingontduiking tegen te gaan.

In 2011 is een klein deel van de schuld van Ivoorkust kwijtgescholden in verband met de vorderingen van Ivoorkust in het Heavily Indebted Poor Countries (HIPC)-traject.

De Nederlandse bijdrage aan de discussies bij het IMF en de Wereldbank over het schuldhoudbaarheidsraamwerk richt zich erop dat dit raamwerk beter moet aansluiten bij de lokale omstandigheden.

Daarnaast is er in 2011 meer focus aangebracht in het multilaterale beleid, inclusief de financiering van multilaterale instellingen. Het ministerie van Financiën is als aandeelhouder bij verschillende multilaterale instellingen actief. De aandeelhouders van de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) hebben gezamenlijk besloten tot uitbreiding van activiteiten naar de zuidelijke en oostelijke Mediterrane regio.

EBRD uitbereiding naar nieuwe regio

Tijdens de jaarvergadering van de EBRD in Astana 20–21 mei 2011 hebben de aandeelhouders van de Bank besloten tot een amendering van de EBRD-oprichtingsovereenkomst die een geografische uitbreiding van operaties mogelijk moest maken in de SEMED regio grenzend aan de Middellandse Zee (in eerste instantie in Egypte, Jordanië, Marokko, en Tunesië). De EBRD werd vanwege de ervaring van de Bank bij democratische en marktgeoriënteerde transitieprocessen en de solide kapitaalsbasis hiertoe gevraagd door de internationale gemeenschap (o.a. Europese Raad 25 maart 2011 en de G-8 Top in Deauville 26–27 mei 2011). Het kabinet steunt een duurzame transitie in de Arabische regio (cfm. Kamerstuk 32 263, nr. 40). In de nieuwe regio zal de EBRD zich richten op ontwikkeling van de private sector en transitie en daarbij vooral haar expertise inzetten.

De minister van Financiën is namens Nederland de gouverneur van de Bank. De minister van Buitenlandse Zaken is de plaatsvervangend gouverneur. Beiden ministeries werken nauw samen om deze amendering van het mandaat mogelijk te maken. De uitbreiding van het geografische werkgebied van de bank wordt gefinancierd binnen het bestaande kapitaal van de EBRD. Buitenlandse Zaken heeft daarnaast EUR 2 miljoen bijgedragen aan een Multi-donorfonds dat de Bank in staat stelt om een snelle start in de regio te maken. Zonder ratificatie mag de bank nog niet opereren in de nieuwe regio.

De ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en Buitenlandse Zaken hebben gezamenlijk belangrijke stappen gezet ter verbetering van de faciliteiten voor handels- en investeringsbevordering. Het beleid is erop gericht dat Nederlandse bedrijven meer profiteren van kansen op nieuwe markten en in sectoren waarbij economische diplomatie een sleutelrol speelt.

Internationaal ondernemen

De groei van de wereldhandel nam in 2011 sterk af, na het ingezette herstel in 2010. Ook de groei in een aantal belangrijke afzetmarkten stond onder druk, onder andere door de aanhoudende crisis in Europa en de budgettaire problemen in de VS. Opkomende markten groeiden gestaag verder. Onze economie profiteerde afgelopen jaar nog onvoldoende van de kansen die nieuwe markten en sectoren bieden.

Daarom zijn er flinke stappen gezet om Nederland beter aan te sluiten op de nieuwe markten en sectoren. Op 24 juni 2011 is in de Ministerraad de brief «Buitenlandse Markten, Nederlandse kansen» goedgekeurd. Deze brief presenteerde de hoofdlijnen van het nieuwe internationaal economisch beleid ten behoeve van het bedrijfsleven. Het nieuwe beleid kent minder subsidies, meer economische diplomatie en heldere afspraken met de brancheorganisaties over de rolverdeling tussen de overheid en marktpartijen.

In 2011 is stevig ingezet op economische diplomatie. Bestaande subsidieregelingen zijn deels vervangen door een strategische agenda van projecten, kansen en belemmeringen in belangrijke groeimarkten waar kansen liggen die met behulp van economische diplomatie kunnen worden verzilverd. Ook is er een kabinetsbrede strategische reisagenda opgezet. Daarvan maken ook economische missies onderdeel uit. De topsectoren van de Nederlandse economie kunnen zich alleen door samenwerking tussen ondernemers, onderzoekers en de overheid blijven onderscheiden op de wereldmarkt. In 2011 is een begin gemaakt met het formuleren van de internationale ambities van de topsectoren.

Nederland heeft zich ingezet voor vrije en niet-discriminerende wereldhandel, in de World Trade Organization en bijvoorbeeld door het sluiten van Europese handelsverdragen.

Niet alleen in handel, maar ook in internationale investeringen werd de internationale koppositie van Nederland in 2011 onderschreven. Nederland is een grote investeerder in het buitenland en een van de grootste ontvangers van binnenkomende investeringen. Dat is mede te danken aan het goede vestigingsklimaat en de inspanningen van de Netherlands Foreign Investment Agency, dat een absoluut topjaar had. Er werden in 193 projecten een totaal van EUR 1472 miljoen aan investeringen naar Nederland gehaald. Met deze projecten zijn 4358 arbeidsplaatsen gemoeid.

Bij het internationaal economisch beleid is ook gekeken naar (voormalige) ontwikkelingslanden. Nederlandse bedrijven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan ontwikkelingsvraagstukken op het gebied van water en voedselvoorzieningszekerheid. Via multilaterale organisaties, ambassadeprogramma’s, publiek-private partnerschappen en centrale instrumenten zoals het bedrijfsleveninstrumentarium werd gewerkt aan private sector ontwikkeling en het verbeteren van het lokale ondernemingsklimaat in ontwikkelingslanden. Dit hield onder meer in dat gewerkt werd aan het scheppen van de juiste randvoorwaarden om de private sector in ontwikkelingslanden tot bloei te brengen. De ontwikkeling van de private sector is de motor van lokale economische groei. Dit dient ook de Nederlandse handels- en investeringsbelangen.

Nederlandse kennis en kunde, ingezet ten gunste van lokale economische ontwikkeling, werd actief bij ontwikkelingssamenwerking betrokken. De inzet van de Nederlandse kennis en kunde van de topsectoren is in 2011 op de kaart gezet en wordt gedragen door de bewindslieden van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie gezamenlijk.

Tabel 4. Meer welvaart, minder armoede (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

   

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

04.01 Handels- en financieel systeem

18 951

826

– 6 788

359

12 163

1 185

 

04.02 Armoedebestrijding

297 090

294 590

70 924

67 663

368 014

362 253

 

04.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

487 096

482 596

– 115 445

– 115 445

371 651

367 151

 

04.04 Kwaliteit en effectiviteit ontwikkelingssamenwerking

24 815

24 815

565

565

25 380

25 380

 

04.05 Nederlandse handels- en investeringsbevordering

6 660

0

– 821

0

5 839

0

V&J

13.03.01 Rechtshandhandhaving/Tech.ass. bij drugsbestr. Suriname

200

200

– 140

– 140

60

60

 

91.01.01 Effectieve besturing van het Justitieapparaat/WIPO

146

0

– 7

0

139

0

Financiën

04.20 Mult. Ontw. Banken en Fondsen

282 205

282 205

55 071

55 000

337 276

337 205

IenM

33.03 Veiligheid luchtvaart (ICAO en EASA)

1 565

0

– 327

0

1 238

0

 

33.02 Veiligheid goederenvervoer scheepvaart (IMO en CCR-Rijnvaart)

925

0

– 57

0

868

0

EL&I

2.45 Versterken gezamenlijke kennisbasis

4 384

0

722

0

5 106

0

 

3.10 Zorgen voor aantr. regio's/steden om te kunnen ondern. (WTO)

226

0

– 226

0

0

0

 

4.01 Algemeen (bijdragen aan int. instituten)

0

0

520

0

520

0

 

4.50 Handhaving niveau v. voorzieningszekerh. op korte + lange termijn

1 090

0

– 716

0

374

0

 

5.01 Algemeen

14 119

0

32 547

0

46 666

0

 

5.20 Verdere vrijmaking v/h intern. handels-/invest.verkeer en versterking v/d econ. rechtsorde

4 007

0

869

0

4 876

0

 

5.30 Bevorderen van internationaal ondernemen

52 009

0

– 29 148

0

22 861

0

 

5.50 Programmatisch pakket

53 027

7 400

– 9 606

– 5 144

43 421

2 256

 

10.30 Efficiënt werkende communicatie en postmarkt (bijdr. UPU/ITU)

2 501

0

– 519

0

1 982

0

 

39.11 Internationale contributies/FAO

6 973

3 556

– 92

– 47

6 881

3 509

 

33.14 Beheer van de natuur (Tropisch hout)

61

0

0

0

61

0

Toerek.

EKI-kwijtschelding

95 000

95 000

– 90 675

– 90 675

4 325

4 325

 

Totaal

1 353 050

1 191 188

– 93 349

– 87 864

1 259 701

1 103 324

Financiële toelichting

BZ – De uitgaven voor het handels en investeringssysteem zijn lager dan begroot omdat er door de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden minder aanspraak is gedaan op de garantievoorziening dan dat er ruimte was.

De hogere uitgaven voor armoedevermindering zijn een gesaldeerd effect van een aanpassing in de betalingsritmes aan de Wereldbank voor het Multilateral Debt Relief Initiative en de Heavily Indebted Poor Countries Initiative en een hogere uitgave aan het Bank Netherlands Partnership Program vanwege een eindbetaling, tegen verminderde uitgaven onder het thema Institutionele Ontwikkeling en in sectordoorsnijdende programma’s.

De uitgaven voor ondernemingsklimaat in ontwikkelingslanden zijn verminderd. Dat komt onder andere doordat een aantal posten wegens lokale omstandigheden minder heeft uitgegeven dan was voorzien en omdat een er vertraging is opgelopen in de uitvoering van onder andere het Global Agriculture and Food Program, het programma Strategic Alliances with International NGOs en activiteiten onder het thema Kennis en Vaardigheden. Anderzijds vonden hogere uitgaven plaats aan het Programma Uitgezonden Managers en het Minst Ontwikkelde Landenfonds van de FMO vanwege versnelling in de uitvoering van bestaande activiteiten.

De mutatie voor de toerekening van de EKI-kwijtschelding is neerwaarts bijgesteld omdat voor 2011 was verwacht dat Ivoorkust het HIPC-eindpunt zou bereiken, waarna volledige kwijtschelding zou volgen, inclusief de exportkredietschulden (EKI). Dat heeft echter niet plaatsgevonden.

EL&I – De onderuitputting onder 05.30 «bevorderen internationaal ondernemen» is voornamelijk toe te schrijven aan onderuitputting op de instrumenten «Overig Programmatisch Pakket» en Package4Growth.

In de ontwerpbegroting 2011 is de bijdrage DG BEB aan Agentschap NL opgenomen onder de uitgaven geraamd op artikel 05.30 (OD2). Bij 2e suppletore wet 2010 zijn alle bijdragen aan agentschappen onder de materiële apparaatsuitgaven gebracht. Hierdoor is de realisatie van de uitgaven 2011 verantwoord onder de uitgaven apparaat artikel 05.01 (Algemeen), hetgeen de mutatie verklaart.

Financiën – De verhoging van de uitgaven onder multilaterale ontwikkelingsbanken en -fondsen wordt veroorzaakt doordat het verzilveringschema van het zachte-leningenloket van de Wereldbank (IDA) is aangepast.

Beleidsthema 5. Toegenomen menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling

De ontwikkeling van mens en maatschappij is een voorwaarde voor de duurzame economische ontwikkeling. Nederland is een internationaal erkende speler op gebied van Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR). Bij de herziening van het Nederlands ontwikkelingsbeleid in 2011 is SRGR dan ook als één van de vier speerpunten van het beleid gekozen. Op dit gebied heeft Nederland zich in 2011 bijvoorbeeld ingezet voor een integrale aanpak van HIV/aids en SRGR bij UNAIDS.

Gelijke rechten voor mannen en vrouwen is eveneens een belangrijke doelstelling onder dit beleidsthema. In 2011 was de ambitie om de Nederlandse inzet op internationaal emancipatiebeleid te dissemineren. Daartoe is de Kamerbrief Internationaal Genderbeleid naar de Tweede Kamer verzonden. Ook heeft Nederland bijgedragen aan een nieuwe meerjarig fonds voor het behalen van de Millennium Development Goal 3.

Ter versterking van het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden zijn in 2011 de activiteiten van start gegaan van twintig allianties van samenwerkende ontwikkelingsorganisaties die een subsidie hebben ontvangen in het kader van het medefinancieringsstelsel-II.

De Nederlandse bijdrage aan de ontwikkeling van het basisonderwijs in ontwikkelingslanden draagt bij aan betere kansen op betaald werk en daarmee op economische groei. In 2011 heeft Nederland bijvoorbeeld een bijdrage geleverd aan het UNICEF-programma Education in Emergencies and Post-Conflict Transition. De ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben tevens bijgedragen aan kennisontwikkeling en het bevorderen van internationale samenwerking op het gebied van onderwijs.

Tabel 5. Toegenomen menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

   

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

05.01 Onderwijs

258 567

258 567

– 24 703

– 24 703

233 864

233 864

 

05.02 Kennisontwikkeling

134 757

132 161

– 2 172

– 2 172

132 585

129 989

 

05.03 Gender

42 201

42 201

– 3 250

– 3 250

38 951

38 951

 

05.04 HIV/AIDS

246 604

245 111

12 662

10 789

259 266

255 900

 

05.05 Reproductieve gezondheid

162 886

162 886

– 26 218

– 26 218

136 668

136 668

 

05.06 Participatie civil society

433 627

433 627

126 197

126 197

559 824

559 824

OCW

06.01 HBO (beurzen niet EU)

3 453

3 453

0

0

3 453

3 453

 

07.10 Wetenschappelijk onderwijs

61 814

58 546

– 171

– 182

61 643

58 364

 

16.01 Onderzoek en wetenschappen: WOTRO

454

454

0

0

454

454

EL&I

36.15 Kennisontwikkeling en innovatie

0

0

160

0

160

0

 

36.16 Waarborgen van het kennisstelsel (Intern. onderwijs)

35

35

0

0

35

35

 

36.16 Waarborgen van het kennisstelsel (ISRIC)

1 098

1 098

50

50

1 148

1 148

VWS

46.01.01 Sport en OS

1 500

1 500

– 2

– 2

1 498

1 498

 

98.01.01 WHO-partnerschap

6 000

0

– 426

0

5 574

0

 

Totaal

1 352 996

1 339 639

82 127

80 509

1 435 123

1 420 148

Financiële toelichting

BZ – De verlaging van de uitgaven op artikel 5.5 «reproductieve gezondheid» is het gevolg van de overheveling van alle MFS-II uitgaven naar artikel 5.6, als mede door een vertraging in een aantal centraal gefinancierde activiteiten. Daar staat tegenover dat het betalingsritme aan de Global Alliance for Vaccines and Immunization juist is verhoogd. Het budget voor artikel 5.6 «participatie civil society» is verhoogd omdat alle MFS-uitgaven naar dit artikel zijn overgeheveld. Daarnaast heeft een aanpassing plaatsgevonden in de betalingsritmes ten behoeve van onder andere SNV.

Beleidsthema 6. Beter beschermd en verbeterd milieu

Nederland zet zich nationaal en internationaal in voor een duurzame leefomgeving. Dat komt tot uiting in de Nederlandse inzet voor het beperken van de mondiale temperatuurstijging tot maximaal twee graden Celsius. Er wordt invulling gegeven aan deze inzet door middel van een kosteneffectief klimaatbeleid.

Daartoe heeft Nederland deelgenomen aan de VN-klimaattop in Durban. De Nederlandse inzet was afgestemd op Europees niveau. De belangrijkste uitkomst van Durban is dat er een nieuw mondiaal bindend instrument voor het klimaatregime zal worden ontwikkeld.

In het huidige klimaatregime streeft Nederland naar het behalen van de Kyoto-doelstelling, onder andere met de inzet van het Clean Development Mechanism (CDM) en Joint Implementation (JI). JI wordt geïmplementeerd door het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en heeft samen met gegroende Assigned Amount Units in 2011 3,6 Mton aan vermeden CO2-uitstoot gerealiseerd. Het CDM wordt uitgevoerd door het ministerie van Infrastructuur en Milieu en heeft in 2011 5,8 Mton aan vermeden CO2-uitstoot gerealiseerd.

CO2-reductieprogramma’s

Nederland kent in het kader van het Kyotoprotocol een verplichting om de nationale broeikasgasemissies in de periode 2008–2012 met zes procent ten opzichte van 1990 te reduceren. Op grond van de meest recente inzichten van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wordt verwacht dat Nederland de Kyotodoelstelling gaat halen.

In het kader van het Kyotoprotocol is afgesproken dat landen hun reductieverplichting via maatregelen in het buitenland mogen realiseren. Hiervoor zijn drie instrumenten beschikbaar: Internationale Emissiehandel, Joint Implementation (JI), en het Clean Development Mechanism (CDM). Het CDM en JI maken het voor bedrijven aantrekkelijk om in ontwikkelingslanden en landen in Midden- en Oost-Europa in schone technologieën te investeren. Zij kunnen de uitgespaarde broeikasgassen verkopen aan industrielanden. Daarnaast bestaat er de mogelijkheid voor landen om emissieruimte, in de vorm Assigned Amount Units (AAU’s), die ze over hebben, aan anderen te verkopen.

Daarnaast zet Nederland zich in voor duurzaam gebruik en beheer van natuurlijke hulpbronnen. Nederland draagt onder meer bij aan de kennisontwikkeling op het gebied van bosbeheer en boslandbouw. Een gezamenlijke inspanning van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Infrastructuur en Milieu in het kader van het Interdepartementale Beleidsprogramma Biodiversiteit en via het Initiatief Duurzame Handel heeft geleid tot een groei in de vraag naar duurzaam hout, onder andere dankzij publieksvoorlichting en monitoring van de houtimport.

Duurzaam waterbeheer is één van de speerpunten van het Nederlands beleid. De Nederlandse watersector kan daar mondiaal een belangrijke bijdrage aan leveren. Het Nederlands buitenlands beleid faciliteert een samenwerking tussen Nederlandse experts uit kennisinstellingen en het bedrijfsleven enerzijds en vertegenwoordigers van de betrokken ministeries uit de focuslanden van Water Mondiaal (Vietnam, Egypte, Bangladesh, Mozambique en Indonesië) anderzijds. In Vietnam heeft dit bijvoorbeeld geleid tot een klimaatadaptatiestrategie voor de Mekong-delta en Ho Chi Min stad. De krachten van de Nederlandse watersector worden gebundeld in het programma Partners voor Water, waarvan de uitvoering ligt bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Partners voor Water

Partners voor Water (II en III) bundelt krachten om de Nederlandse watersector te versterken. Nederlandse waterexpertise vanuit de overheid, het bedrijfsleven, kennisinstellingen en NGO's wordt structureel ingezet om bij te dragen aan duurzame oplossingen voor de wereldwaterproblematiek en bij te dragen aan versterking van de Nederlandse exportpositie.

De middelen van PvW II zijn in 2011 vrijwel uitgeput. Evaluatie van afgesloten projecten en activiteiten levert een beeld op van substantiële spin-off. De Wereldbank en de Asian Development Bank hebben diverse projecten gefinancierd waarbij Nederlandse organisaties een rol spelen in de uitvoering. Een aantal initiatieven zijn verzelfstandigd.

In 2010 is een start gemaakt met PvW III, met een vergelijkbaar budget als voor PvW II. Vooralsnog worden de ambities van Water Mondiaal en de met name de 5 deltalanden uit dit budget gefinancierd. Om dit (deels) te kunnen accommoderen is het aantal PvW landen terug gebracht van 43 naar 26 inclusief de 5 deltalanden Indonesië, Vietnam, Bangladesh, Egypte en Mozambique.

In 2011 is voor EUR 4 miljoen aan beschikkingen afgegeven onder de tijdelijke subsidieregeling binnen het tijdelijke crisiskader. Eind 2010 was de definitieve subsidieregeling vrijwel afgerond.

Enkele voorbeelden van projecten en activiteiten die in 2011 aan de doelstelling hebben bijgedragen:

  • Het thema «Water en klimaatadaptatie» werd internationaal geagendeerd middels het Cooperative Programme on Water and Climate (CPWC). Vanuit CPWC is in 2011 nog een belangrijke bijdrage geleverd aan het opstarten van de programma’s op de deltalanden.

  • Het project Jakarta Coastal Defense Strategy Study is uitgevoerd om een strategie te ontwikkelen voor het sterk verminderen van de risico’s voor overstroming vanuit de zee en rivieren, mede als gevolg van bodemdaling. Nederland is gevraagd om in dit stadium de te assisteren bij de procesbegeleiding en multi-stakeholder betrokkenheid. De studie krijgt een vervolg in de vorm van een masterplanstudie.

  • Voor Bangladesh, Egypte en Mozambique zijn eerdere verkennende missies uitgewerkt om met de NL ambassades en lokale partijen vorm te geven aan de focus voor de Water Mondiaal samenwerking.. In 2011 heeft dat geresulteerd in conferenties, oprichting van samenwerkingsverbanden en de formulering van strategische projecten

  • Voor een sterke internationale positie is het van belang om als Nederland te blijven innoveren. Daarom heeft Partners voor Water bijgedragen aan de doorontwikkeling van de innovatieprogramma's «delta- en watertechnologie», en aan het Programma Human Capital Water. Verder is gewerkt aan de doorontwikkeling van de toekomstvisie 2020 voor de sector.

  • Om de internationale zichtbaarheid van Nederland te versterken, heeft PvW veel energie gestoken in communicatie (www.dutchwatersector.com) en aanwezigheid op diverse internationale podia.

  • Een bijdrage is geleverd aan de formulering en uitwerking van de Top Sector Water. In enkele landen (waaronder Bangladesh, Indonesië en Mozambique) wordt aangesloten bij de uitvoering van de bilaterale OS-programma’s.

  • De Syrian Dutch Water Cooperation is stil gelegd in verband met de onrust.

Tabel 6. Beter beschermd en verbeterd milieu (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

   

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

06.01 Milieu en water

334 985

332 566

– 53 992

– 54 727

280 993

277 839

 

06.02 Water en stedelijke ontwikkeling

136 757

136 757

8 781

8 781

145 538

145 538

IenM

31.01 Integraal waterbeleid (Partners voor Water)

9 536

0

221

0

9 757

0

 

37.01 Weer, klimaat, seismologie, ruimtevaart (WMO)

736

27

154

9

890

36

 

57.44 Internationaal milieubeleid

3 970

0

– 1 492

0

2 478

0

 

57.48 Clean development mechanism

93 675

0

– 46 330

0

47 345

0

 

61.89 Bekostiging van externe uitvoeringsorganisaties

335

0

– 335

0

0

0

EL&I

4.20 Duurzame energie (Joint Implementation)

31 563

0

– 19 308

0

12 255

0

 

33.14 Programma «Leren voor Duurzame Ontwikkeling»

1 000

1 000

0

0

1 000

1 000

 

39.11 Internationale contributies/UNEP

243

243

0

0

243

243

 

Totaal

612 800

470 593

– 112 301

– 45 937

500 499

424 656

Financiële toelichting

BZ – De uitgaven op gebied van milieu en water zijn lager dan begroot als gevolg van een technische overheveling naar artikel 5.6 van alle MFS-uitgaven. Daarnaast zijn enkele uitgaven aan hernieuwbare energieprojecten vertraagd, terwijl aan het Global Environment Fund juist een extra betaling is gedaan als gevolg van een aangepast betalingsritme.

IenM – De onderuitputting bij het CDM in 2011 vloeit voort uit het feit dat in het budget een bedrag was opgenomen voor eventuele noodzakelijke aankopen om het halen van de Kyoto-doelstelling zeker te kunnen blijven stellen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving bestaat er namelijk een kans dat Nederland 8 Mton tekort zal komen om de Kyoto-doelstelling te halen. Deze aankopen hebben nog niet plaatsgevonden, omdat gewacht wordt totdat in 2013/2014 de werkelijke emissies in de Kyoto-periode en de leveringen op de aangekochte emissierechten bekend zijn.

EL&I – De lagere uitgaven bij Joint Implementation worden veroorzaakt door een ongunstig investeringsklimaat, waarbij ook sprake is geweest van een faillissement. Hierdoor zijn de investeringen bij projecten in het buitenland op het gebied van reductie van broeikasgasemissie lager uitgekomen dan geraamd.

Beleidsthema 7. Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van het personenverkeer

Jaarlijks gaan miljoenen Nederlanders op reis, en brengen er miljoenen mensen een bezoek aan Nederland. Het beschermen van Nederlanders in het buitenland en het reguleren van het personenverkeer is daarom belangrijk.

In 2011 is er bijstand verleend aan Nederlanders in noodsituaties in onder andere Egypte, Japan, Ivoorkust, Jemen, Libië en Syrië. De capaciteit voor de crisisrespons door de consulaire dienstverlening is vergroot.

Consulaire dienstverlening richt zich ook op Nederlanders die het risico lopen om ter dood te worden veroordeeld. Deze personen ontvangen een voorziening voor bijstand, die in 2011 is verruimd. Een rapport over Nederlandse gedetineerden in het buitenland werd in mei 2011 naar de Tweede Kamer gestuurd.

De regulering van het personenverkeer omvat ook het asielbeleid en de visumverlening. De eerstejaarstoerekening staat op de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maar valt onder ODA. Daarom komen de uitgaven als toerekening onder de HGIS. Het aantal visumaanvragen steeg van 390 000 in 2010 tot 425 000 in 2011.

Tabel 7. Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van het personenverkeer (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

   

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

07.01 Consulaire dienstverlening

16 809

0

– 2 871

0

13 938

0

 

07.02 Vreemdelingenbeleid

10 130

9 000

– 212

– 217

9 918

8 783

Toerek

Opvang van asielzoekers

272 998

272 998

66 700

66 700

339 698

339 698

 

Totaal

299 937

281 998

63 617

66 483

363 554

348 481

Financiële toelichting

BZ – De verlaging van het budget voor consulaire dienstverlening wordt veroorzaakt doordat de kosten voor het consulaire informatiesysteem lager zijn dan voorzien. De mutatie op de toerekening opvang van asielzoekers bestaat uit twee delen. Enerzijds vond er een naheffing plaats bij de afrekening uit 2010 van EUR 42 miljoen vanwege een stijging van de gemiddelde kostprijs per asielzoeker. Anderzijds is de raming voor 2011 bijgesteld met EUR 24 miljoen vanwege een stijging van de gemiddelde opvangduur per asielzoeker.

Beleidsthema 8. Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland

Internationale culturele samenwerking is één van de instrumenten die bijdragen aan het sterke profiel van Nederland in het buitenland. Het internationaal cultuurbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de ministeries van Onderwijs, Cultuur Wetenschap en Buitenlandse Zaken. In de uitvoering, onder meer op het topgebied creatieve industrie, werken beide ministeries samen met het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

In 2011 veranderde de focus van het internationaal cultuurbeleid: meer aandacht voor cultureel topsegment en voor een versterking van het Nederlands economisch belang, door verbanden tussen cultuur, handel en economie te benadrukken. Concreet voorbeeld was de rol van Nederland als gastland tijdens de internationale boekenbeurs van Beijing. Ook de topsector creatieve industrie genoot in 2011 prioriteit, onder meer via het programma Dutch Design Fashion and Architecture (DutchDFA).

Een ander instrument voor het versterken van het de beeldvorming van het Nederlands buitenlands beleid in binnen- en buitenland is het inzetten van publieksdiplomatie. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een aantal bestaande programma’s voor publieksdiplomatie in 2011 samengebracht tot één bezoekersprogramma «In gesprek met Buitenlandse Zaken».

Daarnaast werd in 2011 de geplande brede visie op het Nederlandse gastheerschap jegens internationale organisaties goedgekeurd door de interdepartementale stuurgroep Nederland Gastland. De visie sluit aan bij de positie en het profiel van Den Haag als juridische hoofdstad van de wereld. In het kader hiervan zijn in 2011 ook de deelvestigingen van de restmechanismes van de tribunalen voor Rwanda en Joegoslavië voorbereid.

Tabel 8. Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

   

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

08.01 Nederlandse cultuur

8 118

472

– 1 391

– 81

6 727

391

 

08.02 Cultureel erfgoed

4 885

2 149

4 753

3 634

9 638

5 783

 

08.03 Draagvlak Nederlands buitenlands beleid

50 309

25 025

1 223

5 648

51 532

30 673

 

08.04 Vestigingsklimaat internationale org. in Nederland

55

0

177

0

232

0

OCW

08.11 Cultuur: overig

904

0

– 167

0

737

0

 

14.01/02/04 Cultuur: overig

5 666

0

968

0

6 634

0

 

Totaal

69 937

27 646

5 563

9 201

75 500

36 847

Financiële toelichting

BZ – De totale mutatie van EUR 5,6 miljoen voor beleidsthema 8 wordt met name veroorzaakt door het feit dat de aanslagen voor de verdragscontributie voor UNESCO (artikel 08.02 «cultureel erfgoed», EUR 4,8 miljoen) eerder werden ontvangen dan verwacht, waardoor betaling nog in 2011 heeft plaatsgevonden.

Beleidsthema 9. Overige uitgaven

Onder het thema overige uitgaven zijn de uitgaven gebracht die niet binnen één van de inhoudelijke beleidsthema’s kunnen worden geplaatst. De uitgaven betreffen met name de apparaatsuitgaven van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de middelen voor attachés. Vanuit bijna alle ministeries worden attachés met specialistische kennis uitgezonden naar Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.

In 2011 heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken plannen opgesteld om invulling te geven aan de bezuinigingen en hervormingen die zijn ingegeven door het Regeerakkoord, om zowel het departement als de posten efficiënter, goedkoper en flexibeler te maken. Dit betreft ook de attachés van de vakministeries binnen de HGIS.

Uitgangspunten bij de hervorming van het postennet zijn het centraal stellen van Nederlandse belangen via onder andere intensivering van de economische diplomatie, «structuur volgt functie», modernisering en vereenvoudiging van de consulaire dienstverlening (zie hieronder) en flexibeler, meer gefocust, geïntegreerder en dynamischer werken. Hiertoe zijn er voor het eerst ambassadeurs benoemd in Panama en in Juba. Chonqing in West-China is gekozen als locatie voor een Consulaat-Generaal. De ambassade in Yaoundé werd gesloten, en de ambassades is Asmara, Quito en Montevideo bereiden zich voor op een spoedige sluiting. De posten in Lusaka, Ouagadougou, Managua en La Paz blijven tot 2014 open maar bereiden zich tevens voor op sluiting. De taakstelling voor de reductie van het aantal fte met 391 voor de periode 2008–2011 is in 2011 behaald.

Tabel 9. Overige uitgaven (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

   

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

BZ

09.01 Geheim

0

0

10

0

10

0

 

10.01 Nominaal en onvoorzien

62 261

0

– 62 165

0

96

0

 

11.01 Apparaatsuitgaven

780 427

218 201

– 84 810

– 11 255

695 617

206 946

Div. dept.

Attachés

55 288

0

– 1 980

0

53 308

0

 

Totaal

897 976

218 201

– 148 945

– 11 255

749 031

206 946

Financiële toelichting

BZ – De lagere apparaatsuitgaven zijn het gevolg van lagere uitgaven aan zowel personele als materiële uitgaven. Dit is het gevolg van een afname van het aantal uitgezonden medewerkers en van een overheveling van budget naar het ministerie van Defensie voor de persoonsbeveiliging op hoog-risicoposten, alsmede van een verlaging van de uitgaven aan buitenlandse huisvesting.

Ten slotte heeft er een onderbesteding plaatsgevonden als gevolg van eerdere begrotingsbesluitvorming ter correctie van de kasschuif die in 2013 ten laste van het apparaatsartikel is gebracht.

Bijlage 1a HGIS-uitgaven 2011 horizontaal: per ministerie en per begrotingsartikel (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

   

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

Totaal

wv. ODA

V Buitenlandse Zaken

           

01.00 Versterkte int. rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

           
 

01.01 Internationale rechtsorde

47 330

5 154

5 729

1 084

53 059

6 238

 

01.02 Mensenrechten

49 539

35 305

6 063

4 520

55 602

39 825

 

01.03 Internationale juridische instellingen

21 400

 

– 7 517

0

13 883

 

02.00 Grotere veiligh. en stabiliteit, effect. hum. hulpverl. en goed bestuur

         
 

02.01 Nationale en bondgenootschappelijke veiligheid

17 543

 

– 4 913

0

12 630

 
 

02.02 Bestrijding internationaal terrorisme

500

 

0

0

500

 
 

02.03 Non-proliferatie en ontwapening

9 553

2 875

4 302

377

13 855

3 252

 

02.04 Conventionele wapenbeheersing

   

0

0

   
 

02.05 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

350 668

225 435

3 594

– 16 209

354 262

209 226

 

02.06 Humanitaire hulpverlening

252 267

250 000

12 988

14 117

265 255

264 117

 

02.07 Goed bestuur

133 635

121 351

4 136

738

137 771

122 089

03.00 Versterkte Europese samenwerking

           
 

03.02 Ondersteuning bij pre- en postaccessie

9 428

 

– 3 566

3 710

5 862

3 710

 

03.03 EOF Europees Ontwikkelingsfonds

189 133

189 133

– 25 900

– 25 900

163 233

163 233

 

03.04 Nederlandse positie in de EU

3 145

 

715

0

3 860

 
 

03.05 Raad van Europa

9 303

 

377

0

9 680

 

04.00 Meer welvaart, eerlijkere verdeling en minder armoede

           
 

04.01 Handels- en financieel systeem

18 951

826

– 6 788

359

12 163

1 185

 

04.02 Armoedebestrijding

297 090

294 590

70 924

67 663

368 014

362 253

 

04.03 Verhoogde economische groei en verminderde armoede als gevolg van gezonde private sector ontwikkeling in ontwikkelingslanden

487 096

482 596

– 115 445

– 115 445

371 651

367 151

 

04.04 Kwaliteit en effectiviteit ontwikkelingssamenwerking

24 815

24 815

565

565

25 380

25 380

 

04.05 Nederlandse handels- en investeringsbevordering

6 660

 

– 821

0

5 839

 

05.00 Toegenomen menselijke en sociale ontwikkeling

           
 

05.01 Gelijke kansen op doorlopen kwalitatief goed onderwijs

258 567

258 567

– 24 703

– 24 703

233 864

233 864

 

05.02 Versterking van het gebruik van kennis en onderzoek

134 757

132 161

– 2 172

– 2 172

132 585

129 989

 

05.03 Gender

42 201

42 201

– 3 250

– 3 250

38 951

38 951

 

05.04 HIV/AIDS

246 604

245 111

12 662

10 789

259 266

255 900

 

05.05 Reproductieve gezondheid

162 886

162 886

– 26 218

– 26 218

136 668

136 668

 

05.06 Participatie civil society

433 627

433 627

126 197

126 197

559 824

559 824

06.00 Beter beschermd en verbeterd milieu

           
 

06.01 Milieu en water

334 985

332 566

– 53 992

– 54 727

280 993

277 839

 

06.02 Duurzaam waterbeheer, een hoger percentage mensen dat duurzaam toegang heeft tot veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen

136 757

136 757

8 781

8 781

145 538

145 538

07.00 Welzijn van Nederlanders i.h. buitenl. en regulering v.h. pers. verkeer

         
 

07.01 Consulaire dienstverlening

16 809

 

– 2 871

0

13 938

 
 

07.02 Vreemdelingenbeleid

10 130

9 000

– 212

– 217

9 918

8 783

08.00 Versterkt cult. profiel, pos. beeldvorming in en buiten Nederland

         
 

08.01 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur en versterking van de culturele identiteit in ontwikkelingslanden

8 118

472

– 1 391

– 81

6 727

391

 

08.02 Cultureel erfgoed

4 885

2 149

4 753

3 634

9 638

5 783

 

08.03 Draagvlak Nederlands buitenlands beleid

50 309

25 025

1 223

5 648

51 532

30 673

 

08.04 Vestigingsklimaat int. organisaties in Nederland

55

 

177

0

232

 

09.00 Geheim

           
 

09.01 Geheim

   

10

0

10

 

10.00 Nominaal en onvoorzien

           
 

10.01 Nominaal en onvoorzien

62 261

 

– 62 165

0

96

 

11.00 Algemeen

           
 

11.01 Apparaatsuitgaven

780 427

218 201

– 84 810

– 11 255

695 617

206 946

Totaal

4 611 434

3 630 803

– 163 538

– 31 995

4 447 896

3 598 808

               

VI Veiligheid en Justitie

           

13.03.01 Rechtshandhandhaving/Tech. ass. bij drugsbestrijding Suriname

200

200

– 140

– 140

60

60

13.03.01 Rechtshandhandhaving/Europol en Eurojust

32 677

 

– 7 344

0

25 333

 

13.03.03 Rechtshandhandhaving/NFI

500

 

9

0

509

 

91.01.01 Effectieve besturing van het Justitieapparaat/Attachés

1 293

 

– 241

0

1 052

 

91.01.01/23.02.01 Civ.crisisbeh.missies/uitz. politiefunctionarissen

   

6 997

6 935

6 997

6 935

91.01.01 Effectieve besturing van het Justitieapparaat/WIPO

146

 

– 7

0

139

 

Totaal

34 816

200

– 726

6 795

34 090

6 995

               

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

           

39.01 Apparaat (attachés)

721

 

– 218

0

503

 

Totaal

721

0

– 218

0

503

0

               

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

           

06.01 HBO (beurzen niet EU)

3 453

3 453

0

0

3 453

3 453

07.10 Wetenschappelijk onderwijs

61 814

58 546

– 171

– 182

61 643

58 364

08.11 Internationaal beleid: attachés

150

 

0

0

150

 

08.11 Internationaal beleid: Cultuur overig

904

 

– 167

0

737

 

14.01/02/04/05 Cultuur: overig

5 666

 

968

0

6 634

 

16.01 Onderzoek en wetenschappen: WOTRO

454

454

0

0

454

454

16.03 Attaché China

252

 

– 64

0

188

 

Totaal

72 693

62 453

566

– 182

73 259

62 271

               

IXB Financiën

           

01 Belastingen

           
 

02 Belastingdienst (attachés)

1 324

 

– 24

0

1 300

 

04 Internationale betrekkingen

           
 

20 Mult. Ontw. Banken en Fondsen

282 205

282 205

55 071

55 000

337 276

337 205

09 Algemeen (apparaat/attachés)

1 075

 

236

0

1 311

 

Totaal

284 604

282 205

55 283

55 000

339 887

337 205

               

X Defensie

           

20 Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties (diverse operaties)

270 694

13 000

– 84 592

– 9 000

186 102

4 000

26 Commando Dienstencentra

           
 

06.01 Attachés

20 688

 

0

0

20 688

 

Totaal

291 382

13 000

– 84 592

– 9 000

206 790

4 000

               

XII Infrastructuur en Milieu

           

31.01 Integraal waterbeleid (Partners voor Water)

9 536

 

221

0

9 757

 

33.02 Veiligheid goederenvervoer scheepvaart (IMO en CCR-Rijnvaart)

925

 

– 57

0

868

 

33.03 Veiligheid luchtvaart (ICAO en EASA)

1 565

 

– 327

0

1 238

 

37.01 Weer, klimaat, seismologie, ruimtevaart (WMO)

736

27

154

9

890

36

41.01 Attachés

2 104

 

– 78

0

2 026

 

57.44 Internationaal milieubeleid

3 970

 

– 1 492

0

2 478

 

57.48 Clean development mechanism

93 675

 

– 46 330

0

47 345

 

61.82 Apparaat/attachés

316

 

0

0

316

 

61.89 Bekostiging van externe uitvoeringsorganisaties

335

 

– 335

0

0

 

Totaal

113 162

27

– 48 244

9

64 918

36

               

XIII Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

           

2 Een sterk innovatievermogen

           
 

01 Algemeen (attachés)

5 679

 

630

0

6 309

 
 

45 IS opkomende markten

4 384

 

722

0

5 106

 

3 Een concurrerend ondernemingsklimaat

           
 

10 Bijdrage UNWTO

226

 

– 226

0

   

4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding

           
 

01 Algemeen (bijdragen aan int. instituten)

   

520

0

520

 
 

20 CO2/reductieplan-Joint Implementation

31 563

 

– 19 308

0

12 255

 
 

50 Bijdrage aan diverse instituten

1 090

 

– 716

0

374

 

5 Internationale Economische Betrekkingen

           
 

01 Algemeen

14 119

 

32 547

0

46 666

 
 

20 Verdere vrijmaking v/h intern. handels-/invest.verkeer en versterking v/d econ. rechtsorde

4 007

 

869

0

4 876

 
 

30 Bevorderen van internationaal ondernemen

52 009

 

– 29 148

0

22 861

 
 

50 Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op zowel binnen- als buitenlandse markten

53 027

7 400

– 9 606

– 5 144

43 421

2 256

10 Elektronische communicatie en post

           
 

30 Bijdrage aan internationale organisaties

2 501

 

– 519

0

1 982

 

33 Natuur

           
 

14 Beheer van de natuur (Tropisch hout)

61

 

0

0

61

 
 

14 Programma «Leren voor Duurzame Ontwikkeling'

1 000

1 000

0

0

1 000

1 000

36 Kennis en Innovatie

           
 

15 Kennisontwikkeling en innovatie

   

160

0

160

 
 

16 Waarborgen van het kennisstelsel (Intern. onderwijs)

35

35

0

0

35

35

 

16 Waarborgen van het kennisstelsel (ISRIC)

1 098

1 098

50

50

1 148

1 148

39 Algemeen

           
 

11 Internationale contributies/FAO

6 973

3 556

– 92

– 47

6 881

3 509

 

11 Internationale contributies/UNEP

243

243

0

0

243

243

 

21 Apparaatsuitgaven (attachés)

19 828

 

– 2 235

0

17 593

 

Totaal

197 843

13 332

– 26 352

– 5 141

171 491

8 191

               

XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid

           

98.08.06 Apparaatsuitgaven (attachés)

749

 

0

0

749

 

Totaal

749

0

0

0

749

0

               

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport

           

46.01.01 Sport en OS

1 500

1 500

– 2

– 2

1 498

1 498

98.01.01 WHO-partnerschap

6 000

 

– 426

0

5 574

 

98.02.01 Algemeen, apparaatsuitgaven (attachés)

1 109

 

14

0

1 123

 

Totaal

8 609

1 500

– 414

– 2

8 195

1 498

               

Toerekeningen

           

EU-begroting

405 600

329 867

0

0

405 600

329 867

EKI-kwijtschelding

95 000

95 000

– 90 675

– 90 675

4 325

4 325

Opvang asielzoekers

272 998

272 998

66 700

66 700

339 698

339 698

Totaal

773 598

697 865

– 23 975

– 23 975

749 623

673 890

               

TOTAAL UITGAVEN

6 389 611

4 701 385

– 292 210

– 8 491

6 097 401

4 692 894

Bijlage 1b HGIS-ontvangsten 2011 horizontaal: per ministerie en per begrotingsartikel (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

V Buitenlandse Zaken

     

22 Grotere veiligh. en stabiliteit, effect. hum. hulpverl. en goed bestuur

     
 

10 Nationale en bondgenootschappelijke veiligheid

149

– 149

 
 

70 Humanitaire hulpverlening

1 000

347

1 347

23 Versterkte Europese samenwerking

     
 

40 Restitutie Raad van Europa

 

243

243

24 Meer welvaart en minder armoede

     
 

10 Aflossingen en rente begrotingsleningen

20 483

8 840

29 323

27 Welzijn van Nederlanders i.h. buitenl. en regulering v.h. pers. verkeer

     
 

10 Consulaire dienstverlening

38 450

2 553

41 003

28 Versterkt cult. profiel, pos. beeldvorming in en buiten Nederland

     
 

10 Doorberekening Defensie diversen

790

– 16

774

31 Algemeen

     
 

10 Diverse ontvangsten

57 326

56 867

114 193

 

20 Koersverschillen

 

38 746

38 746

 

Totaal

118 198

107 431

225 629

         

VI Veiligheid en Justitie

     

13.03.01 Rechtshandhaving/Europol

 

258

258

 

Totaal

0

258

258

         

IXB Financiën

     

04.07.01 Ontvangsten IFI's

8 920

3 628

12 548

 

Totaal

8 920

3 628

12 548

         

X Defensie

     

20 Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties

1 407

1 807

3 214

 

Totaal

1 407

1 807

3 214

         

XIII Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

     

05 Internationale economische betrekkingen

     
 

21 Ontvangsten kredieten en garanties

10 681

– 2 044

8 637

 

90 Diverse ontvangsten BEB

1 134

– 677

457

 

Totaal

11 815

– 2 721

9 094

         

XVI Volksgezondheid, Welzijn en Sport

     

98.03.01 Algemeen ontvangsten

 

5

5

 

Totaal

0

5

5

         

TOTAAL ONTVANGSTEN

140 340

110 408

250 748

Bijlage 2 ODA-uitgaven 2011 naar beleidsthema (bedragen x EUR 1000)

Begroting/Beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

Begroting/artikel

Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging mensenrechten

1.1

Internationale rechtsorde

5 154

1 084

6 238

V-01.01

1.2

Mensenrechten

35 305

4 520

39 825

V-01.02

Totaal

 

40 459

5 604

46 063

 
           

Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur

2.3

Non-proliferatie en ontwapening

2 875

377

3 252

V-02.03

2.5

Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

225 435

– 16 209

209 226

V-02.05

2.6

Humanitaire hulpverlening

250 000

14 117

264 117

V-02.06

2.7

Goed bestuur

121 351

738

122 089

V-02.07

V&J

Civ.crisisbeh.missies/uitz. politiefunctionarissen

0

6 935

6 935

VI-91.01.01/23.02.01

Defensie

Crisisbeheersingsoperaties

13 000

– 9 000

4 000

X-20

Totaal

 

612 661

– 3 042

609 619

 
           

Versterkte Europese samenwerking

3.2

Ondersteuning bij pre- en postaccessie

0

3 710

3 710

V-03.02

3.3

EOF Europees ontwikkelingsfonds

189 133

– 25 900

163 233

V-03.03

Toerek.

Toerekening EU-begroting

329 867

0

329 867

Toerekening

Totaal

 

519 000

– 22 190

496 810

 
           

Meer welvaart en minder armoede

4.1

Handels- en financieel systeem

826

359

1 185

V-04.01

4.2

Armoedebestrijding

294 590

67 663

362 253

V-04.02

4.3

Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

482 596

– 115 445

367 151

V-04.03

4.4

Kwaliteit en effectiviteit ontwikkelingssamenwerking

24 815

565

25 380

V-04.04

V&J

Rechtshandhaving/Tech.ass. bij drugsbestr. Suriname

200

– 140

60

VI-13.03.01

Financiën

Mult. Ontw. Banken en Fondsen

282 205

55 000

337 205

IXB-04.20

EL&I

Faciliteit transitielanden

7 400

– 5 144

2 256

XIII-5.50

 

Internationale contributies/FAO

3 556

– 47

3 509

XIII-39.11

Toerek.

EKI-kwijtschelding

95 000

– 90 675

4 325

Toerekening

Totaal

 

1 191 188

– 87 864

1 103 324

 
           

Toegenomen menselijke en sociale ontwikkeling

5.1

Onderwijs

258 567

– 24 703

233 864

V-05.01

5.2

Kennisontwikkeling

132 161

– 2 172

129 989

V-05.02

5.3

Gender

42 201

– 3 250

38 951

V-05.03

5.4

HIV/AIDS

245 111

10 789

255 900

V-05.04

5.5

Reproductieve gezondheid

162 886

– 26 218

136 668

V-05.05

5.6

Participatie civil society

433 627

126 197

559 824

V-05.06

OCW

HBO (beurzen niet EU)

3 453

0

3 453

VIII-06.01

 

Wetenschappelijk onderwijs

58 546

– 182

58 364

VIII-07.10

 

Onderzoek en wetenschappen: WOTRO

454

0

454

VIII-16.01

EL&I

Waarborgen van het kennisstelsel (Intern. onderwijs)

35

0

35

XIII-36.16

 

Waarborgen van het kennisstelsel (ISRIC)

1 098

50

1 148

XIII-36.16

VWS

Sport en OS

1 500

– 2

1 498

XVI-46.01.01

Totaal

 

1 339 639

80 509

1 420 148

 
           

Beter beschermd en verbeterd milieu

6.1

Milieu en water

332 566

– 54 727

277 839

V-06.01

6.2

Water en stedelijke ontwikkeling

136 757

8 781

145 538

V-06.02

IenM

Weer, klimaat, seismologie, ruimtevaart (WMO)

27

9

36

XII-37.01

EL&I

Programma «Leren voor Duurzame Ontwikkeling'

1 000

0

1 000

XIII-33.14

 

Internationale contributies/UNEP

243

0

243

XIII-39.11

Totaal

 

470 593

– 45 937

424 656

 
           

Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van personenverkeer

7.2

Vreemdelingenbeleid (opvang asielzoekers)

9 000

– 217

8 783

V-07.02

Toerek.

Opvang van asielzoekers

272 998

66 700

339 698

Toerekening

Totaal

 

281 998

66 483

348 481

 
           

Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland

8.1

Nederlandse cultuur

472

– 81

391

V-08.01

8.2

Cultureel erfgoed

2 149

3 634

5 783

V-08.02

8.3

Draagvlak Nederlands buitenlands beleid

25 025

5 648

30 673

V-08.03

Totaal

 

27 646

9 201

36 847

 
           

Algemeen

11.1

Apparaatsuitgaven

218 201

– 11 255

206 946

V-11.01

Totaal

 

218 201

– 11 255

206 946

 
           

Totaal ODA binnen HGIS

4 701 385

– 8 491

4 692 894

 

ODA buiten HGIS (instituten EL&I)

4 725

 

4 725

 

TOTAAL ODA

4 706 110

– 8 491

4 697 619

 

Bijlage 3 ODA-prestatie 2011 (bedragen in miljoenen EUR)

ODA-prestatie in 2011

 

ODA-uitgaven (1)

4 686,0

Af: Aflossingen op ODA-leningen (2)

54,9

Af: Ontvangsten op eerdere ODA-uitgaven (3)

109,2

   

Netto ODA (1-2-3)

4 521,9

   

BNP 2011

605 640,0

   

ODA-prestatie 2011

0,75%

   

Extra ODA voor de GPM (Kunduz): 

11,6

Bijlage 4 ODA-uitgaven 2011 per land

Profiel 1 landen

2011

Benin

 

2.07 Goed bestuur

1 786 000

4.02 Armoedevermindering

2 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

1 801 000

5.01 Onderwijs

6 526 000

5.03 Gender

2 000

6.01 Milieu en water

828 000

6.02 Duurzaam waterbeheer

9 039 000

Totaal

19 984 000

   

Ethiopië

 

2.07 Goed bestuur

1 736 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

20 699 000

4.04 Kwaliteit en effectiviteit OS

109 000

5.01 Onderwijs

1 573 000

5.03 Gender

463 000

5.04 HIV/AIDS

7 983 000

5.05 Reproductieve gezondheid

5 960 000

6.02 Duurzaam waterbeheer

3 000 000

Totaal

41 523 000

   

Mali

 

1.02 Mensenrechten

20 000

2.07 Goed bestuur

502 000

4.02 Armoedevermindering

15 000 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

3 191 000

4.04 Kwaliteit en effectiviteit OS

315 000

5.01 Onderwijs

8 981 000

5.04 HIV/AIDS

7 000

5.05 Reproductieve gezondheid

9 951 000

6.01 Milieu en water

17 000

6.02 Duurzaam waterbeheer

4 529 000

Totaal

42 513 000

   

Mozambique

 

2.07 Goed bestuur

2 124 000

4.02 Armoedevermindering

18 000 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

4 976 000

4.04 Kwaliteit en effectiviteit OS

164 000

5.01 Onderwijs

305 000

5.03 Gender

457 000

5.04 HIV/AIDS

2 733 000

5.05 Reproductieve gezondheid

9 000 000

6.01 Milieu en water

25 000

6.02 Duurzaam waterbeheer

11 287 000

Totaal

49 071 000

   

Oeganda

 

1.02 Mensenrechten

530 000

2.07 Goed bestuur

5 871 000

4.02 Armoedevermindering

212 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

591 000

5.01 Onderwijs

2 893 000

5.03 Gender

92 000

Totaal

10 189 000

   

Rwanda

 

2.07 Goed bestuur

6 607 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

14 088 000

4.04 Kwaliteit en effectiviteit OS

125 000

5.01 Onderwijs

6 200 000

6.01 Milieu en water

7 030 000

Totaal

34 050 000

   

Profiel 2 landen

2011

Afghanistan

 

2.05 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

29 542 000

2.07 Goed bestuur

2 152 000

Totaal

31 694 000

   

Burundi

 

2.05 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

10 500 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

126 000

Totaal

10 626 000

   

Jemen

 

1.02 Mensenrechten

108 000

2.05 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

228 000

2.07 Goed bestuur

342 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

1 308 000

4.04 Kwaliteit en effectiviteit OS

5 000

5.01 Onderwijs

600 000

5.03 Gender

50 000

5.05 Reproductieve gezondheid

734 000

6.01 Milieu en water

6 000

6.02 Duurzaam waterbeheer

40 000

Totaal

3 421 000

   

Palestijnse Autoriteiten

 

1.02 Mensenrechten

1 089 000

2.05 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

13 115 000

2.07 Goed bestuur

5 054 000

Totaal

19 258 000

   

Soedan

 

1.02 Mensenrechten

1 084 000

2.05 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

35 884 000

2.07 Goed bestuur

520 000

Totaal

37 488 000

   

Brede relatie

2011

Bangladesh

 

2.07 Goed bestuur

2 707 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

882 000

5.01 Onderwijs

18 720 000

5.03 Gender

948 000

5.05 Reproductieve gezondheid

6 790 000

6.01 Milieu en water

10 724 000

6.02 Duurzaam waterbeheer

15 021 000

Totaal

55 792 000

   

Ghana

 

2.07 Goed bestuur

105 000

4.02 Armoedevermindering

10 000 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

276 000

5.01 Onderwijs

6 644 000

5.03 Gender

485 000

5.05 Reproductieve gezondheid

18 443 000

6.01 Milieu en water

9 075 000

6.02 Duurzaam waterbeheer

77 000

Totaal

45 105 000

   

Indonesië

 

2.07 Goed bestuur

11 340 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

1 262 000

5.01 Onderwijs

14 394 000

5.02 Kennisontwikkeling

4 000 000

6.01 Milieu en water

9 892 000

6.02 Duurzaam waterbeheer

12 452 000

Totaal

53 340 000

   

Kenia

 

1.02 Mensenrechten

29 000

2.05 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

51 000

2.07 Goed bestuur

3 642 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

2 975 000

6.01 Milieu en water

1 744 000

6.02 Duurzaam waterbeheer

4 802 000

Totaal

13 243 000

Transitielanden

2011

Colombia

 

1.02 Mensenrechten

1 931 000

2.05 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

2 341 000

2.07 Goed bestuur

781 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

1 686 000

6.01 Milieu en water

7 570 000

Totaal

14 309 000

   

Vietnam

 

4.02 Armoedevermindering

2 647 000

5.04 HIV/AIDS

1 186 000

5.05 Reproductieve gezondheid

4 627 000

6.02 Duurzaam waterbeheer

5 240 000

Totaal

13 700 000

   

Zuid Afrika

 

2.07 Goed bestuur

3 455 000

4.02 Armoedevermindering

20 000

4.03 Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

1 532 000

5.01 Onderwijs

9 684 000

5.04 HIV/AIDS

6 321 000

Totaal

21 012 000

Regionale programma's

2011

Afrika Grote Meren

 

2.05 Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

500 000

2.07 Goed bestuur

260 000

6.01 Milieu en water

8 446 000

Totaal

9 206 000

Exitlanden

2011

Albanië

275 000

Armenië

618 000

Bhutan

2 000 000

Bolivia

37 432 000

Bosnië & Herzegovina

7 051 000

Burkina Faso

38 668 000

Congo, Democratische Republiek

4 163 000

Egypte

6 393 000

Europa en Centraal Azië

3 255 000

Georgië

224 000

Guatemala

12 736 000

Kaap Verdië

1 700 000

Kosovo

746 000

Macedonië

1 029 000

Moldavië

2 840 000

Mongolië

4 407 000

Nicaragua

14 787 000

Pakistan

17 727 000

Senegal

19 259 000

Sri Lanka

74 000

Suriname

33 318 000

Tanzania

47 867 000

Zambia

14 628 000

Zimbabwe

5 205 000

   

Totaal Exitlanden

276 402 000

Bijlage 5 Non-ODA uitgaven 2011 per beleidsthema (bedragen x EUR 1000)

Begroting/beleidsterrein/artikel/omschrijving

Begroting 2011

Mutatie

Realisaties 2011

Begroting/artikel

Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

1.1

Internationale rechtsorde

42 176

4 645

46 821

V-01.01

1.2

Mensenrechten

14 234

1 543

15 777

V-01.02

1.3

Internationale juridische instellingen

21 400

– 7 517

13 883

V-01.03

VenJ

Rechtshandhaving/Europol en Eurojust

32 677

– 7 344

25 333

VI-13.03.01

 

Rechtshandhaving/NFI

500

9

509

VI-13.03.03

Totaal

 

110 987

– 8 664

102 323

 
           

Vrede, veiligheid en conflictbeheersing

2.1

Nationale en bondgenootschappelijke veiligheid

17 543

– 4 913

12 630

V-02.01

2.2

Bestrijding internationaal terrorisme

500

0

500

V-02.02

2.3

Non-proliferatie en ontwapening

6 678

3 925

10 603

V-02.03

2.5

Regionale stabiliteit en crisisbeheersing

125 233

19 803

145 036

V-02.05

2.6

Humanitaire hulpverlening

2 267

– 1 129

1 138

V-02.06

2.7

Goed bestuur

12 284

3 398

15 682

V-02.07

VenJ

Civ.crisisbeh.missies/uitz. politiefunctionarissen

0

62

62

VI-91.01.01/23.02.01

Defensie

Uitvoeren crisisbeheersingsoperaties (diverse operaties)

257 694

– 75 592

182 102

X-20

Totaal

 

422 199

– 54 446

367 753

 
           

Versterkte Europese samenwerking

3.2

Ondersteuning bij pre- en postaccessie

9 428

– 7 276

2 152

V-03.02

3.4

Nederlandse positie in de EU

3 145

715

3 860

V-03.04

3.5

Raad van Europa

9 303

377

9 680

V-03.05

Toerek.

EU-begroting

75 733

0

75 733

Toerekening

Totaal

 

97 609

– 6 184

91 425

 
           

Meer welvaart en minder armoede

4.1

Handels- en financieel systeem

18 125

– 7 147

10 978

V-04.01

4.2

Armoedebestrijding

2 500

3 261

5 761

V-04.02

4.3

Ondernemingsklimaat ontwikkelingslanden

4 500

0

4 500

V-04.03

4.5

Nederlandse handels- en investeringsbevordering

6 660

– 821

5 839

V-04.05

VenJ

Effectieve besturing van het Justitieapparaat/WIPO

146

– 7

139

VI-91.01.01

Financiën

Mult. Ontw. Banken en Fondsen

0

71

71

IXB-04.20

IenM

Veiligheid goederenvervoer scheepvaart (IMO en CCR-Rijnvaart)

925

– 57

868

XII-33.02

 

Veiligheid luchtvaart (ICAO en EASA)

1 565

– 327

1 238

XII-33.03

EL&I

IS opkomende markten

4 384

722

5 106

XIII-02.45

 

Bijdrage UNWTO

226

– 226

0

XIII-03.10

 

Algemeen (bijdragen aan int. instituten)

0

520

520

XIII-04.01

 

Bijdrage aan diverse instituten

1 090

– 716

374

XIII-04.50

 

Algemeen

14 119

32 547

46 666

XIII-05.01

 

Verdere vrijmaking v/h intern. handels-/invest.verkeer en versterking v/d econ. rechtsorde

4 007

869

4 876

XIII-05.20

 

Bevorderen van internationaal ondernemen

52 009

– 29 148

22 861

XIII-05.30

 

Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op zowel binnen- als buitenlandse markten

45 627

– 4 462

41 165

XIII-05.50

 

Bijdrage aan internationale organisaties

2 501

– 519

1 982

XIII-10.30

 

Internationale contributies/FAO

3 417

– 45

3 372

XIII-39.11

 

Beheer van de natuur (Tropisch hout)

61

0

61

XIII-33.14

Totaal

 

161 862

– 5 485

156 377

 
           

Toegenomen menselijke en sociale ontwikkeling

5.2

Kennisontwikkeling

2 596

0

2 596

V-05.02

5.4

HIV/AIDS

1 493

1 873

3 366

V-05.04

5.6

Participatie civil society

0

0

0

V-05.06

OCW

Wetenschappelijk onderwijs

3 268

11

3 279

VIII-07.10

EL&I

Kennisontwikkeling en innovatie

0

160

160

XIII-36.15

VWS

WHO-partnerschap

6 000

– 426

5 574

XVI-98.01.01

Totaal

 

13 357

1 618

14 975

 
           

Beter beschermd en verbeterd milieu

6.1

Milieu en water

2 419

735

3 154

V-06.01

IenM

Integraal waterbeleid (Partners voor Water)

9 536

221

9 757

XII-31.01

 

Weer, klimaat, seismologie, ruimtevaart (WMO)

709

145

854

XII-37.01

 

Internationaal milieubeleid

3 970

– 1 492

2 478

XII-57.44

 

Clean development mechanism

93 675

– 46 330

47 345

XII-57.48

 

Bekostiging van externe uitvoeringsorganisaties

335

– 335

0

XII-61.89

EL&I

CO2/reductieplan-Joint Implementation

31 563

– 19 308

12 255

XIII-04.20

Totaal

 

142 207

– 66 364

75 843

 
           

Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van het personenverkeer

7.1

Consulaire dienstverlening

16 809

– 2 871

13 938

V-07.01

7.2

Vreemdelingenbeleid

1 130

5

1 135

V-07.02

Totaal

 

17 939

– 2 866

15 073

 
           

Versterkt cultureel profiel, positieve beeldvorming in en buiten Nederland

8.1

Nederlandse cultuur

7 646

– 1 310

6 336

V-08.01

8.2

Cultureel erfgoed

2 736

1 119

3 855

V-08.02

8.3

Draagvlak Nederlands buitenlands beleid

25 284

– 4 425

20 859

V-08.03

8.4

08.04 Vestigingsklimaat int. organisaties in Nederland

55

177

232

V-08.03

OCW

Cultuur: overig

904

– 167

737

VIII-08.11

 

Cultuur: overig

5 666

968

6 634

VIII-14.01/02/04

Totaal

 

42 291

– 3 638

38 653

 
           

Overige uitgaven

9.1

Geheim

0

10

10

V-9.1

10.1

Nominaal en onvoorzien

62 261

– 62 165

96

V-10.01

11.1

Apparaatsuitgaven

562 226

– 73 555

488 671

V-11.01

Div. dept.

Attachés

55 288

– 1 980

53 308

Div. Begrotingen

Totaal

 

679 775

– 137 690

542 085

 
           

Totaal non-ODA

1 688 226

– 283 719

1 404 507