Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-XVI nr. 106

32 500 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2011

Nr. 106 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 december 2010

Hierbij zend ik u mijn reactie op het rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) «Zorgproces rond operaties voor borstkanker is verantwoord». Het rapport treft u bijgaand aan.1

Het toetsingkader dat IGZ hanteerde, omvat een toets op drie belangrijke aspecten:

  • Is er sprake van een differentiatiebeleid (dat wil zeggen: specialisatie binnen de maatschap) van de chirurgen?

  • De mate waarin diagnose en behandeling worden besproken in een multidisciplinair overleg.

  • De volledigheid en juistheid van de preoperatieve diagnostiek.

De hoofdconclusie van de IGZ is dat zorg voor borstkanker voor deze drie aspecten in de onderzochte ziekenhuizen voldoet aan de actuele normen voor verantwoorde zorg. De IGZ stelde vast dat de voorwaarden voor het verlenen van verantwoorde zorg aan het eind van de onderzoeksperiode duidelijk waren verbeterd.

De IGZ zal de resultaten van het onderzoek onder de aandacht brengen van betrokken partijen.

De IGZ vraagt aan de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde te beoordelen of een minimumaantal borstkankeringrepen per chirurg, zoals in sommige buitenlandse richtlijnen is opgenomen, ook voor Nederland wenselijk en haalbaar is en zo ja, wat dan het minimumaantal moet zijn.

IGZ vraagt de Nederlandse Vereniging voor Heelkunde en het Nationaal Borstkankeroverleg Nederland (NABON) om normen vast te stellen voor een volledige en gestandaardiseerde verslaglegging van het multidisciplinair overleg over borstkankerpatiënten.

Aan de Nederlandse Vereniging voor pathologie en het NABON vraagt de IGZ om normen vast te stellen voor een volledige en gestandaardiseerde verslaglegging van postoperatief borstkankeronderzoek.

Het bekend worden van de resultaten van het IGZ rapport viel nagenoeg samen met publiciteit die ontstond rond een initiatief van zorgverzekeraar CZ om tot selectieve inkoop van de borstkankerzorg over te gaan. Verwarring ontstond over de IGZ conclusie «dat zorg voor borstkanker in Nederland voldoet aan de normen voor verantwoorde zorg» enerzijds en het bericht van zorgverzekeraar CZ om bepaalde ziekenhuizen op grond van de kwaliteitscriteria niet meer te contracteren anderzijds. Dat was voor de IGZ aanleiding om al op 1 oktober een persbericht over de borstkankerzorg te doen uitgaan.

Tijdens het mondelinge vragenuur op 5 oktober jl. is mijn ambtsvoorganger ingegaan op de rol van de zorgverzekeraar als inkoper van zorg. Het past binnen het huidige zorgverzekeringsstelsel en de Zorgverzekeringswet dat onderling concurrerende zorgverzekeraars zorg inkopen voor hun verzekerden op basis van eigen kwaliteits- en doelmatigheidseisen. Hiermee kan een verzekeraar zich onderscheiden van andere verzekeraars. Verzekeraars kunnen ervoor kiezen alleen die zorg in te kopen die voldoet aan de eisen die zij zelf stellen. Het past ook binnen het huidige zorgverzekeringsstelsel dat selectieve zorginkoop indirect leidt tot specialisatie en concentratie bij zorgaanbieders van specifieke behandelingen. De verwachting is dat hierdoor de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg kan worden bevorderd.

Er kunnen verschillen bestaan tussen de IGZ-norm voor verantwoorde zorg en de kwaliteitscriteria van verzekeraars. Beide maatstaven zijn immers ontwikkeld voor verschillende doeleinden, te weten toezicht en zorginkoop. Omdat IGZ en verzekeraars verschillende normen en kwaliteitscriteria kunnen hanteren is niet gezegd dat de zorg die niet door verzekeraars wordt gecontracteerd, ook niet voldoet aan de IGZ-norm voor verantwoorde zorg.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. I. Schippers


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.