Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-XII nr. 75

32 500 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (XII) voor het jaar 2011

Nr. 75 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 mei 2011

Op 18 mei 2011 heeft uw vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu mij gevraagd nader te specificeren – aan de hand van een tijdslijn – wanneer welke stappen worden gezet in de concessieverleningsprocedure voor de Waddenveerverbindingen. Deze vraag is mij toegestuurd in de Commissiebrief met kenmerk 32 500 XII-71/2011D25429. In deze brief geef ik u het gevraagde overzicht.

In vervolg op mijn brief van 18 mei j.l. (Kamerstuk 32 500 XII, nr. 73), kan ik u meedelen dat ik de twee concessies voor de veerdiensten tussen het vasteland en de vier Friese Waddeneilanden heb verleend. Daarmee is het proces van  concessieverlening afgerond. Vanaf 24 mei 2011 hebben belanghebbenden zes weken de tijd om bezwaar maken. De concessies zijn pas onherroepelijk, nadat een eventuele bezwaar- en beroepsprocedure is afgerond. Tot die tijd blijven de openbare dienstcontracten van kracht. Ik zal het besluit tot concessieverlening ook bekendmaken op internet.

De concessieverleningsprocedure is te onderscheiden in drie fasen: een voorbereidingsfase, een consultatiefase en een fase voor de daadwerkelijke concessieverlening.

Voorafgaande aan de concessieverlening is het Besluit personenvervoer 2000 aangepast om concessieverlening mogelijk te maken voor de waddenveren. Deze regelgeving is in 2009 door uw Kamer geaccordeerd en in februari 2010 in werking getreden.

Per fase geef ik hieronder aan welke stappen daarna zijn doorlopen.

Voorbereidingsfase concessieverlening

In overleg met de provincies Groningen en Fryslân en de Waddengemeenten die betrokken zijn bij de Friese Waddenverbindingen is door het ministerie van I&M een nota van uitgangspunten voor de concessieverlening opgesteld. Mijn ambtsvoorganger heeft deze nota van uitgangspunten vastgesteld op 22 maart 2010.

Vervolgens is met informatieverzameling gestart en een concept- programma van eisen opgesteld. In mei 2010 was deze stap afgerond.

Consultatiefase

Op 26 mei 2010 is het concept – programma van eisen op internet gepubliceerd voor een internetconsultatie. Daarbij is ook, op hoofdlijnen, informatie verstrekt over de verdere procedure. De internetconsultatie liep tot 14 juli 2010.

Het ROCOV Fryslân heeft daarbij het verzoek gekregen twee consumentenplatforms in oprichting te ondersteunen een reactie op te stellen.

In totaal zijn 26 reacties binnengekomen van 26 personen en organisaties. Deze reacties hebben tot een aantal wijzigingen geleid in het programma van eisen.

Tevens is begonnen met de uitwerking van de overige concessiestukken. Medio december 2010 waren de concessies inclusief de daarbij horende programma’s van eisen gereed voor verzending naar de reders als concessieuitvraag.

Concessieverleningsfase

De concessieuitvraag van de concessieverlener aan de beoogde concessiehouders is op 13 december 2010 verzonden met de eis dat de beoogde concessiehouders tot medio maart de tijd kregen hun voorlopige concessieacceptatie voor te bereiden. Daartoe moesten ze kunnen aantonen dat ze aan de concessievereisten voldoen.

In die periode hebben de beoogd concessiehouders de gelegenheid gekregen volgens een vooraf opgestelde leidraad met behulp van vragen duidelijkheid te krijgen over de eisen voor de concessie.

Beide beoogd concessiehouders hebben hun voorlopige concessieacceptaties vóór 14 maart ingediend.

Vervolgens zijn de documenten die met de voorlopige concessieacceptatie zijn meegestuurd, getoetst door de concessieverlener in de tweede helft van maart en april. Op basis van deze toets ben ik tot de conclusie gekomen dat de reders aan de gestelde eisen voldoen.

Mijn voornemen de concessies te verlenen, zoals vermeld in mijn brief van 18 mei jongstleden aan u, heb ik bekend gemaakt aan de reders. Vervolgens hebben zij, volgens de wet, vier dagen de tijd gekregen om een voorbehoud kenbaar te maken. Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

Dat heeft ertoe geleid dat ik na afloop van deze termijn de concessies deze week heb kunnen ondertekenen en dat ik daarmee de concessies voor de veerdiensten tussen het vaste land en de vier Friese Waddeneilanden definitief heb verleend.

Eén concessie is verleend aan rederij TSM voor de veerdiensten tussen het vaste land en de Waddeneilanden Terschelling en Vlieland. De tweede concessie is verleend aan de rederij Wagenborg voor de veerdiensten tussen het vaste land en de Waddeneilanden Ameland en Schiermonnikoog.

TSM en Wagenborg krijgen met de concessie het exclusieve recht tot het verrichten van de veerdiensten. Daarmee wordt de continuïteit van personenvervoer gegarandeerd waarbij de reder ook op stille en onrendabele momenten de dienstregeling zal uitvoeren.

De concessies zijn pas onherroepelijk, nadat een eventuele bezwaar- en beroepsprocedure is afgerond.

De minister van Infrastructuur en Milieu,

M. H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus