32 500 XI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (XI) en van de begrotingsstaat van het Waddenfonds voor het jaar 2011

Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 oktober 2010

Hierbij bied ik u het Nederlands Nationaal Programma Natuurlijke Hulpbronnen aan.1 Het Nationaal Programma Natuurlijke Hulpbronnen geeft een overzicht van de Nederlandse inzet om te komen tot een duurzaam gebruik van Natuurlijke Hulpbronnen.

Aanleiding

De directe aanleiding voor het opstellen van een Nationaal Programma Natuurlijke Hulpbronnen was de vaststelling van de Europese Thematische Strategie over het Duurzaam Gebruik van Natuurlijke Hulpbronnen op 21 december 2005. De Commissie vraagt de lidstaten hierin om deze Thematische Strategie op nationaal niveau uit te werken. Deze uitwerking moet gericht zijn op de vormen van hulpbronnengebruik die de grootste milieueffecten veroorzaken.

Problematiek van Natuurlijke Hulpbronnen

De problematiek van de natuurlijke hulpbronnen speelt op een mondiaal niveau. De wereldwijde toename van de wereldbevolking en de gemiddelde stijging van de welvaart leiden tot een toenemend gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Hierbij leidt vooral het landgebruik voor de productie van biotische hulpbronnen, voedsel, energie en materialen, tot een bedreiging van het milieu. Het effect van dit landgebruik is een verdere aantasting van de biodiversiteit, beïnvloeding van het klimaat door onder meer ontbossing en de overschrijding van de veerkracht van ecosystemen. Wanneer de veerkracht van ecosystemen wordt overschreden komen de diensten die de ecosystemen leveren aan de mens ook in gevaar. Behalve de productiediensten, zoals bijv. de productie van voedsel en hout, zijn dit ook regulerende diensten, zoals het waterbergend vermogen van de bodem, plaagcontrole en waterzuivering. Op termijn wordt dus ook de bestaanszekerheid van de mens op de aarde bedreigd door een toenemend onduurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

Beleid op het terrein van natuurlijke hulpbronnen in Nederland

Het klassieke milieubeleid was erop gericht te zorgen voor een goede kwaliteit van het lokale leefmilieu in Nederland. Inmiddels is Nederland zover dat de milieukwaliteit van de Nederlandse leefomgeving vergaand gereguleerd is, voor zover het binnen de invloedsfeer van de Nederlandse overheid ligt. Nederland veroorzaakt door zijn consumptie, productie, en handelspatronen echter ook aanzienlijke milieudruk in het buitenland, aangezien een groot deel van de hulpbronnen die Nederland gebruikt uit het buitenland komt. De problematiek van de natuurlijke hulpbronnen ligt voor Nederland dan ook voor een groot deel buiten onze landsgrenzen. Het beleid op het terrein van natuurlijke hulpbronnen is daarom grotendeels gericht op het nemen van een verantwoordelijkheid voor de gevolgen die het Nederlands gebruik van natuurlijke hulpbronnen heeft voor het milieu in andere landen.

De essentie van het Nationaal Programma Natuurlijke Hulpbronnen

De bovenstaand beschreven problematiek van de natuurlijke hulpbronnen geeft aan dat bij een toenemend gebruik van natuurlijke hulpbronnen vooral de toename van het landgebruik, voor de productie van biotische hulpbronnen voor voedsel, energie en materialen, tot een bedreiging van het milieu leidt. Recente aandacht en publicaties van ondermeer het Planbureau voor de Leefomgeving, de UNEP en de FAO ondersteunen deze analyse. De Thematische Strategie riep al op de uitwerking te richten op de vormen van hulpbronnengebruik die de grootste milieueffecten veroorzaken. De focus van het Nationaal Programma is dan ook gericht op biotische natuurlijke hulpbronnen en de bijbehorende effecten op landgebruik. Aangezien een groot deel van de natuurlijke hulpbronnen die zich in Nederland bevinden uit het buitenland komt, zijn de handelsstromen van biotische natuurlijke hulpbronnen het hoofdonderwerp in het Nationaal Programma.

Toekomstige inzet

Om een toenemende wereldbevolking blijvend van voedsel, energie en materialen te kunnen voorzien moet het gebruik van natuurlijke hulpbronnen op een duurzame wijze plaatsvinden. Het Nationaal Programma Natuurlijke Hulpbronnen geeft een overzicht van de huidige Nederlandse inzet om te komen tot een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. De initiatieven die in het Nationaal Programma genoemd worden zijn in de loop van de tijd ontstaan naar aanleiding van voortschrijdend inzicht op allerlei terreinen. Inmiddels kan, het scala aan initiatieven overziende, geconstateerd worden dat de Nederlandse overheid al veel activiteiten ontplooit om het gebruik van natuurlijke hulpbronnen duurzamer te maken. Wel wordt duidelijk dat meer samenhang in aanpak nodig zal zijn om tot een volledig duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen te komen. Ook zal meer beleid vanuit de invalshoek van natuurlijke hulpbronnen moeten worden ontwikkeld zodat beter zicht komt op synergie tussen deelterreinen en eventuele omissies in het beleid naar voren komen.

Om het beleid ter verduurzaming van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen te versterken zijn al een aantal nieuwe initiatieven genomen. Een van deze initiatieven is het ontwikkelen van criteria en indicatoren voor alle natuurlijke hulpbronnen. Om te kunnen beoordelen of het gebruik van natuurlijke hulpbronnen duurzaam geschiedt zijn criteria en indicatoren nodig voor de winning, productie en consumptie van deze hulpbronnen. Voor een aantal natuurlijke hulpbronnen zijn al criteria en indicatoren ontwikkeld of in ontwikkeling, bijvoorbeeld voor hout en biobrandstoffen. Deze hulpbronnen kunnen als voorbeeld dienen in het proces om te komen tot criteria en indicatoren voor alle natuurlijke hulpbronnen.

Een tweede initiatief betreft een hulpbron die zich begeeft op het grensvlak van de abiotische en de biotische natuurlijke hulpbronnen. Fosfaat is een abiotische natuurlijke hulpbron met als bijzondere eigenschap dat het een onvervangbare voorwaarde vormt voor de productie van biotische grondstoffen. Voor Nederland is deze problematiek bijzonder aangezien wij ons, uitgaande van een nationaal lokaal overschot, tegelijkertijd moeten buigen over een mogelijk internationaal tekort. Momenteel wordt in kaart gebracht in hoeverre fosfaat in de toekomst schaars zal zijn en welke problemen dit met zich mee zal brengen.

Genoemde nieuwe initiatieven illustreren de wijze waarop de overheid werkt om te komen tot een duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Deze werkwijze kenmerkt zich door interdepartementale en Europese / internationale samenwerking.

Momenteel bereidt de Europese Commissie een Herziening van de Thematische Strategie Natuurlijke Hulpbronnen voor. Nederland zal hierbij inzetten op het formuleren van een gezamenlijke aanpak om te komen tot een duurzaam Europees gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. C. Huizinga-Heringa


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Naar boven