Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-V nr. 205

32 500 V Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2011

Nr. 205 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 augustus 2011

Nederland zal niet aanwezig zijn bij de viering van het 10-jarig jubileum van de Durban Verklaring op 22 september in New York.

In de beantwoording van vragen van Kamerleden Van der Staaij en Voordewind (ingezonden op 16 juni 2011 met kenmerk 2011Z13037) (Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2010/11, nr. 3081) heb ik reeds aangegeven dat Nederland niet aan de conferentie zou deelnemen indien in de politieke verklaring niet expliciet afstand zou worden genomen van de paragrafen waarin wordt verwezen naar het Midden-Oosten.

In het verleden stelde een aantal landen steeds het vredesproces in het Midden-Oosten, waarbij het bestaansrecht van de staat Israël werd ontkend, centraal in de discussie. Om te voorkomen dat dit weer zou gebeuren, verlangde Nederland samen met Italië en Tsjechië dat er in de slotverklaring van de bijeenkomst in september nadrukkelijk afstand zou worden genomen van het verbinden van onderwerpen die niets te maken hebben met de internationale inspanningen tegen racisme, xenofobie en gerelateerde vormen van intolerantie. Omdat een dergelijke garantie niet in het concept-voorstel is opgenomen heeft Nederland – samen met Italië en Tsjechië – besloten niet verder deel te nemen aan de onderhandelingen en niet aanwezig te zijn bij de viering zelf.

Naast genoemde drie landen zullen ook de Verenigde Staten, Canada en Israël niet aanwezig zijn bij de viering.

Uiteraard blijft Nederland zich inzetten voor de bestrijding van racisme en elke andere vorm van discriminatie op meer constructieve manieren.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal