Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-IV nr. 46

32 500 IV Vaststelling van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2011

Nr. 46 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juli 2011

Naar aanleiding van mijn bezoek aan Curaçao op 20 juni 2011 informeer ik u hierbij over het overleg dat ik met de Minister-president van Curaçao heb gevoerd betreffende de Isla raffinaderij. Tevens beantwoord ik de brief van de Commissie Koninkrijksrelaties van 4 juli 2011 (kenmerk: 2011Z15056/2011D36838) betreffende de motie Van Gent aangaande dit onderwerp.

Op 20 juni jl. heb ik met de heer Schotte gesproken over de oplevering van het plan van aanpak betreffende de toekomst van de raffinaderij. Daarbij is afgesproken dat Curaçao eind augustus 2011 een tussenrapportage over de voortgang van het plan van aanpak naar mij zal sturen. Tevens is bepaald dat uiterlijk 30 november 2011 de Raad van Ministers van Curaçao het plan van aanpak vaststelt. Dit is één maand later dan in januari van dit jaar was afgesproken, omdat is gebleken dat de voorbereiding van de boringen die nodig zijn voor de deelstudie naar de vervuiling en mogelijke schoonmaak van het terrein meer tijd in beslag nemen dan was voorzien. Deze afspraken zijn gemaakt in het kader van het Sociaal Economisch Initiatief van Curaçao.

De motie Van Gent c.s. (32 123 IV, nr. 17) vraagt om in overleg met de lokale autoriteiten te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de kosten die verbonden zijn aan het saneren van de veroorzaakte milieuschade te verhalen op de opeenvolgende eigenaren van de Isla raffinaderij en indien mogelijk daartoe over te gaan. Reeds eerder is richting de Kamer aangegeven dat het onderzoek dat gevraagd wordt in de motie zal worden uitgevoerd door de regering van Curaçao, aangezien het in lijn is met een zelfde motie van de Staten van de Nederlandse Antillen destijds. Daar komt bij dat deze kwestie onder de autonome verantwoordelijkheid van Curaçao valt. In de brief van 31 januari 2011 van de regering van Curaçao wordt gesteld dat de aansprakelijkheidskwestie zal worden meegenomen in de kosten-baten analyse van de verschillende opties voor de raffinaderij. Deze analyse vormt de basis voor het genoemde plan van aanpak voor de toekomst van de Isla raffinaderij.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. P. H. Donner