Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201132500-III nr. 10

32 500 III Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Algemene Zaken en van het Kabinet der Koningin en de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (III) voor het jaar 2011

Nr. 10 BRIEF VAN DE MINISTER PRESIDENT, MINISTER VAN ALGEMENE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 april 2011

Tijdens de behandeling van de begroting van het ministerie van Algemene Zaken voor het jaar 2011 heeft uw Kamer aandacht gevraagd voor het kunnen beantwoorden door ambtenaren van vragen van leden van uw Kamer om feitelijke informatie en toelichting (Handelingen II, 2010/11, nr. 23, blz. 2–28 en blz. 31–60).

Ik heb u toegezegd graag bereid te zijn om samen met u af te spreken hoe dit op een zo ontspannen mogelijke wijze vorm te geven.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal in dit kader de vragen van uw Vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over de destijds door minister Dijkstal vastgestelde Aanwijzing externe contacten door ambtenaren beantwoorden.

Vooruitlopend daarop stel ik u mede namens de minister van BZK voor of het voor u een goede werkwijze is om feitelijke vragen van uw leden, niet zijnde vragen uit hoofde van artikel 134 van uw Reglement van orde, te stellen (telefonisch of per email) aan het hoofd van de afdeling dat belast is met de bestuursondersteuning van bewindslieden en ambtelijke leiding van het betreffende ministerie (Hoofd Bureau SG of vergelijkbaar; de benaming verschilt per departement).

Deze ambtenaar beantwoordt de vraag rechtstreeks, dan wel vraagt de informatie op bij de ter zake deskundige ambtenaar en geeft dan de informatie alsnog dan wel vraagt aan deze ambtenaar de gevraagde inlichtingen aan de vragensteller te verschaffen.

Indien bedoeld hoofd van de bestuursondersteunende afdeling twijfelt of het gevraagde valt in de categorie feitelijke informatie of toelichting, toetst deze dit vooraf bij de desbetreffende bewindspersoon.

Indien de desbetreffende bewindspersoon van mening is dat de vraag niet over feitelijke informatie of toelichting gaat, treedt de bewindspersoon persoonlijk in contact met het vragenstellende lid van uw Kamer. De bewindspersoon verschaft alsdan zelf het antwoord dan wel adviseert het Kamerlid om de vraag te stellen uit hoofde van artikel 134 van uw Reglement van orde.

De minister president, minister van Algemene Zaken,

M. Rutte