32 458 Wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter uitvoering van richtlijn nr. 2009/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 tot wijziging van de richtlijnen nr. 77/91/EEG, 78/855/EEG en 82/891/EEG van de Raad en richtlijn nr. 2005/56/EG wat verslaggevings- en documentatieverplichtingen in geval van fusies en splitsingen betreft (PbEU L 259)

Nr. 4 NADER RAPPORT1

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt/uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State).

Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 14 juli 2010, aangeboden aan de Koningin door de minister van Justitie.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 27 mei 2010, nr. 10 001433, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 23 juni 2010, nr. W03.10 0194/II, bied ik U hierbij aan.

Het ontwerp geeft de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De redactionele kanttekening van de Raad2 is niet overgenomen, omdat de voorgestelde formulering niet aansluit bij de in titel 7 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek gebezigde terminologie. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt enkele tekstuele wijzigingen aan te brengen.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

De redactionele kanttekening luidt: – Uit een oogpunt van consistentie enerzijds met artikel 9, lid 3 en artikel 11, lid 1, van Richtlijn 78/855/EEG en anderzijds bijvoorbeeld met artikel 2:204b, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek verdient het de voorkeur in artikel I, onderdelen A en B «de leden of aandeelhouders» te vervangen door: alle leden of aandeelhouders.

Naar boven